15642209117_738ee0e0d4_oTien man op het podium, inclusief de hoofdrolspeler zelf. Er wordt behoorlijk uitgepakt tijdens de Avonmore Tour, die in de Heineken Music Hall zorgt voor een uitverkocht huis. Bryan Ferry (69) heeft in al die jaren nog niets aan populariteit ingeboet. 

De Brit heeft zijn oude bandmaatjes van Roxy Music, het in 1971 opgerichte artrockcollectief, dat overigens nooit officieel uit elkaar is gegaan, absoluut niet nodig met zo veel topmusici om zich heen. Ze zijn afkomstig uit diverse landen. Gitaristen uit Ierland (Steve Jones) en Denemarken (Jacob Quistgaard) bijvoorbeeld, die alle gelegenheid krijgen te excelleren en dat dan ook veelvuldig doen. Net als de beeldschone Australische saxofoniste Jorja Chalmers, die bovendien keyboardpartijen voor haar rekening neemt, evenals Ferry zelf en de voornaamste, derde piano- en synthesizervirtuoos Paul Beard. Ze stelen geregeld de show, evenals de begeesterde drumster Cherisse Osei en het swingende achtergrondkoor, waarin zangeres Bobbie Gordon een hoofdrol opeist.

Ferry, strak in het pak en misschien wat strammer dan vroeger, heeft nog altijd een stem die je tot op het bot kan raken, ook in Amsterdam. Hoewel hij duidelijk last heeft van een zekere heesheid en niet voor niets de hele avond een sjaal draagt, blijft hij vocaal meestentijds overeind. En als dat even niet lukt, is daar altijd nog het formidabele achtergrondkoor dat hem erdoorheen weet te slepen. Af en toe spreekt hij de waardering naar het drietal uit, met een kleine glimlach.

Een en ander haalt nauwelijks glans af van de voortreffelijke prestaties die worden geleverd door de tien op het podium.  Het publiek is enthousiast, loyaal en liefdevol en dat zorgt voor een prettige atmosfeer. De massa heeft wel door dat de klasse ervan afdruipt.

15207406024_f6b072aa61_oHoewel het om een zitconcert gaat, wordt dat door de zijkanten van de zaal alras genegeerd en wanneer Love Is The Drug halverwege de set wordt ingezet, staat iedereen inmiddels en probeert te bewegen. Er wordt voorzichtig geswingd, tussen de riante stoelen.

Hoewel daarvoor al de nodige klassiekers de revue zijn gepasseerd, houdt de massa zich dan nog in. Avalon heeft allang voor kippenvel gezorgd, evenals More Than This en het grandioze Kiss And Tell, van Bête Noire uit 1987.

Ferry jaagt er in een kleine anderhalf uur een portie hits doorheen om diep voor te buigen en wisselt solowerk net zo makkelijk af met songs van Roxy Music. Zoals de knallende afsluiter Virginia Plain uit 1972.

Wanneer de lichten aan gaan, leeft het gevoel dat het optreden te kort was. Let’s stick together, denkt de zaal. Het is eigenlijk het enige smetje, op een avond om langdurig te koesteren.