cityrockVoor het eerst duurt CityRock dit jaar twee dagen. Dag 2 staat in het teken van Classic Rock. Reden genoeg dus om daar een kijkje te nemen want met bands als Uriah Heep, Mother’s Finest en Queensrÿche kan het best eens een leuke dag worden. Zeker als ook de weergoden ons voor het grootste gedeelte van de dag goed gezind blijken te zijn.

Om klokslag 12 uur heeft Black-Bone de ondankbare taak het festival te mogen openen. Het terrein is namelijk nog zo goed als leeg en degenen die wel de moeite genomen hebben om zo vroeg aanwezig te zijn genieten zittend in het gras van het zonnetje en laten de energieke klanken van de groep gelaten over zich heen komen. Iedereen moet nog even wakker worden. Het is voor de drie jonge muzikanten echter geen reden om het dan ook iets rustiger aan te doen. Onder aanvoering van zanger/gitarist Steef van den Boogaard gaan ze er zoals altijd vol voor. Het enthousiasme wordt beloond want ze krijgen wel degelijk de handen op elkaar. In dat opzicht was een hogere plek in de line-up meer dan terecht geweest.

Dat wordt eens te meer duidelijk na de optredens van het Deense Helhorse en de Friese band De Hûnekop die toch een stuk minder aanslaan. De Hûnekop spelen dan wel een thuiswedstrijd en zullen ongetwijfeld een feestje kunnen bouwen bij hun eigen optredens maar op een festival met bijna louter Classic Rock bands komt het allemaal een stuk minder over. Hoe anders is dat bij Dewolff. Vanaf de eerste tonen overtuigt de groep op alle fronten. Alles klopt gewoon bij deze jongens. De sound, de onderlinge chemie en natuurlijk de ijzersterke songs. De 50 minuten die Dewolff op het podium staat vliegen dan ook voorbij en eigenlijk had het optreden nog wel 50 minuten mogen duren. Er wordt zowel oud als nieuw materiaal gespeeld waarbij de nadruk uiteraard ligt op het eerder dit jaar verschenen album Roux-Ga-Roux.

Het geluid is overigens de hele dag dik in orde. Vrij ongebruikelijk voor een festival. Een groot compliment dus voor de organisatie in dat opzicht. Ook is er niks mis met de nieuwe locatie in het Rengerspark. Het terrein is precies groot genoeg en het blijft daardoor een vrij intieme en gezellige setting. En aangezien het veld schuin omhoog loopt heeft iedereen goed zicht op het podium. Toch is het jammer dat het vrij lang duurt tot de bezoekers komen opdagen. Pas rond 3 uur ’s middags begint het een beetje druk te worden. Maar echt druk zal het de hele dag niet worden. Minstens de helft van het terrein blijft leeg. En dat ondanks de lage toegangsprijs. Het draagt echter wel bij aan de relaxte en ongedwongen sfeer die er heerst. Het is nergens echt dringen geblazen en je kan zonder enige moeite vooraan het podium komen als je dat zou willen.

Op dat podium staan inmiddels de drie bebaarde leden van het Duitse Kadaver klaar om een zeer vermakelijk optreden neer te zetten. Zoals gezegd is het geluid uitstekend wat de zware gitaarriffs en drumsound zeer ten goede komt. Van het vorig jaar verschenen album Berlin worden de meeste nummers gespeeld waarbij vooral opener Lord of the sky en Thousand miles away from home eruit springen. Een prima optreden. Onze nationale trots Adje Vandenberg geeft met Vandenberg’s Moonkings daarna een degelijk optreden. De vonken spatten er niet vanaf maar vermakelijk is het wel. De vingers van Vandenberg lijken soms wat stroef maar de man staat wel met veel plezier op het podium en heeft continu een brede grijns op zijn gezicht. Het ontbreekt de heren alleen nog een beetje aan uitstraling waardoor de vonk niet helemaal overslaat. Zanger Jan Hoving heeft als frontman nog niet het charisma om het festivalpubliek voor zich te winnen. Een dijk van een stem heeft hij echter wel. Zo laat hij tijdens de Whitesnake nummers Judgement day en Here I go again horen hoe die nummers nou echt gezongen moeten worden en niet zoals David Coverdale dat zelf al jaren doet. Die Whitesnake klassiekers krijgen ook de meeste bijval vanuit het publiek evenals de Vandenberg hit Burning heart. Jammer is wel dat er in een set van slechts 50 minuten gekozen wordt voor een drumsolo en het spelen van de Free cover Allright now. Daar had toch wel wat meer in gezeten.

De meeste bezoekers lijken vandaag te zijn gekomen voor Queensrÿche. Voor het podium is het vlak voor aanvang van het optreden behoorlijk druk en de sfeer zit er meteen goed in. Met songs als Empire, Queen of the reich, Jet city woman en Take hold of the flame is dan ook niks mis. Maar ook nu lijkt er een bepaalde vonk te ontbreken. Zanger Todd La Torre  doet zijn best maar de overige bandleden ogen nogal ongeïnteresseerd. Vooral bassist Eddie Jackson lijkt met tegenzin op het podium te staan. Toch lijkt het niemand iets uit te maken. Zolang de goede nummers maar gespeeld worden. La Torre zingt uitstekend en haalt met gemak de hoge uithalen. Toch heeft hij niet de diepgang in zijn stem als voorganger Geoff Tate. Maar al met al een geslaagd optreden.

Na Queensrÿche gaat een behoorlijk deel van het publiek naar huis. Misschien heeft het te maken met het feit dat het inmiddels zachtjes is gaan regenen en de weersverwachting voor de komende uren er niet zo goed uitziet, maar jammer is het wel. Het maakt de oude rotten van Mother’s Finest verder niks uit. Sterker nog, ze zijn verantwoordelijk voor een van de beste optredens van de dag. Onder aanvoering van zangeres Joyce “Baby Jean” Kennedy blijkt de funkrock van de groep een welkome afwisseling te zijn op CityRock. Maar het staat dan ook als een huis. Het swingt, het rockt en alles wordt met veel gevoel gespeeld. Het is moeilijk voor te stellen dat Kennedy bijna 70 jaar oud is! Het is wel de reden dat ze heeft besloten het na dit jaar voor gezien te houden. De huidige tour wordt onofficieel al de “farewell tour” genoemd maar of de band het eveneens voor gezien houdt is nog niet helemaal duidelijk. Afgaande het optreden op CityRock kunnen ze nog wel even mee. Gitarist Moses Mo is heerlijk op dreef en het is genieten van tijdloze oudjes als Mickey’s monkey en Baby love. Vreemd genoeg wordt favoriet Piece of the rock niet gespeeld. Wellicht wegens tijdgebrek maar toch jammer.

Was het aan Black-Bone de ondankbare taak het festival te openen, voor Uriah Heep geldt min of meer hetzelfde als afsluiter. Na vier nummers begint het namelijk hard te regenen en dat doet veel mensen besluiten weg te gaan. Dat is vooral jammer voor degenen die weggaan want de oudjes van “The Heep” blijken de terechte hoofdact te zijn. Wat wil je ook met klassiekers als Gypsy, Look at yourself, Stealin’, Lady in Black en het onvermijdelijke Easy livin’. En dat de heren niet alleen op oude roem teren blijkt wel als er ook recent werk wordt gespeeld van het laatste prima album The outsider. Ondanks de regen een prima einde van een geslaagde dag. Op naar volgend jaar!

Note: Helaas was onze fotograaf door ziekte verhinderd waardoor we geen eigen foto’s konden plaatsen.