In 1995 verraste het Britse Arena menig neo-prog liefhebber met hun debuutalbum Songs From The Lions Cage. Drie jaar later leverde de band hun volgens velen beste album The Visitor af. Twintig jaar na dato van deze ‘mijlpaal in de proghistorie’ toert de groep door Europa en speelt dat album integraal live (lees hier het optreden op 4 mei 2018 in Hedon, Zwolle). Maar anno 2018 is er meer en wel het negende studio-album Double Vision. Genoemd naar het gelijknamige nummer op The Visitor.

Ten opzichte van het vorige album The Unquiet Sky uit 2015 is er op Double Vision weinig tot niets veranderd. De bezetting is hetzelfde en het album is opgenomen in de vertrouwde Thin Ice Studios van Karl Groom. Naast dat het album productioneel gezien (zoals altijd) staat als een huis, klinkt Arena op Double Vision hechter dan ooit. The Unquiet Sky vond ik geen slecht album, maar klonk alsof de sleet er na twintig jaar op zat. De live cd/dvd XX vond ik daar de bevestiging van. De band oogt en klinkt daar uitgeblust. Wellicht hebben Clive Nolan en consorten dat zelf ook ingezien, want op Double Vision lijkt de band begonnen aan een nieuwe jeugd.

Bij een nieuwe jeugd hoort een nieuw geluid. Zonder het eigen herkenbare geluid geweld aan te doen laat Arena op dit album een steviger geluid horen. Neem Zhivago Wolf waar de combinatie van toetsen en gitaar mij doet denken aan Threshold. Deze lijn wordt op The Mirror Lies verder doorgetrokken. Dit nummer wordt live ongetwijfeld een publiekslieveling. Het refrein is origineel en de zanglijnen zeer sterk en zetten je na één keer al aan tot meezingen. Verder maken we kennis met een ander toetsengeluid van Clive Nolan. Het draagt allemaal bij aan het nieuwe frisse geluid wat Arena zich heeft aangemeten.

Dat Paul Manzi een geweldige zanger is laat hij horen op het aanvankelijk rustige Scars. Een nummer wat duidelijke verwijzingen heeft naar de Crying For Help nummers. We moesten even wachten op de befaamde melodieuze en messcherpe gitaarsolo’s van John Mitchell, maar op dit nummer laat ook hij horen nog niet versleten te zijn. Dankzij heavy gitaarpartijen gaat Paradise Of Thieves weer richting Threshold. Het brute gitaargeweld wordt afgewisseld met prachtige vocalen in het aanstekelijke refrein en heerlijk meeslepende gitaarsolo’s. De naam Threshold viel al vaker. Red Eyes had net zo goed op een Threshold album kunnen staan. Het lijkt alsof Karl Groom zich meer dan alleen met de productie heeft bemoeid. Poisened is het goed getimede rustpunt op Double Vision met wederom prachtige zang van Paul Manzi begeleid op akoestische gitaar.

Het beste bewijs dat Arena zichzelf opnieuw heeft uitgevonden is het epische slotnummer The Legend Of Elijah Shade. Vijf keer eerder bewees Arena nummers tussen tien en twintig minuten te kunnen componeren. Op Songs From The Lions Cage staan Valley Of The Kings en Solomon, Pride heeft Sirens,  Moviedrome staat op Immortal? en op Pepper’s Ghost staat Opera Fanatica. Het zijn stuk voor stuk juweeltjes. The Legend Of Elijah Shade is met bijna 23 minuten het langste nummer wat men (lees Clive Nolan) ooit componeerde. En daarvan is geen minuut teveel. Sterker nog, van mij had hij nog langer mogen duren. Het voert te ver om het nummer tot in detail te bespreken. Ben je enthousiast geraakt over het voorgaande, laat je dan gek maken en meevoeren in de achtbaan van dit muzikale pronkstuk. Piepklein smetje vind ik dat het nummer nogal abrupt eindigt met zachte toetsen na een snelle fade-out van een fraai gitaar intermezzo.

Met Double Vision wordt de klassieker The Visitor niet overtroffen. Dat is geen schande. Het beste nieuws is dat Arena op Double Vision laat horen dat het nog jaren mee kan.