Met dit derde album lijkt het erop dat Black Stone Cherry gekozen heeft voor een meer mainstream geluid. Het rauwe en ongepolijste van het debuut en opvolger Folklore & superstition is verdwenen en dat is eigenlijk heel erg jammer.

Want dat rauwe was nou net wat BSC zo aantrekkelijk maakte. Qua sound klinkt dit nieuwe album als een klok. Laat daar geen misverstand over bestaan maar de scherpe randjes zijn weg. Er is overduidelijk geprobeerd om een groter publiek te bereiken. Het nadeel hiervan is dat de band in veel nummers meer lijkt op Nickelback dan op BSC. Ook qua structuur lijken de songs veel op elkaar waardoor je af en toe het gevoel hebt steeds naar hetzelfde nummer te luisteren.

In White trash millionaire, Such a shame en Change komt het oude soundje nog wel enigzins bovendrijven maar de gladde productie haalt de charme er behoorlijk uit. Daar kan zelfs de geweldige stem van zanger/gitarist Chris Robertson niets aan veranderen. Nummers als In my blood, Won’t let go, Like I roll, Can’t you see en Stay hebben een comercieel soundje en zullen (voorzien van een goede clip) niet misstaan op MTV. Maar of de BSC fans er blij mee zijn is weer een andere vraag.

Mocht Between the devil & the deep blue sea inderdaad de doorbraak betekenen naar het grote publiek dan is het de vier sympathieke heren van BSC van harte gegund overigens. Het is alleen jammer dat het ten koste gaat van de (muzikale) charme die de band zo aantrekkelijk maakte. Op het podium zal er ongetwijfeld weinig veranderen en zullen de nieuwe songs wellicht beter tot hun recht komen. Dat is in ieder geval iets om naar uit te kijken.