Ergens in het westen van België, onder de rook van Gent, kun je een klein stadje vinden. Het kleine stadje, dat ingebed is door de plaatsen Rammstein, Fear Factory en Sisters Of Mercy is meer een kleine enclave dat luistert naar de naam Charcoalcity. Een stadje dat je makkelijk voorbij rijdt, maar waar nieuwsgierigen door het industriële gero(n)ck ook wel eens een kijkje gaan nemen.

Het stadje wordt slechts bevolkt door drie personen die de Engelse taal spreken. Burgervader Deezee (Peter de Zutter) is de spil van het geheel. Maar hij wordt live bijgestaan door de wethouder van de zware tonen T-Mo(Timo de Vreese) en wethouder van pneumatisch geweld N-Thony (Anthony Hooft). Tezamen besturen ze dit nogal anarchistische gedeelte van Vlaanderen.

De weg die Charcoalcity is ingeslagen is de weg van de industrie en deze weg wordt onderhouden door een wekelijks gemeenteberaad waarin Burgemeester en Wethouders via rijm en muzikale ondersteuning hun punten bespreken.

Bij veel van die zaken zijn ze sterk beïnvloed door de omringende steden. De energiebesparende zaak Darkness Rules en het voedselprogramma Feed Me hebben ze namelijk met behulp van de plaats Sisters Of Mercy gerealiseerd, terwijl ze, vooral in de grote (muzikale) lijn de kunst af zijn gaan kijken bij de nabij gelegen stad Rammstein. Met een vooroorlogse wals zijn ze richting de stad getrokken en werden al snel geïnspireerd door de strakke beat die luider werd, naarmate de wals dichterbij kwam. Het hele industriële karakter konden ze daarna goed gebruiken voor hun gemeenteberaad. Het leidde uiteindelijk met een flinke knal tot ene onvervalste Ch-exit waarin wethouder T-Mo zijn beleid strak uiteenzette en gedoogsteun mocht ontvangen in een onophoudelijk en krachtig tempo van wethouder N-Thony. Leave was een feit. Ook qua muzikale kleur werd er goed gekeken en in hetzelfde beraad en met dezelfde intensiteit werd ook Greyscale een hamerstuk. Ditmaal zonder de stem van burgervader Deezee.

Zeker heeft in het verleden Charcoalcity te lijden gehad van infiltranten. De drietallige bevolking heeft echter iedereen het nakijken gegeven. Een groot spandoek met daarop You Can’t Take My Soul werd aan de hoogste pijp gehangen en ondersteund door een immens gebonk en gedreun waarbij ze alle registers opentrokken. Murw gebeukt door dit zware industriële antwoord, kozen de infiltranten het hazepad. Ook de Belgische tak van de Christen-Unie heeft het nog geprobeerd na een mislukte coupe in Nederland. Maar ook zij kregen geen voet aan de grond bij deze doorgewinterde en ervaren mannen. Met precisie en retestrakke voordrachten werd de nieuwe wet There Is No God aangekondigd en aangenomen. Charcoalcity is daarmee ongetwijfeld de meest anti-terrroristische en atheïstische plaats die bekend is.

Afgelopen week was er trouwens ter ere van de nieuwe wet een jaarlijkse markt waarin de omringende steden in Charcoalcity samenkwamen om samen de Catkiller te vieren. Dat het nog lang onrustig bleef mag duidelijk zijn. Maar in het labiele politieke milieu is het goed om met veel tromgeroffel duidelijk te maken waar je voor staat en de waarheid onder ogen te zien (Face The Truth).

Uiteindelijk gaat het om Democracy en Selfcontrol en moet de bevolking opstaan tegen iedere vorm van geweld. Want Killing Is A Virtue.

De gemeenteraad van Charcoalcity weet zich goed staande te houden. Burgervader Deezee laat zijn stem duidelijk en krachtig klinken en weet de juiste snaren te treffen in zijn toespraken. Wethouder T-Mo heeft slechts vier tot zes touwtjes om aan te trekken, maar staat bombastisch en stevig achter zijn collega, terwijl wethouder N-Thony de pulse en het ritme in de vergaderingen stevig neerzet. De vaart blijft er stevig in. Charcoalcity heeft reden tot bestaan met hun onvervalste, duidelijke en industriële boodschap.