darkhaus-my-only-shelter-cd-Bij de eerste luisterbeurten leek het nog te glad, te doorsnee en te ver weg van de ‘emotie’. Een band in ontkenning, want de muziek synthrock noemen zonder synthesizer bij enig bandlid terug te zien is natuurlijk een beetje apart. De stemming slaat echter om na meerdere luisterbeurten. De CD ligt nu nog geregeld in de CD speler, want het werkt erg positief op het gemoed. Een band met een ietwat Duits geluid (ze gaan niet voor niets op tour met Subway To Sally), maar er lijkt constant meer aan de hand. Het kwartje valt wanneer de bandleden even goed doorgenomen worden. Gary Meskil en Marshall Stevens (Pro-pain) doen namelijk mee. Mastermind is de Duitser Rupert Keplinger (o.a. gewerkt met Peter Maffay en Eisbrecher), want zoals gezegd heeft het iets ‘Duits‘. Hoewel het ‘grote gevoel’ ontbreekt is de band erin geslaagd om erg aanstekelijke nummers te creëren. Nummers die in het hoofd rond blijven zingen en niet meer los laten. Hoofdrol is voor de geweldige zang van de Schot Kenny Hanlon – wat een mooie, technisch sterke stem. “My Own Shelter” klinkt gesmeerd zonder hoog op de jaarlijsten te eindigen. Daarvoor is het toch te gladjes en misschien wel te perfect. Luister bijvoorbeeld naar het Disturbed-achtige ’Hour Of Need’, want dat verklaard een beetje het probleem. Waar Disturbed in hun goede tijd wist te overtuigen door de donkere ondertoon kiest Darkhaus meer voor koortjes en technische perfectie. Klinkt goed, maar heeft toch net iets minder eigen smoel (hoewel de tachtiger jaren gitaarsolo‘s op deze CD wel heerlijk uit de box schallen). Voor electropop liefhebbers heeft deze plaat op het eind nog twee mooie verrassingen. ‘Breaking The Silence’ en ‘Worth Living’ krijgen namelijk een knallende dansvloer benadering gevuld met flinke beats die het op elke Gothic party geweldig zouden doen. Opvallend is dat dit harder klinkt dan de versies met gitaar. Voor liefhebbers van een perfecte productie, lekker in het gehoorliggende nummers en een geweldige zanger absoluut een aanrader.