Toen bekend werd gemaakt dat op 28, 29 en 30 juni Black Stone Cherry en Heaven’s Basement gezamenlijk een toertje door Nederland zouden doen was dat de uitgelezen kans om beide bands eens van dichtbij mee te maken en tevens een kijkje achter de schermen te nemen om eens te zien hoe het er aan toegaat tijdens zo’n tour. Hoewel BSC uit Amerika komt en HB uit Engeland hebben beide bands veel overeenkomsten. Niet zozeer muzikaal maar vooral qua potentie. Het zijn twee zeer getalenteerde jonge bands die alles in zich hebben om “groot” te kunnen worden. BSC is wat dat betreft al op de goede weg. Vooral in Engeland zijn ze zeer populair en spelen ze in middelgrote zalen die moeiteloos uitverkocht raken. Tevens hebben ze zo’n beetje op alle grote hardrock festivals gestaan (o.a. Sweden Rock, Download, Graspop) en hebben ze de eer gehad om als support act te fungeren van o.a. Whitesnake, Def Leppard en Nickelback. Dat laatste geldt ook voor HB die, vooral in Engeland, met veel beroemde bands het podium gedeeld hebben. Een andere overeenkomst is dat beide bands eigenlijk continu aan het touren zijn. Zijn er nog meer overeenkomsten? Jazeker, BSC heeft inmiddels twee studioalbums achter hun naam staan, Black Stone Cherry uit 2006 en het vorig jaar verschenen Folklore and Superstition. De jongens van HB hebben ook niet stil gezeten maar deden dat tot 2007 onder de naam Roadstar waarmee ze eveneens twee albums hebben gemaakt, Grand Hotel uit 2006 en Glass Mountain uit 2007. Onder de Heaven’s Basement naam is er vorig jaar tot nu toe alleen een 6-track EP uitgebracht. Kun je het allemaal nog volgen?

De eerste van drie optredens vindt plaats in de kleine zaal van P3 in Purmerend. Bij aankomst blijkt de soundcheck van BSC net te zijn afgelopen en is het de beurt aan HB. Een goed moment om met BSC bassist Jon Lawhon eens wat zaken door te nemen. Eergisteren stonden jullie op Graspop. Hoe was dat? Jon: Geweldig! We hebben nu ook eindelijk eens de kans gehad om naar andere bands te kijken. Normaal gesproken komt dat er bijna nooit van. Maar we hebben toch ook veel tijd backstage doorgebracht aangezien de catering perfect geregeld was. (lacht) Dat is lang niet overal het geval hoor. Zo was het te gek om eindelijk eens uitgebreid met Duff McKagan te kunnen praten. Zijn band Loaded staat in oktober in ons voorprogramma tijdens de Engelse tour. Dat is een grote eer voor ons. In de jaren 90 speelde hij in de grootste band ter wereld. Straks is hij onze support act. Hoe cool is dat?! Je brengt de Engelse tour zelf al ter sprake. Jullie lijken je momenteel qua optredens wel heel erg te concentreren op Europa. Is dat toeval? Jon: Of dat toeval is weet ik eigenlijk niet maar je hebt wel gelijk. We brengen veel tijd door hier. Ik denk dat het komt omdat de pers in Europa over het algemeen erg positief is over BSC. We zijn bijvoorbeeld nergens zo populair als in Engeland. Daar hebben we door middel van veel optreden een grote fanschare opgebouwd. En uiteraard zullen onze optredens als voorprogramma tijdens de Whitesnake en Def Leppard tour ook hebben bijgedragen aan ons succes daar. Ik heb veel reacties gelezen op internet van mensen die ons de beste band vonden tijdens die tour. Dat is een hele eer kan ik je zeggen. In Engeland speelden we al vij snel in redelijk grote zalen. Zo stonden we in 2007 al in een uitverkocht Astoria, vorig jaar in de Brixton Academy en dit jaar gaan we nog een stapje verder en doen we o.a. de Manchester Apollo en de Hammersmith Apollo. Al vraag ik me af of we Hammersmith vol gaan krijgen hoor. Zou wel te gek zijn! Hoe was de tour met Nickelback? Ik denk dat zij buiten het echte rockpubliek toch ook veel mainstream publiek trekken wat voor jullie wellicht de ideale kans is om ook daar wat zieltjes te winnen. Jon: Dat ben ik helemaal met je eens en ik hoop dat het ons ook gelukt is. Die tour was een groot feest. Heb je Nickelback wel eens live gezien? Een geweldige band met een enorme podium productie met veel vuurwerk en meer van dat soort “shit”. We hebben in alle grote arena’s in Engeland met ze gespeeld en alle shows waren uitverkocht. Echt waanzinnig. Na de Engelse tour in oktober komen jullie alweer naar het vaste land voor een handvol optredens. (o.a. in de Melkweg in Amsterdam op 26 oktober) Wat zijn de plannen daarna? Jon: We gaan ook nog een Duitse tour doen met Motörhead en Thin Lizzy, dus daar kijken we ook erg naar uit. (Op het moment van schrijven is echter bekend geworden dat Thin Lizzy momenteel op non-actief staat. Arjen) Voordat we naar Engeland gaan doen we trouwens nog een tour door Amerika met Lynyrd Skynyrd. Hoe groot is de omschakeling om twee dagen na een festival als Graspop ineens in kleine zalen als deze te spelen? Jon: Voor mij persoonlijk is er geen groot verschil. Ik geniet van alle optredens die we doen. Groot of klein. Deze drie “kleine” shows zijn zelfs gepland omdat er nog wat gaten in het tourschema zaten. We spelen liever dan dat we drie dagen uit onze neuzen lopen te eten. Bovendien zijn dit soort optredens een perfecte aangelegenheid om nieuwe nummers te testen. Het nadeel van al die optredens is alleen dat ik momenteel erg moe ben.

Van die vermoeidheid is een paar uur later tijdens het optreden echter niks te merken. Vol overgave raast Jon samen met gitaristen Chris Robertson en Ben Wells over het podium met een gedrevenheid en energie die je zelden ziet. Ook drummer John Fred Young is een bezienswaardigheid op zich met zijn intensieve en enthousiaste stijl van drummen. Niet alleen staat BSC muzikaal als een huis, ook visueel is het een genot om naar te kijken. De beste songs van beide albums komen aan bod, o.a. Rain wizard, Blind man, Soulcreek, Hell and high water, Please come in, Rollin’ on, Maybe someday, Lonely train en de rustpuntjes Peace is free en Things my father said. Een vast onderdeel van een BSC show is de drumsolo van Young. Een (iets te) lange drumsolo waarin hij op een gegeven moment zijn drumstokjes verruilt voor zijn handen. Een geslaagd intermezzo is het moment dat Robertson achter de drumkit plaatsneemt en Young als frontman de vocalen voor zijn rekening neemt tijdens de Free cover Allright now. Young blijkt ook over een prima stem te beschikken. Er komen nog meer covers aan bod in de vorm van ZZ Top’s Jesus just left Chicago en het door Wells gezongen Crossroads. Wells is duidelijk de minste zanger van de band. Ook Lawhon komt tegen het einde van het optreden nog even aan bod als zanger tijdens een stukje Voodoo chile. Dat dit alles vrij spontaan is blijkt uit het feit dat Lawhon het niet zo nauw neemt met de tekst en er een eigen draai aan geeft. Al met al een prima optreden met een perfect geluid en zoals gezegd, een enorme inzet en gedrevenheid. En dat voor amper 150 betalende bezoekers!

Aan het begin van de avond zag het er echter naar uit dat het bezoekersaantal dramatisch zou zijn. Op het moment dat HB het podium betreden staan er ongeveer tien mensen voor het podium waarvan het grootse deel afkomstig is uit Engeland die zelfs speciaal voor HB zijn overgekomen. Gelukkig word het gedurende de drie kwartier die de band op het podium staat een stuk drukker en reageert het publiek enthousiast op de band. Dat is ook niet moeilijk want  HB is een sympathieke band met aanstekelijke songs en net als bij BSC spelen ze met hart en ziel. Zanger Richie Hevanz is de blikvanger van de band. Niet alleen een goede zanger maar ook een frontman met een prima uitstraling. Al kan hij niet voluit gaan qua podiumpresentatie vanwege de beperke ruimte. Maar neem van mij aan dat hij op een groot podium de uitstraling en charisma heeft van een wereldster. De band bestaat verder uit gitaristen Sid Glover en Jonny Rocker (ja, zo heet hij echt!), bassist Rob Randell en drummer Chris Rivers. Alle songs van de onlangs verschenen EP (voor recensie zie elders op de Rockportaal site)  komen aan bod, plus een handvol nieuwe nummers die kwalitatief zeker niet minder zijn en mij doen uitkijken naar die langverwachte cd. Maar daarover later meer.

Na afloop is het traditie van beide bands om bij de merchandise stand handtekeningen uit te delen en een praatje te maken met fans en belangstellenden. Dat valt bij de aanwezigen zeer goed in de smaak. De jongens van HB mengen zich gewoon tussen het publiek terwijl BSC tien minuten na afloop van hun optreden plaatsnemen achter de tafel van de merchandise stand. Drummer John Fred Young heeft het zweet nog op de kop staan. Het weerhoud hem er echter niet van om voor iedereen uitgebreid de tijd te nemen. Ik hou het na een half uurtje voor gezien en ga weer op huis aan met de gedachte “morgen weer een (lange) dag”.

De volgende dag word The Rock Temple in Kerkrade aangedaan. Kerkrade is zo’n beetje het zuidelijkste puntje van Nederland. Het is een aardig ritje voor degenen die boven de rivieren wonen maar dan krijg je ook wel wat. The Rock Temple is in korte tijd uitgegroeid tot misschien wel de gezelligste rockclub van het land. Het relatief kleine podium en de indeling van de zaal maken het een zeer intieme aangelegenheid. Een ideale kans voor bezoekers om bands eens echt van dichtbij te kunnen aanschouwen.

Op het moment dat ik arriveer staat de soundcheck op het punt van beginnen. Het geluid wat de heren op het podium produceren levert in eerste instantie nogal wat problemen op. In een kleine zaal als dit is het eigenlijk niet nodig om zo hard te spelen. Als alles uiteindelijk goed staat afgesteld worden we getrakteerd op prima uitvoeringen van Blind man en Please come in. Maar er word vooral veel aandacht besteed aan de Creedence Clearwater Revival cover Travellin’ band. Jon Lawhon neemt de vocalen voor zijn rekening en doet dat zeker niet onverdienstelijk. Het nummer word een paar keer achter elkaar gespeeld waarbij duidelijk word dat Robertson de muzikale leider binnen de band is. Hij geeft aanwijzigen aan de overige bandleden en zegt hoe het volgens hem moet klinken. Pas als het helemaal naar zijn zin is stoppen ze ermee. Het lijkt er dus op dat Travellin’ band die avond voor het eerst zal worden gespeeld.

Ondertussen ontbreekt van HB op dat moment ieder spoor. Ze hadden er allang moeten zijn voor de soundcheck. Als de tijd echt begint te dringen blijkt na een telefoontje dat de band niet alleen vast heeft gezeten in de files maar dat ze ook te kampen hebben gehad met een lekke band. Tegen zessen arriveert het gezelschap uiteindelijk en mede door de goede voorbereiding van de geluidstechnicus van The Rock Temple verloopt de soundcheck gesmeerd en komt alles toch nog op tijd in orde.

Als niet veel later de deuren los gaan zijn de bezoekers die voor het eerst in The Rock Temple komen positief verrast door de intieme setting. Net als in Purmerend komen er uiteindelijk zo’n 150 fans op af maar het lijken er nu een keer zoveel, waaronder opvallend veel jong publiek. Het komt de sfeer alleen maar ten goede. Het optreden van HB verloopt zeer succesvol en ze krijgen dan ook veel respons vanuit de zaal. Na afloop zijn de bandleden ook zeer te spreken. Ik praat bij met Jonny Rocker en Sid Glover: Jonny: I love Holland! Het publiek is enthousiast en lijkt te begrijpen waar wij voor staan. Voor degenen die jullie niet kennen of nog niet begrijpen, waar staan jullie voor dan? Jonny: Muzikaal gezien zitten er veel invloeden in onze muziek van rockbands uit de jaren 80 en vroege jaren 90. Eigenlijk niks bijzonders dus. Maar we proberen er ook onze eigen stijl in te verwerken door middel van gitaarriffs en melodieën die je niet veel meer hoort. En we spelen het met hart en ziel en hopen dat ook over te kunnen brengen. Jullie onlangs verschenen EP is inderdaad niet te versmaden, maar ik wacht met smart op een volledig album. Jonny: De planning is begin volgend jaar. We zijn op dit moment aan het onderhandelen met twee platenmaatschappijen. Alle andere maatschappijen waarmee we hebben gesproken zijn afgevallen en daar zaten een aantal grote maatschappijen bij trouwens. Waar hangt het voor jullie dan vanaf? Jonny: Een maatschappij waarbij we alle vrijheid krijgen om te doen wat we willen. Wij weten zelf het beste hoe we moeten klinken. Dat gaat niemand anders ons vertellen. Zolang we geen 100% zeggenschap krijgen over wat we kunnen doen gaat de deal wat ons betreft niet door. Bestaat er eigenlijk wel een maatschappij waarbij dit mogelijk is? Jonny: Jazeker. In ieder geval de twee maatschappijen waarmee we nu aan het onderhandelen zijn. (lacht) Ik kan je op dit moment helaas niet zeggen om welke maatschappijen het gaat maar we zijn zeer optimistisch. Ook zijn we in onderhandeling met een bekende producer en ook dat ziet er goed uit. Wat ik persoonlijk jammer vind is dat jullie geen songs spelen uit de Roadstar periode. Veel Roadstar songs zijn te goed om nooit meer gespeeld te worden. Jonny: Bedankt voor het compliment maar Roadstar is voor ons een gesloten hoofdstuk. Ondanks dat we qua bezetting niet zijn veranderd is Roadstar voor ons gevoel een andere band en een andere tijd. Om nu als Heaven’s Basement nummers te gaan spelen uit de Roadstar periode zou voor ons gevoel een stap terug zijn. Sid vult aan: Voor mij persoonlijk kunnen die Roadstar songs me gestolen worden. Echt waar. Ik zeg het niet omdat ik niet echt betrokken was bij het ontstaan van de nummers omdat ik pas later bij de band kwam, maar met Heaven’s Basement zijn we muzikaal toch een iets andere koers gaan varen. We klinken nu meer “in your face”. Agressiever. Dat ligt mij beter. Hoe ben jij eigenlijk bij de band terecht gekomen? Sid: Toen ik hoorde dat ze een nieuwe gitarist zochten heb ik auditie gedaan. Ik had Roadstar al meerdere keren live gezien en wist dus wat me te wachten stond qua muziek en uitstraling. Bovendien was ik in het bezit van de Hurricane Party EP. (Hurricane Party was de naam van de band voordat die gewijzigd werd in Roadstar. Arjen) Toen ik tijdens de auditie wat nummers mee moest spelen die op die EP staan was de beslissing om mij aan te nemen snel gemaakt omdat ik ze foutloos meespeelde. Ik had de jongens echter niet vertelt dat ik die EP in mijn bezit had en thuis flink had zitten oefenen. Ze dachten dat ik een natuurtalent was. (lacht) Eerder dit jaar kwamen jullie voor het eerst naar het vaste land als support act van Thunder. Hoe was dat? Jonny: Te gek. Het was een openbaring om eindelijk eens buiten Engeland te kunnen spelen en te constateren dat we ook behoorlijk wat fans hebben hier. Daar sta je eigenlijk niet bij stil. Thunder is trouwens een geweldige band en het is doodzonde dat ze ermee gaan stoppen. We hebben door de jaren heen veel met ze mogen spelen en we zijn ze daar zeer dankbaar voor. We doen er alles aan om ook buiten Engeland voet aan de grond te krijgen. Na deze optredens met BSC gaan we naar Duitsland voor een aantal optredens met Tesla. Later dit jaar doen we zelf dan nog een uigebreide tour door Duitsland.

Inmiddels krijg ik het sein dat BSC op het punt staan te beginnen met hun optreden. Zoals gebruikelijk gaat het er net zo enthousiast aan toe als de avond ervoor met dit verschil dat het publiek enthousiaster reageert. De sfeer zit er vanaf het begin goed in. De setlist is nagenoeg hetzelfde. Het enige verschil is de toevoeging van Travellin’ band dat zonder onderbreking overgaat in Jesus just left Chicago. Tijdens de drumsolo blijkt Young iets te enthousiast bezig te zijn als hij met zijn hand te hard op de bekkens slaat. Later blijkt namelijk dat hij zijn hand daarmee heeft geblesseerd waardoor de drumsolo in Zwolle de volgende dag flink zou worden ingekort. Verder was er overigens niks te merken van een blessure. Als je BSC op het podium bezig ziet krijg je de indruk dat ze ook naast het podium een stelletje losgeslagen honden zullen zijn. Niets is echter minder waar. Vooral Robertson en Wells zijn de rust zelve en komen zelfs enigszins verlegen over. Young en Lawhon zijn de meest spraakzame van het stel. Een ding is wel duidelijk, ze nemen alles wat betreft BSC zeer serieus. Jon: We  proberen zo gezond mogelijk te leven. Ik houd van een sigaretje en een biertje maar drugs zijn aan ons niet besteed. Vrijwel al onze muzikale helden zijn inmiddels overleden en die kant willen wij niet op. Gezien de energie die jullie op het podium ten toon spreiden lijkt het mij inderdaad het beste om lichamelijk in goede conditie te zijn. Jon: Ja, maar of wij op het podium zo gezond bezig zijn weet ik niet. (lacht) Ik denk niet dat we over tien jaar nog steeds op deze manier op het podium kunnen staan. Dat houd geen mens vol. Lichamelijk vergt het veel. Maar het is voor ons de enige manier om ons te uiten. We geven 100%. Daarmee win je fans. Zijn jullie tussen alle bedrijven door ook al bezig met een nieuw album? Jon: Tot nu toe is daar weinig tijd voor geweest. Ik geloof dat we later dit jaar een maand vrij zijn. Wellicht is het slim om die te gebruiken voor het schrijven van nieuwe nummers. Maar in alle eerlijkheid denk ik niet dat we dit jaar aan nieuw materiaal gaan werken. Vergeet niet dat er tussen ons debuutalbum en Folklore and superstition ook veel tijd zat. Hoe zit het met jullie populairiteit in Amerika? Jon: Wisselend. Er zijn gebieden waar we redelijk populair zijn maar over het algemeen hebben we daar nog veel werk te verrichten. Ons eerste optreden na de succesvolle Engelse tour in december was een optreden in “our hometown”. Daar staan we vervolgens voor 50 mensen te spelen! Maar we doen ons best. De videoclip van Things my father said is verkocht aan diverse grote televisie stations waaronder CMT (Country Music Television), het grootste Country televisie station in Amerika. En ja, ik weet het, we zijn natuurlijk geen country band maar het is een ballad en ik denk dat het nummer niet zal misstaan tussen het wat stevigere country materiaal. Het maakt mij verder ook niks uit. Als we op deze manier meer naamsbekendheid krijgen vind ik het best.

De volgende dag is Hedon in Zwolle aan de beurt. Als ik bij de zaal arriveer blijken de BSC mannen op stap te zijn in de binnenstad van Zwolle. Behalve Robertson, die is achtergebleven en deze tijd benut om lekker te jammen met de roadies. Het is tevens de ideale kans voor de geluidstechnicus om alles alvast zo goed mogelijk af te stellen voor de soundcheck die niet veel later gepland staat. Robertson improviseert er lustig op los en blijkt eigenlijk een blues gitarist te zijn die toevallig in een hardrockband speelt. Zo speelt hij o.a. nummers van Stevie Ray Vaughan. Ook mijn t-shirt van Rory Gallagher kan zijn goedkeuring wegdragen en inspireert hem tot het spelen van wat Gallagher songs. Dit alles word gadegeslagen door HB gitarist Glover die behoorlijk onder de indruk is van Robertson’s gitaarkunsten. Als de andere bandleden zijn gearriveerd kan de soundcheck beginnen. Ook nu komen Blind man, Please come in en Travellin’ band aan bod. Ondertussen kijkt Glover aandachtig mee en met de gitaar op zijn schoot probeert hij de nummers ook mee te spelen. Als ik hem later vraag of hij zich aan het voorbereiden was voor een volgende auditie moet hij hard lachen en verzekerd mij dat hij “voorlopig” toch echt bij HB blijft.

De optredens van zowel HB als BSC in Zwolle verlopen vlekkeloos. Het enige minpuntje is de toch wat tamme reactie van het publiek. Zeker in vergelijking met de twee voorgaande optredens. Na afloop is iedereen echter positief gestemd en net als in Purmerend en Kerkrade nemen beide bands de tijd om fans te ontmoeten en handtekeningen uit te delen. En daarmee komt er een einde aan deze korte tour door Nederland. Zowel BSC als HB zullen ’s nachts doorrijden naar Duitsland waar hun wegen zich zullen scheiden. Ik neem afscheid van iedereen en bedank ze voor de gastvrijheid, met name Jon Lawhon. En om met Jon’s woorden te eindigen, “It was great to meet you man. See you in Amsterdam!”. Op 26 oktober speelt BSC in de Amsterdamse Melkweg. Ga dat zien!