Met het vorige album Bloom wisten de Aussies van Caligula’s Horse hun positie in het progressieve rockgenre verder neer te zetten. In de afgelopen twee jaar heeft dat er ook voor gezorgd dat de band op tour ging met Shining, Opeth, Anathema en TesseracT en te zien waren op het Midsummer Prog Festival in Nederland en het Be Prog! My Friend Festival in Spanje.

Ondertussen is het weer tijd voor album nummer vier dat de titel In Contact mee heeft gekregen. Een conceptalbum dat, volgens de boeken, opgedeeld is in vier hoofdstukken, maar dit komt muzikaal voor mij niet geheel uit de verf. Dat maakt ook niet uit, want het gaat uiteindelijk om de composities op zich en die bieden genoeg luisterplezier. In een uur komen er tien composities voorbij die bol staan van de progressieve elementen. Groot voordeel is dat de muziek van Caligula’s Horse toegankelijk blijft klinken. Door de stijl en het heldere falsetstemgeluid van Jim Grey bemerk ik af en toe overeenkomsten met een band als Yes.

In opener Dream The Dead zorgt het complete palet meteen voor een progressief karakter. Sam Vallen valt meteen met de deur in huis met een aanstekelijke gitaarsolo en zet een krachtige basis neer. Die basis smelt weg wanneer de zang zich inzet maar weer werkt naar een meer krachtig geluid. Qua beleving krijgt de luisteraar meteen de nodige variatie voor zijn kiezen. De toegankelijke stukken monden uit in een heerlijke stortdouche van muzieknoten die telkens toch weer afgewisseld worden met een weldadig briesje. Als luisteraar zorgen deze zintuiglijke impulsen en spelen met het ritme ervoor dat je als luisteraar ondergedompeld wordt in het overmeesterende geluid.

In Will’s Song (Let The Colours Run) gaat het spel van stijl en emotie onverminderd voort. De compositie heeft een aantal zwaardere stukken in zich die gekenmerkt worden door krachtige zang en een sterke riff in onregelmatige maatsoorten. Deze ‘truuk’ komt terug in The Cannon’s Mouth. De zangmelodie en –stijl veranderen nogal, maar vooral het uitermate sterke einde pakt je bij de lurven. Een progressieve breakdown is daar verantwoordelijk voor en het is het venijn in de staart dat er mede voor zorgt dat je vastgekleefd blijft hangen aan In Contact.

Songs For No One gaat eveneens meteen van start in de progressieve modus. Het is hier vooral het drumwerk van Josh Griffin dat als katalysator dient. Samen met het strakke en volle gitaargeluid zetten zij deze compositie stevig op de benen. Terwijl het gitaargeluid in Fill My Heart sterk dominant is in het intro. Eerst scheurend en opwindend om richting een akoestische setting te transformeren. Ook hier laat Caligula’s Horse merken dat zij het spelen met intensiteit als tweede huid hebben aangetrokken. Die spanning hierin geeft de luisteraar dat onderbuikgevoel wat zo heerlijk is wanneer je luistert naar goede muziek. Die kriebel, dat onbeheerste verlangen naar meer wordt op dit album sterk gevoed.

Dat onderbuikgevoel krijgt een dromerig tintje in The Hands Are The Hardest, het relatief korte Love Conquers All en Capulet. Fragiel en aangrijpend neemt Caligula’s Horse je mee in deze composities.

Afsluiter Graves is met ruim een kwartier het epische einde van het album. Die vijftien minuten zijn om voordat je er erg in hebt. Alle elementen uit het geluid van Caligula’s Horse komen voorbij. Opvallend zijn de harmonieën die de luisteraar net even op een ander been zetten. Jim Grey is op Graves in topvorm terwijl de rest van de band ingetogen meereist en Sam Vallen met precisie de compositie verder inkleurt.

Ik was benieuwd na Bloom hoe het vierde album van Caligula’s Horse zou klinken. Je hoopt van alles en gelukkig weet de band me wederom te overtuigen van hun kwaliteiten als progrockensemble. In Contact is een veelzijdig album dat zeker niet te ingewikkeld in elkaar zit. Het kleine experiment dat Inertia And The Weapon Of The Wall heet en volledig gesproken is, had van mij niet gehoeven. Maar bovenal is In Contact gewoon een sterk goed album geworden waarmee Caligula’s Horse laat horen dat zij mee kunnen spelen in het progrockgenre. Het wordt nu wel tijd voor de headlinepositie op een eigen tour.