Op dag twee van het Alcatraz Festival mogen we volgens de aangekondigde lineup weer een hoop ouderwets lekkere (of is het lekker ouderwetse) bands tegemoet zien, waarbij nog steeds wel de nadruk ligt op de heavy metal van weleer. Het weer zit vandaag iets minder mee, de voorspellingen zijn minder goed en onderweg hebben we zelfs al een flinke bui over ons heen gekregen. Hopen maar dat het goed komt.

De eerste band van de middag die we mee krijgen doet zo te zien niet aan ingewikkelde poespas en tierelantijnen, men heeft niet eens een backdrop opgehangen. Gewoon lekker rocken doen ze wel. De heren van Sweet Savage maken duidelijk graag een potje muziek, maar er moet wel nadrukkelijk gemeld worden dat de band vooral niet uit Engeland maar uit Ierland afkomstig is, uit Belfast om precies te zijn. Het kan schijnbaar niet vaak genoeg herhaald worden. Nummers als Warbird, Vengeance en de cover van Whiskey in the Jar, wat natuurlijk wel goed past bij een Ierse band, maken het wel een leuke opener voor ons. Het is niet de opener van het festival, maar wel de eerste band die we mee krijgen vandaag.

In de tent krijgen we dan een uitzondering op de heavy metal regel, want Monkey3 is op z’n zachts gezegd iets heel anders. De band maakt een soort psychedelische stonerrock en doet dat vandaag compleet instrumentaal. Dat het wat afwijkt van de rest heeft ook een gevolg, het is niet zo druk als eerder in de tent. Degene die wel blijven staan worden vanzelf gebiologeerd door de sterke opbouw in de nummers, de uitstekende toevoeging van de toetspartij en het ijzersterke gitaarwerk. De constante opbouwen naar de climax in de nummers is toch echt wel de moeite waard om mee te maken. Dit bijna progressieve werkt alleen als het technisch goed wordt uitgevoerd en dat is dan ook zeker het geval. De band speelt een ouder album van ze helemaal integraal, namelijk 39 Laps. Toen stond het album al bekend als een pareltje en dit maken ze live helemaal waar. Op hun nieuwere albums proberen ze ook met vocalen te werken, maar vandaag is het echt puur muziek. Een grote verrassing, zeker voor iemand die stonerrock eigenlijk totaal niet kan waarderen!

Compleet in trance kijken we de hele set van Monkey3 af en hebben bijna niet door dat op het andere podium Death Angel intussen is begonnen. Als we daar aankomen worden we hard uit die lome vibe van net gemept door Mark Osegueda en de zijnen, want dit gaat er gelijk in volle vaart van door. Mark, die altijd een leuke interactie met het publiek heeft vraagt ons dan ook: “Are you ready to celebrate metal with us?” Er wordt werk gespeeld van het laatste album The Evil Divide zoals Father of Lies, maar we mogen ook genieten van oud materiaal zoals Seemingly Endless Time. De enige vraag die bij me opkomt is wat deze band zo vroeg op de line-up doet? De band zelf maakt het duidelijk niks uit en ook het publiek niet, want de eerste crowdsurfer wordt al weer gespot, evenals een kleine moshpit, waar bijna een roze flamingo in belandt. Mark, dankbaar als altijd, neemt de tijd om het publiek op te zwepen. Dit is het laatste optreden van de Europese tour en dit zullen we vieren ook. Tegen het einde van de set, bij Kill As One gaat het pas echt los. De vuisten gaan de lucht in en het thrash feestje is compleet. Wat een energie!!! De laatste song van de laatste show van de tour is natuurlijk epic. Vriendelijk als hij is bedankt hij alle tour medewerkers en spoort het publiek aan tot een enorm metal feest! Met The F*cking Moth laten ze zich nog een laatste keer van hun beste kant zien en het publiek gaat dan ook helemaal uit z’n plaat.

In de tent is het dan de beurt aan High on Fire. Zoals veel op dit festival zijn ook deze heren aan de heavy metal kant te vinden en bestaan ook al een ‘eeuwigheid’. Deze band die stamt uit de jaren 90 heeft al een 6-tal albums op hun naam staan. Helemaal heavy metal is het toch niet. De eerste nummers van de set doen wat loom aan, het gaat wat in de richting van stoner, maar met wat andere invloeden. Het publiek vindt het wel leuk, maar erg spannend of afwisselend is het niet. Het drietal heeft in het midden van de set even wat overleg, zo lijkt het, maar gaan dan gauw weer verder. Een van de wat betere nummers in mijn optiek is Fertile Green. Deze is wat afwisselender qua tempo en boeit iets meer. Naar het einde van de set gaat het tempo er echter weer uit en gaan we al vast op zoek naar de volgende band.

Last in Line is de volgende op het hoofd podium die het vooral Belgische publiek hier aanwezig op het festival mag vermaken. De band bestaat uit de ex-leden van Dio, vandaar ook de naam van de band. Deze is namelijk hetzelfde als het uit 1984 stammende album van Dio. Waar het in eerste instantie de bedoeling was om alleen maar covers van Dio te gaan spelen, hebben de leden ondervonden het toch wel weer erg leuk te vinden om samen te spelen, met een nieuw album als gevolg. De set bestaat zoals verwacht natuurlijk wel uit een hoop Dio covers. Stand Up and Shout, The Last in Line, We Rock, Holy Diver, er komen genoeg klassiekers langs. De response vanuit het publiek is prima, dit past erg goed in de smaak van de gemiddelde bezoeker en deze laten dat duidelijk merken.

In de tent treedt Brant Bjork, bekend als mede oprichter van Kyuss, op voor een matig gevulde tent. De set begint met een zeer traag slow rock & roll nummer, maar al gauw wordt de set al wat steviger. Uiterlijk is hij heel herkenbaar. Als je zegt hippie, dan dekt dit de lading voor een groot gedeelte wel. De set vertraagt toch wel weer wat en gaat richting redelijk default stonerrock, wat niet echt indrukwekkend of boeiender wordt. Interactie met het publiek is er niet, er gebeurt nauwelijks iets op het podium en is daarmee ook visueel niet heel erg vermakend. Wel komt als speciale gast bij een of twee nummers Sean Wheeler nog even mee doen, maar ook dit voegt niet heel veel toe aan het optreden.

Op het grote podium krijgen we Iced Earth voor geschoteld. Stu, de zanger, gooit gelijk zijn keel open en voorziet de klassieke heavy metal van scheurend vocalen. Hij wisselt af tussen een rauwe zangstem en een zeer hoge scream, die wel erg goed op toonhoogte blijft. Indrukwekkend! Het gitaarwerk en drums zijn minstens net zo goed. Het is wel duidelijk, hier staan een paar goede ervaren rotten in het vak op het podium. Het publiek geniet dan ook met volle teugen van het geweld wat van het podium af knalt. Ook hier laat het publiek er geen gras over groeien en maakt er een mooi pit feestje van.

Dan is het in de tent tijd voor wat anders, namelijk snoeiharde deathmetal in de vorm van Obituary. Deze heren hebben niet veel nodig om de tent op zijn kop te zetten, ze doen wat ze altijd doen, namelijk helemaal los. De response vanuit de hele tent is dan ook gelijk ‘horns up’ zodra daar om gevraagd wordt. Het is behalve erg goed ook een afwisseling op de heavy metal en stoner rock die we de rest van de dag al zien en horen. Lomp, bruut en hard dreunt de tent op zijn grondvesten. Behalve klassiekers komen er uiteraard ook songs langs van het nieuwe album. Wat we wel gewend zijn van ze, zijn de iets te lange pauzes tussen de nummers, maar misschien is het ook niet onverstandig om iedereen even op adem te laten komen. Veel pit ontstaat er overigens niet, maar crowdsurfen kunnen ze hier als de beste en dat is zwaar werk! Prachtig om dit te zien gebeuren, met ernaast aan weerskanten op de palen van de tent grote borden met daarop: NO Crowdsurfing. Als laatste nummer krijgen we uiteraard een heerlijke klassieker, namelijk de titeltrack van het gelijknamige album, Slowly we Rot! Ze doen hem allleen wel in tandje overdrive. Waarom duurt deze set nou niet langer….

Het harde tempo gaat gelijk na het einde van de set van Obituary nog een tandje harder door met de oorverdovend harde thrash van Testament. We houden ons hart vast, de afgelopen keer dat we ze zagen op Dynamo Metal Fest was het niet helemaal een succes. Het was namelijk een zeer kort succes, de band kwam 45 minuten te laat en kon hierdoor maar 5 nummers laten horen. Dit keer zijn ze wel op tijd op het podium en hebben ze voor zover te horen geen technische problemen. Oude songs zoals Into the Pit, Over the Wall en Practice what you Preach komen in de set voorbij, maar ook allerlei nieuw materiaal. Bij het laatste nummer, The Formation of Damnation, zien we eindelijk een fatsoenlijke grootte moshpit ontstaan, waarbij zanger Chuck het ook nog voor elkaar krijgt om het publiek een wall of death te laten uitvoeren. Een waardig einde van een erg vet concert, dit is zoals thrash metal hoort te zijn.

Zo hard als we net hebben gehad gaat het nu even niet worden, de volgende band is de stoner/doom metal band Sleep. De muziek doet je acuut denken aan de tekst van het nummer van Fleddy Melculy, namelijk 1 noot. In de hoop dat het puur het eerste nummer zou zijn toch maar blijven luisteren, maar ook het tweede nummer voldoet aan deze zelfde omschrijving… De afstelling van het geluid helpt hen helaas ook niet, wat we te horen krijgen is een grote brij herrie. Het zijn een aantal hele lange nummers die me helaas niet heel erg kunnen boeien. De tent is echter vrij goed gevuld, dus er zijn zat bezoekers die het wel degelijk kunnen waarderen. Smaken verschillen.

Venom is dan aan de beurt op de prison stage. Deze band laat er absoluut geen gras over groeien. De pyro’s op het podium en op de torens doen het weer goed. Zeker de vlammen die uit de torens schieten zijn flink groot, je voelt de helse warmte over een groot deel van het terrein! Het past er goed bij want het lukt de band mede hierdoor een zeer duivelse sfeer neer te zetten. Cronos, de vocalist van Venom, heeft er ook een uitstekend bijpassend hoofd voor. Met de meest eng uitziende blikken knalt hij zijn teksten er uit. De set voelt lang, maar dat komt ook door de enorme hoeveelheid korte nummers die op het publiek worden afgevuurd. Het is niet de eerste keer dat ze hier op het podium staan, 2 jaar geleden mochten ze het veld ook al eens in vuur en vlam zetten. Dit lukt ze nu weer, want ze hebben gezorgd dat de set op een paar nummers na compleet anders is dan toen. De toegift is flink, we krijgen nog een viertal nummers voorgeschoteld, maar na Pedal to the Metal is het toch echt afgelopen.

Venom is nog maar nauwelijks klaar als leadzanger/gitarist Olva, beter bekend als Abbath Doom Occulte, van Abbath al vuur staat te spugen op het podium. Er knalt een ontzettende bak gitaar geweld van het podium af in de tent. De geschminkte bandleden geven hem flink van jetje. De band, die eigenlijk nog maar pas bestaat, heeft het al gauw ver geschopt. Waarom is wel duidelijk, de kwalitatief goede Noorse Black Metal knettert van het podium. We horen wel heel veel Immortal terug. Logisch ook, daar de band gedeeltelijk uit exleden bestaat en Olva zelf een van de originele leden was. Muziektechnisch is het genieten, want het is strakker dan strak en knetterhard. Dat men het waardeert blijkt wel uit het feit dat de tent zo goed als helemaal vol staat. Het kijken naar de band wordt het publiek wel een beetje lastig gemaakt. Er wordt dusdanig veel rook het podium opgespoten dat de artiesten nauwelijks te zien zijn. Voor de lichtshow is het heel leuk, voor de sfeer ook. Voor de fotografen vast niet… Het blijft mooi om te zien, diepe harde duistere black metal, terwijl er vooraan in het publiek gespeeld wordt met een grote opblaas strandbal, die over het publiek heen en weer wordt gemept. Ondertussen is het genre natuurlijk zeer geschikt voor een potje headbangen, er vliegt dan ook genoeg haar in het rond, zowel op het podium als in het publiek. Abbath is als black metal front man wel een wat vreemde, hij kondigt de nummers bijna humoristisch aan en tussen de nummers door bespeelt hij het publiek met vreemde handgebaren om ze te laten juichen naar zijn wil. Dit lukt hem zeer aardig, om dan ineens uit het niets met het volgende keiharde nummer te beginnen. Verrassend! De drummer verdient overigens ook een vermelding; wat een beest op die dubbele bas. Hij speelt superstrak en werkelijk bizar snel, waarbij hij ook nog een flink deel van de tijd keihard zit te headbangen. Wat een band!

Als laatste op de main stage vandaag: Saxon. Deze Britse heavy metal goden, want zo mag je wel genoemd worden na 40 jaar ervaring, met 21 albums en met nummer 22 op komst, zijn een publiekslieveling. Bijna het hele veld staat volop te genieten van de typerende metal die al zo populair is sinds de jaren tachtig. We krijgen een hoop oud werk voorgeschoteld in de anderhalf uur durende stevige set. Motorcycle Man, 20,000 Ft, Dogs of War en ga zo maar door. Als je als band nummers kunt aankondigen uit 1980 dan ga je toch inderdaad al wel heel lang mee. Biff concludeert dan ook dat er zat mensen uit het aanwezige publiek toen nog niet eens geboren waren! Ze zetten als bewijs dan ook 747 in. In het publiek staat tijdens het concert overigens nog een bijzonderheid, er is een dame die een bord boven zich houdt waarop “Get this bride on stage” te lezen is! Zou het gebeuren? Dat de band het al zo lang volhoudt komt niet voor niets. Ze spelen erg strak, zijn een genot om naar te kijken en herhalen nummer na nummer deze zelfde kwaliteit. Voor solo’s is natuurlijk ook plek in deze set, Nibbs laat op z’n bas horen hoe het moet, hij staat hier om bekend. Het publiek gaat ook uit zijn dak en dat is niet verwonderlijk. Als toegift doet de band een drietal echte klassiekers, ieder van het gelijknamige album: het beroemde Wheels of Steel, Crusader en als allerlaatste Denim and Leather. Het wordt afgesloten met een mooi vuurwerk boven het podium, wat eindigt in een knetterende knal met vuur.

Als kers op de taart mogen Wolves in the Throne Room hun kunstje doen in de tent, als een soort after party. De band is nauwelijks te zien op het podium, de verlichting en rook laten toe dat we wat silhouetten kunnen waarnemen. De band begint vrij flauwtjes, het zou een black metal band moeten zijn, maar het is zo traag en loom dat het wat van stoner weg heeft. Het trekt ook niet al te veel publiek, er staat buiten de tent een massa mensen nog bier te drinken en ook veel gaan er al naar huis. Naar mate de set vordert gaat het wel wat richting black metal en wordt ook de kwaliteit wat beter, het lijkt wel alsof men moest warm spelen. In verhouding tot de andere bands van vandaag is het maar matig en daar we morgen nog een lange dag hebben gaan we onderweg naar huis.