Sinds hun debuutalbum Runnin’ wild gaat het zeer voor de wind met de Australische rockers. Hun no-nonsense mentalitiet spreekt veel mensen aan ondanks het feit dat het muzikaal allemaal niet zoveel voorstelt. 

Airbourne is een band die op handen wordt gedragen door de media en daardoor ook populair is geworden bij het grote publiek. Hun clubshows zijn overal uitverkocht en ook als voorprogramma van grote acts worden de nodige zieltjes gewonnen. En van hun energieke optredens zullen ze het toch moeten hebben vrees ik want No guts, no glory gaat verder waar Runnin’ wild ophield maar dan wel een klasse minder.

Was Runnin’ wild nog enigzins verfrissend (ondanks het zeer hoge AC/DC gehalte), iets nieuws was het zeker niet en daarom heb ik alle heisa rondom Airbourne nooit zo begrepen. En met No guts, no glory wordt mijn gevoel bevestigd want geen enkel nummer stijgt boven de middelmaat uit en gaan het ene oor in en het andere weer uit. Natuurlijk heeft de band ook sterke punten. De sound is af en alle songs worden met hart en ziel gespeeld. Vooral dat laatste zal ongetwijfeld een bijdrage zijn geweest van het succes sinds Runnin’ wild en zal ook nu veel mensen aanspreken. De vraag is echter hoe lang deze formule blijft werken als de albums kwalitatief steeds minder worden.

De fans zullen echter blij zijn met No guts, no glory. Het AC/DC gehalte is nog steeds hoog maar aangezien dat de grootste inspiratiebron is van Airbourne, is dat niet zo vreemd. Zanger Joel O’Keeffe klinkt als een kruising tussen Bon Scott en Rose Tattoo zanger Angry Anderson maar mist simpelweg de echte bezieling in zijn stem die Scott had en Anderson nog steeds heeft. Maar bij Airbourne draait het toch voornamelijk om plezier maken en daarin zijn ze met No guts, no glory prima geslaagd. De vraag blijft echter, hoe lang houden ze dit vol?