best kept secretHet best bewaarde geheim is natuurlijk niet erg geheim gebleven als de eerste editie direct uitverkoopt. Het grote geheim is eerder hoe Tilburg ervoor gezorgd heeft bijna onbereikbaar te zijn door wegwerkzaamheden. Denk je er eindelijk te zijn, blijkt ook nog eens dat in Tilburg veel wegen opgebroken zijn. Vreemd dat er zo weinig rekening mee gehouden is dat er een leuk festival in de omgeving gehouden wordt. De auto kun je dan wel weer opmerkelijk dicht bij de ingang van het festival kwijt. Een unicum.

Het terrein zelf is te omschrijven als Lowlands in het klein. Drie podia, een ruimte voor dance liefhebbers, een (erg) kleine festivalmarkt, strand en water. Het meest opmerkelijke is de uitgebreide keuken. Voor iedereen wat en voor de vegetariër zelfs bijzonder veel. Wat betreft catering is Best Kept Secret nu al uitverkozen tot culinair festival van dit jaar. Sterker nog, de afgelopen tien jaar (en misschien wel de tien jaar daarvoor) ben ik zo’n uitgebreid aanbod aan eten niet tegen gekomen.

Bij een eerste editie zijn er ook nog wat minpuntjes te noemen. De bands op het podium in de tent (podium 2) zijn op veel plaatsen niet te zien. Het terrein voor het podium lijkt langzaam op te lopen en daarom kijk je meestal tegen de achterhoofden van mensen voor je. Daarnaast blijkt de tent niet berekend op het aantal bezoekers. Het voordeel van een bandprogramma die elkaar direct opvolgt op het hoofdpodium en op podium 2, zodat je alle bands kan zien, wordt zo een nadeel. Als sardientjes staat het publiek op elkaar geplakt bij optredens en bij de enkele flinke buien die we vandaag te verduren krijgen. Ander minpuntje heeft weinig met de organisatie te maken (of het moet zijn dat de drukte in de tent er debet aan is). Er hangt in de open lucht een relaxed sfeertje, maar in de tent zijn er voldoende mensen die het liefst door je heen (willen) lopen om maar naar voren te komen. Onbeschoft? Ik vind van wel, maar vandaag lijkt het voor veel mensen gemeengoed te zijn. Gelukkig zijn er veel mensen die er ook net zoals ik over denken.

Muziek was er natuurlijk ook! Wij starten de dag met (de laatste paar nummers van de) Black Lips. De vrolijk aandoende garage rock, of zoals de band zelf zegt ’flower punk’, gaat erin met volle teugen. Niet wereldschokkend, maar wel vermakelijk met aanstekelijke momenten.

Local Natives maakt op het hoofdpodium indruk met hun door passie gedreven indie rock. Spannende ‘hooks‘, goede (samen)zang, lekker drumwerk en nummers die een kop en een staart hebben. De zang van Taylor Rice, Kelcey Ayer en Ryan Hanh vult elkaar prima aan. Het optreden klinkt veel dynamischer dan hun albums “Gorilla Manor” en “Hummingbird”. Lekker gedreven gebracht. De zon gaat er zelfs even vol voor schijnen.

Op tijd terug naar het podium in de tent om de Britse alternatieve pop/ rock band Everything Everything te horen. Wat opvalt is de hoge toon waarop de heren zingen. Jammer genoeg soms tegen het pijnlijke af en het doet afbreuk aan de muziek. Opmerkelijk is dat die hoge mannenstemmen buiten de tent veel beter te pruimen zijn dan erin. Dan valt op dat de band achter Jonathan Higgs best een aardig deuntje kan spelen. Wat tegenvalt zijn de genoemde elektronica invloeden. Everything Everything is namelijk niet veel meer dan een leuk popbandje met een Boy band zang benadering.

Door te genieten van de culinaire keuken en de lange – maar zich relatief snel oplossende – rijen voor de toiletten missen we Palma Violets. Wel zijn we op tijd in de tent om Suuns te aanschouwen. De band start veelbelovend met langzaam opgebouwde, dreigende elektronica, maar weet die opgebouwde spanning helaas niet lang vast te houden. Het tempo zakt, de band herhaalt zich teveel in nummers en weet daardoor de aandacht niet vast te houden. Misschien is het overdonderende begin van deze set de start van een verder mooie toekomst? We wachten het af.

Kurt Vile & The Violators bewijzen daarna op het hoofdpodium dat we te vroeg zijn gaan eten. Misschien zijn we op het verkeerde been gezet door de naam the violators, want Kurt Vile brengt rock zonder ballen. In het eerste nummer horen we iets teveel en te vaak ’Yeah’ in de tekst terug. Het wordt zelfs enigszins lachwekkend op een gegeven moment. Het is dan ook opvallend rustig voor het podium. Na drie nummers rock zonder spanning, gevoel (want de zang is erg eentonig) vinden wij het wel genoeg. Liever een plaatsje zien te bemachtigen voor het optreden van Portishead in de tent zodat we daar iets van kunnen zien…

En dat lukt! Portishead kwam, zag en overwon. De tent is veel te klein, het publiek in grote getale al vroeg aanwezig en de band is in bloedvorm. Niet zo magisch als ooit in Paradiso, maar strak en sterk. Opvallende beelden op een groot scherm, een mix van ‘live’ beelden van de band en verschillende vormen, maken de show af. Beth Gibbons is goed bij stem. Het geluid lijkt wat dof soms, maar knalt eruit als het werkelijk moet. Heerlijk dreunende ritmes en gitaar tijdens ‘Machine Gun’ en, vooral, ’We Carry On’ bijvoorbeeld. Natuurlijk kunnen we genieten van prima uitvoeringen van o.a. ‘Glory Box’ en ‘Sour Times’. Voor een band die alweer vijf jaar niks heeft uitgebracht zijn ze wel – terecht – nog steeds erg populair.

Na het terugbrengen van de munten en sfeervol begin van Sigur Ros (en een korte discussie of het niet veel donkerder moet zijn voor zo’n ultieme sfeer band) moeten we helaas terug. Volgende dag erg vroeg op (lang leve de decentralisatie jeugdzorg) en daarom voor de ’grote uittocht’ op weg. Een uiterst succesvol Best Kept Secret laten we achter ons.