Steeds als het Noorse progressieve collectief een album uitbrengt, volgt het solo-album van Bjørn Riis  krap een jaar later. Tenminste zo was het bij Lullabies In A Car Crash en zo werkt het nu ook bij het nieuwe album Forever Comes To An End, dat krap een jaar na het uitzonderlijke meesterwerk Disconnected komt.

De Noorse gitarist valt niet ver van de fjørd, kunnen we wel stellen, hoewel de composities op Forever Comes To And End minder progressief van aard zijn. De schoonheid ligt meer in de melancholie, in de rust van een Noors fjord waar ijswatervallen langzaam hun weg naar beneden vinden.

In het titelnummer komt dat nog niet geheel tot zijn recht, omdat deze compositie de meest krachtige is van alle zeven composities op het album. Hiervoor zorgt zeker Airbagdrummer Henrik Fossum voor die met een voortstuwend drumritme de vaart en de kracht er aardig inhoudt. Henrik is niet de enige gast bij Bjørn Riis. Hij maakt namelijk ook dankbaar gebruik van zanger Asle Tostrup (Airbag), zanger Sichelle McMeo Aksum en pianist Simen Valldal Johannessen (Oak). Bjørn Riis weet in de ruim acht minuten de luisteraar echter continu te boeien door tussenmomenten te creëren waarin het gevoelige karakter sterk naar boven komt.

Pianist Simen Johannessen mag in het openingsnummer misschien nog niet hoorbaar aanwezig zijn, verder op het album mag en kan hij zich meermalen laten horen. De primeur is in het relatief korte Absence. Het pianogeluid ligt in dit beetje new-age-achtige landschap aan de grondslag van sferische beelden en krijgt een logisch vervolg in The Waves. In The Waves weet Bjørn Riis haarzuiver de gevoelige snaar te raken door een minimaal gebruik van noten. Een eigenschap die hij tot in de puntjes beheerst. Met wat pianonoten en rustig gezongen teksten beheerst hij het begin van de compositie. Je hoeft hem echter absoluut niet te vertellen hoe hij een compositie moet opbouwen. Langzaam valt de akoestische gitaar, drum en basgitaar in en wordt de luisteraar langzaam in dit web van emoties gevangen. Je voelt de spanning in de ingetogen sfeer dat sterker tot uiting komt in het sublieme gitaargeluid van Bjørn Riis en de versterking van het geheel.

Dat voelbare muzikale verlangen komt tevens terug in Winter. Qua zang is Winter misschien niet heel bijzonder, maar de spanning die onder die laag van het menselijk instrument ligt is zo tastbaar dat het tot in de onderbuik gevoeld wordt. Als een lichte rimpeling die het gladde dunne laagje fjordenijs laat golven. Dat gevoel komt mede door het wederom fascinerende gitaargeluid van Bjørn Riis. Een gitaargeluid dat breekbaar lijkt, maar zich goed staande houdt in de meer stevige settting die ontstaat. Naar het eind toe wordt een ieder nog even getrakteerd op een wat jazzy atmosfeer. Tijd om, wanneer je dat nog niet had gedaan, de ogen te sluiten en je mee te laten voeren op deze reis.

De composities op Forever Comes To An End kennen hun schoonheid onder meer in de warme zang, maar ook de instrumentale composities voegen wel degelijk iets toe aan het album. Calm heeft een sferisch karakter en het gaat er wat luchtiger aan toe in Getaway. Het heeft wat meer tempo en doet in zijn hoedanigheid wat denken aan de werken van Alan Parsons. Zwaartepunt is, zoals in de meeste composities op het album, toch wel zeker het gitaarspel van Bjørn Riis. De overige ingrediënten zijn ook hier van toepassing. Variatie in intensiteit, het spelen van melancholie en kracht. Het spel van water en wind, van berg en ijs. Dat is niet anders in afsluiter Where Are You Now. Piano, zang, sterke opbouw en mooi gitaarspel zorgen voor een waardige afsluiting van een wonderschoon album. Een waardige opvolger van Lullabies For A Car Crash, een krachtig en evenwichtig album dat fier overeind staat.