Je hebt comebacks en je hebt comebacks…

Het is 1974. Het Amerikaanse trio American Tears, onder leiding van Mark Mangold (in ons land bekend van de AOR band Drive She Said), bracht in 1974 het eerste album Branded Bad uit. Gevolgd door Tear Gas in 1975. De band laat op deze albums een keyboard-georiënteerd AOR-geluid horen. Een uniek geluid dat bestaat uit Hammond orgel, synthesizers, Mellotron, clavinet, drums en basgitaar. De band had het geluk om op te treden met Peter Frampton, The J. Geils Band, Alvin Lee, Gentle Giant, Gary Wright, John McLaughlin en andere grote namen uit die tijd. Ze bereikten een breed publiek en hadden een indrukwekkende show. Daarbij maakte Mark Mangold, omringd door een keyboard of 12, regelmatig een handstand op zijn Hammond. Het kan allemaal niet op wanneer in 1977 het derde album Powerhouse wordt uitgebracht. Daarop wordt het vierde bandlid gitarist/zanger Craig Brooks geïntroduceerd. Het geluid was toen al dermate veranderd dat de bandnaam werd gewijzigd in Touch (die een hoogtepunt vierden met een optreden op Monsters of Rock op 16 augustus 1980).

Het is 2018. Mark Mangold is zijn wilde haren inmiddels kwijt en handstandjes gaan hem niet zo goed meer af. Maar keert in zijn eentje (zijn vroegere bandmaatjes bleken spoorloos verdwenen) met het vierde American Tears-album Hard Core terug naar de toetsen-gebaseerde aanpak. Inclusief alle instrumenten die hij in de jaren zeventig tot zijn beschikking had toen de band begon. Ik durf te stellen dat deze ‘band’ anno 2018 (naast Zombi) misschien de enige ter wereld is die uitsluitend keyboardrock speelt. Met een mix van ELP, Moody Blues, Arthur Brown, Focus en zelfs Deep Purple slaat Mangold mij gedurende een klein uur genadeloos om de oren met een album waar de energie en pure emotie vanaf spat.

Opener en titelnummer Hard Core zet gelijk al de toon met emotionele zang die doet denken aan Archive, ondersteund door zalige toetsenpartijen en mini-Moog solo’s. Liefhebbers van Hammond orgel (zoals ik) zullen opveren bij Carnivore. Breed uitgesponnen partijen en razende loopjes worden je deel. De licht doorleefde stem van Mangold doet de rest. Halverwege volgt een overgang naar een door opzwepende drums ondersteund opwindend duel tussen Hammond en mini-Moog. Na Lost In Time, wat een mix is van Focus en ELP, volgt Fyre. Het nummer is een vette knipoog naar Deep Purple’s Burn, The Doors’ Like My Fire en nog het meest naar Fire van Arthur Brown. Maar wat wil je met dat raspende en wervelende Hammond geluid. Een kostelijk en swingend nummer waarbij je niet stil kunt blijven zitten.

Op Smoke And Mirrors keert Mangold terug naar een mix van Focus en Archive. Door de dubbele laag toetsen inclusief een paar lekkere solo’s worden basgitaar en gitaar hier totaal niet gemist. Vooral erg mooi zingen doet Mangold op The Ferryman, waarin toetsen een kleiner aandeel hebben en minder opvallend aanwezig zijn. Soms doet hij hier denken aan Geoff Downes. Nuclear is het meest elektronische nummer en klinkt als Vangelis. Tear Gas (naar de titel van het tweede album) is rechttoe rechtaan keyboard rock (denk aan Status Quo met toetsen in plaats van gitaar) en Mangold’s karakteristieke stemgeluid doorspekt met verrassende toetsensolo’s. Deplorable kent een intro van kerkorgel en een donkere langzaam aanzwellende sequencer. Het gaat over in een stuk met ultra modern klinkende toetsen en afwisselende ritmiek. De afwisseling van toetsenbombast en solo’s doen me denken aan Erik Norlander. Met ruim zeven minuten is Bottoms Up het langste nummer. Zo zouden The Rolling Stones dus klinken wanneer ze gitaren zouden vervangen door toetsen. Zelfs de zang lijkt op Mick Jagger. Het instrumentale en pastoraal klinkende toetsennummer At Last sluit dit heerlijke album in ontspannen en gemoedelijke sfeer af.

Hard Core staat garant voor een uurtje zalige toetsen rock. Tegelijk vind ik het een van de mooiste muzikale comebacks van deze eeuw. Je zult dit album dan ook hoog in mijn jaarlijst terugvinden.