Onlangs vroeg ik de eigenaar van mijn favoriete platenzaak naar zijn gedachten over het Britse Bastille. ‘Zij gaan Europa veroveren’, zegt hij. Met  hoge verwachtingen stap ik de kleine zaal van Paradiso binnen. Een half uur voor aanvang sta ik nog geen meter van het podium. Deze band moet van de zomer fungeren als voorprogramma voor Muse. Hoe is dat in godsnaam mogelijk?

Het is vijf over tien als de vier bescheiden bandleden het podium betreden. Ik meen mij te herinneren dat ik met mijn eigen bandje op grotere podia heb gestaan. Direct is duidelijk dat zanger Dan Smith en zijn bandleden de faam (die ze zeker verdienen) nog niet gewend zijn. Tussen de nummers door volgen korte bedankjes richting het publiek. Dan kijkt dan vrijwel altijd naar de grond. De andere bandleden? Daar zijn welgeteld nul woorden uit komen rollen. De bassist lijkt het heel ongemakkelijk te vinden om gefilmd en gefotografeerd te worden. Ook hij kijkt vaak naar de grond. De toetsenist/ bassist 2.0 links van het podium lijkt aan twee armen te kort te hebben. Hij is het hele optreden bezig met multitasken om juist dat geluid te creëren wat nodig is om Bastille de band te maken waarmee Europa dus binnenkort mee veroverd wordt.

Goed, entertainers zijn het dus nog niet. Jammer. Maar niet getreurd, want de interactie met het publiek wordt op een ander gebied weer volledig goed gemaakt. Op muzikaal vlak weet Bastille daadwerkelijk te excelleren. De kracht van hun liedjes op het album worden makkelijk op het podium vertaald. Er zijn dus weinig verassingen vanavond: geen extra solo’s of effectjes. Wel gooit de zanger alles uit de kast (bijvoorbeeld door middel van extra uithalen), zonder dat zijn stem een keer is overgeslagen. Dit was eergisteren in België wel het geval.  De klapper? Het geluid is werkelijk uitstekend: zelden heb ik dat zo gehoord.

De impact van de drums en bass werd in de kleine zaal nog extra versterkt door de toepassing van meerdere trommels, een elektronische bass en een bassgitaar. Mr. multitask en Dan kunnen hun agressie ideaal kwijt op deze extra drums. Het mooie hiervan zijn de overlappende ritmes: telkens dansen twee ritmes door elkaar en met elkaar. De geluidsmannen zijn nog net niet aan het wedden op de trommel die het eerste sneuvelt.

De bandleden gebruiken deze assisterende instrumenten gedurende het hele optreden. Wat spelen ze? Het hele album ‘Bad Blood’ (tevens de opener van de avond), behalve ‘Weight of living part 1.’ en ‘Daniel in the Dan.’ Het dak gaat er af bij de cover waar zij om bekend staan: ‘Rhythm of the night’ van Corona uit de jaren negentig. Ook spelen ze als verassing een nummer van hun Soundcloud EP ‘Other people’s heartache.’ Zelfs dat nummer kunnen nog verdomd veel mensen mee zingen. Je ziet een duidelijke tweedeling in het publiek: die-hard fans die alles kunnen meezingen en Hitzoners (zo noem ik ze even voor het gemak). Hitzoners zijn de mensen die Bastille eigenlijk alleen kennen van hun hit ‘Pompeii’, die nu ook in de top 40 staat.

Ter afsluiting speelt de band haar meesterwerk ‘Flaws.’ Het concert stijgt naar grote hoogten als Dan door het publiek begint te wandelen en een plekje hogerop zoekt. Gillende meisjes zijn dominant, integendeel tot de ‘Flaws’ in het spel van Bastille. De Britten excelleren niet alleen in de studio, maar ook op het podium. Het is dan ook niet gek dat de cd’s na de show als warme broodjes over de toonbank gaan. En ik? Ik pak nog even een t-shirtje mee.