cover colossus-wake_cover_lo-resColossus komt in april met de cd Wake. Het trio uit Zweden voegt hiermee een hoofdstuk toe aan de geschiedenis van de band. Op Wake worden ze bijgestaan in Pillars Of Perennity door Lars G Petrov van Entombed en in Kingdoms door meesterdrummer Morgan Ågren die onder ander bekend is van zijn werk bij wijlen Frank Zappa. Wake kent acht nummers die tussen de acht en elf minuten duren en zeer veelzijdig zijn. Na de eerste keer moest wel even achter mijn oren krabben, want erg eenvoudig is Wake niet geworden.

Met A Stir From Slumber start de cd erg krachtig. Het nummer is afwisselend en heeft een lekker drumritme. Behalve de aandacht voor de drumpartijen is ook de zang van Niklas Eriksson bijzonder te noemen. Zijn stem klinkt rauw en neigt naar schreeuwen, maar dan zeer begrensd. Met Traitors Gate vervolgt Colossus de cd. Binnen dit ene nummer ligt er rond de basismelodielijn een heel arsenaal aan grensverleggende elementen waarbij hier ook het drumwerk van Thomas Norstedt ruim aandacht krijgt. Samen met de eerder genoemde bijzonder krachtige stem van Niklas Eriksson roept het een gevoel van onoverwinnelijkheid op. Daarbij zijn tempo en sfeer heel divers; van traag en meeslepend tot een intermezzo waarbij de vijfde versnelling nog niet genoeg lijkt te zijn. Langzaam aan komen we bij Rainbuilder; misschien wel het meest toegankelijke nummer van de hele cd. Dit begint al met het intro. De muziek zwelt daarna aan en wint aan kracht om weer terug te keren naar de basis van het nummer. Pillars Of Perennity gaat na Rainbuilder lekker grof van start en klinkt zwaar, vol en krachtig. Tot nog toe viel de complexiteit nog wel mee. Het was te doen. En dan komt Kingdoms met Morgan Ågren; ik ben wel wat gewend betreffende stijl- cq tempowisselingen maar dit nummer is zo ingewikkeld onvoorspelbaar dat ik het bijzonder vindt dat de leden van Colossus weten hoe het nummer in elkaar zit. En in Suncarrier gaat Colossus verder waar Kingdoms is geëindigd. Bijna psychedelische metal vermengd met een oosters accent door een soort van mantra dat op een gegeven moment door het nummer schalmt dwars door een ritme dat loodrecht op de melodie lijkt te staan. Het nummer neemt je in bijna acht minuten dan ook mee in een soort gemoedstoestand waar je helaas door het einde van het nummer abrupt uit wordt gehaald.

Via Cloudhead komen we dan bij Fungle Gardens. Het nummer start eigenlijk eveneens heel onregelmatig. Naar het eind toe zingt Niklas telkens dezelfde tekst. Deze herhaling, bijgestaan door uitsluitend bass en drum (en wat later gitaar) kan twee dingen met je doen. Je kunt bedenken dat elf minuten op deze manier wel lang duren of, zoals het mij overkwam, raak je gehecht aan de herhaling en zingt het al snel onwillekeurig mee.

Wake is daarmee een cd die je niet even makkelijk opzet. Dat kan zelfs irritant zijn, maar wanneer je in de juiste stemming bent en er de tijd voor neemt kun je jezelf onderdompelen en wegdromen met iets dat Wake heet.