Heel wat mensen trotseren al vroeg de kou in de rij voor de Effenaar zodat ze niets hoeven te missen van de bands vanavond. Dat beloofd al veel goeds, te vaak komen mensen pas binnen druppelen bij de hoofdact. In deze rij kun je al snel zien dat de gemiddelde leeftijd wat hoger ligt dan bij veel andere concerten, niet vreemd als je bekijkt hoe lang Accept al mee weet te draaien.

Night Demon is met twee platen op hun conto een groentje vergeleken met Accept. Toch zetten ze een heel geroutineerde en professionele show neer. Een interessante mengeling van rock ‘n’ roll met traditionele heavy metal is opzwepend genoeg en niet te vergeten old skool genoeg om de fans van Accept eens lekker op te warmen. Voor een opener krijgen ze dan ook heel aardig de handjes op elkaar. Nou ja, bij de meeste toeschouwers dan. Het oog van frontman Jarivs valt op een dame helemaal vooraan die meer oog voor haar gsm dan de band te hebben en spreekt haar daarop aan. Zowel dame als Jarvis pakken het uiteindelijk sportief op. Na een heerlijk aantal nummers (zoals het heerlijke Screams in the Night) wordt het even zwart en lijken de bandleden het podium te verlaten… Tot ze weer opkomen net als hun gemaskerde mascotte die een kelk bij zich draagt om de heerlijke meezinger The Chalice te illustreren. Wat mij betreft was dit al de moeite waard om naar Eindhoven te komen, en dan moet de hoofdact nog beginnen.

In verschillende samenstellingen doet Accept als mee sinds 1968 en de show is er dan ook van grote kwaliteit. Zelden heb ik een band gezien die zo goed weet hoe ze het publiek (en fotografen) de beste heavy metal poses kunnen tonen. Speciaal daarvoor zijn er dan ook twee extra kleine podiums voor het hoofdpodium gezet. Daarop kunnen de gitaristen mooi de guitar hero uithangen. De nummers van de heren zijn natuurlijk ook pareltjes die uitnodigen mee te brullen en de vuisten in de lucht te steken. Neem bijvoorbeeld een Stalingrad of Die By the Sword.

De wisselwerking tussen de bandleden is een genot om te aanschouwen en de strot van zanger Mark Tornillo imponeert live nog meer dan op de plaat en doet originele frontman Udo Dirkschneider bijna vergeten. Zonder al te veel poespas tussen de songs door houden de heren het tempo er lekker in en krijgen we eigenlijk gewoon elk nummer te horen wat me waar kunnen wensen met natuurlijk de grootste hit, Balls to The Walls als ultieme uitsmijter.