Na de dood van zanger Layne Staley en de wederopstanding van Alice In Chains met nieuwe frontman William DuVall is een ding duidelijk. Gitarist/ zanger Jerry Cantrell heeft veruit de grootste invloed op het Alice In Chains geluid. Dat liet hij ook horen tijdens zijn solowerk. De vette groove en melodie. De zwaar aangezette gitaarpartijen die net zo makkelijk afgewisseld worden met akoestische (tussen)stukken. De, bijna op de Beatles lijkende, samenzang tussen DuVall (/Staley) en Cantrell. Het zijn allemaal kenmerken die van begin af aan het Alice In Chains geluid hebben bepaald. Het grote verschil is wel dat de wanhoop, de depressie en de (door drugs) doorleefde waanzin niet meer te horen is bij de huidige bezetting. Nergens komt het down in a hole gevoel meer bovendrijven. Wat betreft kwaliteit van de muziek is dit niet storend. Wat betreft het gevoel wordt het wat gemist. De pogingen zijn er wel, luister bijvoorbeeld naar Deaf Ears Blind Eyes, Fly, All I Am of Maybe. Toch is Rainier Fog een goede Alice In Chains plaat. De band kiest, ten opzichte van de vorige twee platen, meer voor groove en melodie. Dit gaat iets ten koste van de metal kant, maar het levert wel meer ruimte op voor de (samen)zang van DuVall en Cantrell. Wil overigens niet zeggen dat de hardere kant van de band vergeten wordt. De gitaarriffs van bijvoorbeeld The One You Know en So Far Under bewijzen dat. Hetzelfde geldt voor het rockende, door drums voortgedreven, Never Fade. Rainier Fog is afwisselender dan Black Gives Way To Blue en The Devil Puts Dinosaurs Here. De plaat klinkt bovendien (door de gemaakte keuzes) meer dan ooit als de oude gloriedagen van weleer. In die zin is het een prima en typische Alice In Chains plaat.

Alice In Chains