Amplifier noemt zichzelf een alternatieve rockband. Ze zijn afkomstig uit Engeland, bestaan sinds 1999 en brachten in 2004 hun debuutalbum ‘Amplifier’ uit. Daarop volgende nog enkele EP’s en een volgend album. In december 2010 kwam het dubbelalbum ‘Octopus’ uit.

 Waar het woord ‘alternatief’ vandaan komt is direct goed te horen. Na het album twee  keer geluisterd te hebben, weet ik nog niet goed wat ik erover moet zeggen. Een experimenteel geluid, een mengeling van gitaren, drum, maar ook piano en computersounds. Af en toe komt er een goede zangstem bij kijken, wat het dan bijna een ‘normale’ band maakt, maar al snel daarna schieten akkoorden weer alle kanten uit. Toch zit er iets in deze muziek dat maakt dat je blijft luisteren. Of misschien wacht ik tot ze eindelijk weer normaal gaan doen. En op die manier luister ik dan toch weer het hele album af. De tracks variëren van flinke rocknummers met gitaren en drumpartijen tot rustige ballades met akoestische gitaren en een piano hier en daar. De vergelijking met de octopus is wellicht goed gevonden. Tentakels die alle kanten uitschieten, niet te voorzien. Soms naar boven, naar beneden, soms hard, soms zacht. Onvoorspelbaar. Over de muzikale kwaliteiten van deze drie bandleden valt weinig op te merken. De instrumenten klinken strak, met genoeg variatie om te laten zien dat ze de hoogstandjes van de muziek in hun bezit hebben. Bovendien speelt emotie een grote rol binnen dit album. En is emotie niet het belangrijkste in de muziek?  Ik weet zeker dat er een grote schare fans zal zijn, die niet genoeg zal krijgen van deze band met zijn experimentele muziek. Gelukkig voor hen, bevat het album ‘Octopus’ twee cd’s.

Maar ík zet even iets anders op. Nu weer normaal.