Nieuw werk van Ayreon is ‘hot’. Al weken, maanden gonst het in progrockmetalland. Langzaam werd de spanning opgebouwd met het verstrekken van druppelsgewijze informatie over bijdragen van gastmuzikanten/-vocalisten. En dat krijg je het album voor het eerst in handen. Op alle gebied een spannende gebeurtenis. Als liefhebber van het werk van Ayreon (Arjen) ben ik benieuwd wat The Source me zal brengen. Als reviewer ben ik benieuwd of ik juist de kern van het album weet te treffen. De ervaring leert dat werk van Arjen namelijk werkt als een goede whisky. De smaak is al uitstekend, maar wordt beter naarmate de tijd verstrijkt.

Het verhaal van The Source begint op planeet Alpha waar de technologie de intelligentie van mensen voorbij gestreefd is en waar een onafwendbaar einde voor de mensheid op de loer ligt. Reden voor een handjevol mensen om op zoek te gaan naar een nieuwe geschikte planeet die bij de ster Sirrah lijkt te liggen. Op CD 1 zijn de voorbereidingen te volgen en de interactie van de gegadigden om op CD 2 de reis te beginnen met het multifunctionele ruimteschip Starblade. In de vorige eeuw bij de start van de Ayreonreis kon je nog spreken over science-fiction achtige taferelen. Na bijna twee decennia in de 21ste eeuw zou het verhaal niet eens ver van de fantasie kunnen liggen.

Tekstueel en muzikaal put Arjen voor dit album van Ayreon uit een reeks klassiekers, geïnspireerd door het artwork van de Franse artiest Yann Souetre. Voor het eerst was het artwork ook het uitgangspunt van de composities en niet andersom.

Met The Day That The World Breaks Down start het verhaal in een compositie van twaalf en een halve minuut. Deze compositie heeft alle kenmerken van het Ayreongeluid in zich. Er is bombast, folk, warmte en kracht. Tevens zijn alle gastzangers en –zangeressen in deze compositie van de partij. Ultieme progrock met een fraai uitstapje naar een bluesygitaargeluid. De noodzaak tot actie krijgt meer vorm in Sea Of Machines. Een compositie die klassiek start en waarin Maaike Peters, Ben Mathot en Jeroen Goossens laten horen waarom ze wederom op dit album thuishoren. Het wat Beatle-achtige karakter in de compositie doet denken aan het werk van Arjen op het album Lost In The New Real. Het mechanische idee van het album wordt door Nils K. Rue (Pagan’s Mind) op een fantastische manier teniet gedaan door zijn rol als Prophet.

Gitaartechnisch is Everybody Dies een juweel. Zwaar aangezet maar ook subtiel gierend vormt het een stabiele basis voor de zang en het toetsenwerk. Liefhebbers van Devin Townsend kunnen voor deze compositie het album meteen aanschaffen en met de zang van Tobias Sammet merk je hier heel goed dat de projecten Ayreon en Avantasia overeenkomsten hebben. De Star Of Sirrah is het begin van het tweede hoofdstuk. Gevoelig en sterk is de compositie opgebouwd. De rolverdeling is treffend en gaat steeds meer groeien. Met James LaBrie en Russell Allen die zichzelf lijken te overtreffen. De zwaar aangezette gitaarmelodie laat horen waarom het album geen vervolg is op The Theory Of Everything maar wel een Ayreonproject is. Tot nog toe is het luisteren naar The Source als wegglijden in een warm bad en bedolven worden door een muzikale perpetuum-fontein.

De twijfel en het afscheid vallen zwaar wanneer je All That Was beluisterd, waarin Simone Simons (Epica) en Floor Jansen (Nightwish) het gevoel triggeren. In Run! Apocalypse! Run! nadert het einde bijna voelbaar. De muziek is gedreven en voelt gehaast en de keyboardsolo in de compositie is trefzeker en eist de aandacht geheel op. Dat opgehaaste gevoel verdwijnt in het nogal sombere Condemned To Live. De compositie is een soort keerpunt in het verhaal. Ook de compositie zelf verandert naarmate het vordert en het is en wordt weer helemaal helder waarom ook drummer Ed Warby gevraagd is voor zijn rol in deze rock-opera.

Met Aquatic Race zijn we op weg. Muzikaal even lekker helemaal proggy met diverse stijl- / tempo- en stemmingswisselingen waarin solo- en samenzang elkaar versterken. Met The Dream Dissolves is er ruimte voor wat bezinning. Het start met fragiel fluitspel en orkestrale ondersteuning. Simone Simons past met haar stemgeluid uitstekend in de setting. Na een opstuwend stuk krijgt het geheel een prachtige invulling met een uitmuntende gitaarsolo die je meepakt en even niet meer loslaat. Pas in Deathcry Of A Race krijg je door het folky-intro weer beweging in je ledematen en vaar je verder op de intergalactische reis. De compositie kent het kenmerkende riffgeluid gesierd met Oosterse invloeden. Het krijgt nog meer lading door het stemgeluid van Zaher Zorgati (Myrath). Heel bijzonder is het operagedeelte waarin Simone Simons naast het karakteristieke Arabische geluid de klassieke Europeanen lijkt te vertegenwoordigen. Jeroen Goossens laat van zich horen en de compositie ontwikkelt zich naar fraaie duetten.

Ayreon mag progrock genoemd worden; Into The Ocean ligt meer in het verlengde van de symfonische rock van weleer of Deep Purple in den beginne. Muzikaal beweegt Arjen zich, tegen de stroom in als een verse Zalm, eveneens naar the Source van de hedendaagse metal. Het tempo is heerlijk, de afzonderlijke zangers vormen samen één geheel en de samenzang is verrijkend voor het toch al volle geluid. Into The Ocean zou ook zomaar passen op een Star One-project.

In een typische Ayreonsetting vervolgt Bay Of Dreams dat uptempo gevolgd wordt door Planet Y Is Alive. Deze compositie start met een fraai instrumentaal stuk, het tempo bouwt zich langzaam op en blijft steken in een opzwepend stuk muziek. Russel Allen blijft ook in dit stuk overtuigen als zanger. Zijn prachtige warme stem komt uitstekend tot zijn recht omdat de muziek tijdens zijn stuk naar de achtergrond verschuift en alle aandacht getrokken wordt naar zijn zangspel. Daarnaast is er heeeeel veeeeel ruimte voor het gitaarspel.

Terug naar de melancholiek in The Source Will Flow. Een prachtige compositie waarin Simone Simons schittert en James LaBrie en Tommy Rogers met hun warme stemgeluid in de muzikale setting mijn Alan Parson-hart wat sneller doet kloppen.

We naderen het einde van de Ayreonreis. In Journey To Forever start de samenzang als een Kansas-achtig tafereel. Weer worden we getrakteerd op mooie samenzang in heldere melodieën die beschouwd kunnen worden als refrein of als epische afsluiter van een geheel. Hoewel we via The Human Compulsion even in de hoofden van een aantal hoofdrolspelers de twijfel, de reflectie of de toekomst mogen aanschouwen. Naarmate de compositie vordert, wint het aan kracht en bouwt het zich toe naar een hoogtepunt dat door March Of The Machines in de vorm van de androïd TH-1 (Michael Mills – Toehider 1?) als een soort open einde machinaal naar een einde wordt gedirigeerd.

The Source is een reis. Letterlijk en figuurlijk. Het avontuur dat de leden aangaan is fictief, maar voelt realistisch en weet door de krachtige en ook gevoelige emotionele muzikale stukken je keer op keer te raken. Ik geloof niet dat bovenstaande review kan beschrijven en omvatten wat het luisteren van dit nieuwe werk van Arjen Anthony Lucassen met je doet. Het lijkt een muzikale Lord Of The Rings. Omvattend, meeslepend en prachtig ingebed in slechts anderhalf uur.

Ik kan alleen mijn gevoel ervaren en proberen te omschrijven wat het met me doet. Er rest mij slechts één gedachte bij de laatste tonen van het album. Ik voel me nederig en content, want Arjen heeft het wederom geflikt.