Het staat in de metal zoals in de liefde iedereen vrij om te experimenteren en te combineren, als het maar mooie kinderen oplevert. De combinatie van doom en psych is niet nieuw, maar vaak gooien bands er dan nog wat extra genres tegenaan (drone, black, stoner, …). Niet zo bij Æsthetica.

 

Afgaand op Sonorous Æon, het nieuwe album van deze Noorse band, levert het geconsumeerde huwelijk tussen psychedelica en doommetal kinderen op die hard lijken op postmetal. Het mooie is hoe de jongens van Æsthetica de psych in hun doom-saus roeren, want doommetal lijkt toch het hoofdbestanddeel te zijn. Ze hebben niet zomaar even een uitwaaierende gitaarsolo tussen wat donkere doom gekleefd of een kunstmatig aanvoelend oplopend slotakkoord aan het eind van elke track geplaatst, hoewel die elementen er uiteraard wel in zitten. De psych-toetsen lopen doorgaans mooi door de hele track door. Ze zitten erin verweven, blijven soms onderhuids, maar geven vooral mee pit aan de doom/postmetalsaus.

 

Als de sound van Æsthetica op Sonorous Æon soms doorslaat naar de postmetal, is dat vooral het werk van zanger/gitarist Tobias Huse. Zijn weemoedige stem past perfect in het postmetal/coldwave-straatje. De enige uitzondering is La Paz. Op die track, en eigenlijk enkel op deze, klinkt hij een beetje als Robert Smith van The Cure. Overigens zijn slechts vier van de zes tracks van zang voorzien. Todesfuge en Gates zijn instrumentaal.

 

La Paz is één van de hoogtepunten op dit album. Het is een episch werkstuk van ruim tien minuten die van eerder klassieke doom traag opbouwt naar een typisch psych-hoogtepunt. Tot daar niets wat je niet zou verwachten. Maar die uitbarsting komt al halfweg het nummer. Ze laten die vulkaan van psych en noise nog goed vijf minuten bulderen, wat op zich al een prestatie is, en je krijgt bovenop die slepende, uitgerokken uitbarsting nog eens laagjes met de eerste akkoorden van het nummer. Zo een band is Æsthetica.

 

Nog eens terug naar Todesfuge. De track op zich is instrumentaal, maar wordt ingeleid door de holocaust-overlever Paul Celan die zijn gedicht Todesfuge voorleest. Het gedicht is een lange, bijna monotone en bezwerende meditatie van iemand die zijn hele familie is verloren in de holocaust. De band heeft hiervoor al wat boze reacties gekregen en dat is misschien ook weer overdreven. Ik ga er van uit dat de band of de songschrijver zijn persoonlijke verdriet en wanhoop niet net zo hoog inschat als die van Celan en dat de verwijzing naar het gedicht met de beste artistieke bedoelingen gebeurde. Geen vermanend vingertje in de lucht dus, maar dan nog is het veeleer misplaatst om met het gedicht of de dichter aan de haal te gaan. Metal mag/moet uiteraard shockeren en soms zelfs beledigen, maar er zijn ook zaken waar je gewoon beter af blijft. Ik vermoed dat deze track beter zou werken zonder de Celan-intro en zelfs met een andere titel, die dan misschien subtieler verwijst naar het gedicht. Dat gezegd zijnde: zuiver muzikaal klopt het plaatje dan weer wel. Het is een knappe vertaling naar muziek van het mantra-achtige gedicht en het siert de band dat ze zo bescheiden geweest zijn om de nalatenschap van Celan niet met eigen woorden aan te vullen.