Delain, de symfonische metal band die ontstond uit een muzikaal project van toetsenist Martijn Westerhold (bekend van Within Temptation). Omdat het project gebruik maakte van zoveel gastmuzikanten was de vraag naar live shows groot. Iedereen wilde weten wie Delain waren. Al snel groeide het project uit tot een echte band en werd hun eerste album “Lucidity” in 2006 uitgebracht.
Nu een aantal jaren later en met hun derde album op komst bewijst de band dat ze niet alleen maar een project zijn. Sinds hun tweede album “April Rain” heeft de band laten zien dat ze de support van veel gastmuzikanten op een album niet meer nodig hebben. Ze kunnen nu op hun eigen benen staan om zelf te ontdekken welke pad zij op muzikaal gebied willen bewandelen. Dat dit succes heeft valt ook niet te ontkennen. De band tourt de hele wereld over en heeft al op meerdere grote festivals als Sonisphere, Wacken en Lowlands gestaan. Het nieuwste album “We Are The Others” zal vanaf één juni 2012 te verkrijgen zijn.

Het album opent  met het nummer “Mother Machine” wat begint op een robot achtige manier  om vervolgens helemaal de band los te horen barsten. Al snel wordt de eerste jankende gitaarsolo om je oren gekletterd, dat smaakt naar meer. Ook het dreigende stemgebruik van Charlotte werkt fijn mee. Haar stem klinkt niet meer zo ielig wat een groot pluspunt is. Dit is wat je noemt een fijn openingsnummer. Delain laat gelijk horen van welk ijzer ze gesmeed zijn en dat bevalt me prima.

Het tweede nummer “Electricity” is wat rustiger dan het openingsnummer en weegt zwaarder. Het nummer klinkt bombastisch en ligt lekker in het oor. Dat Timo weet wat hij met een gitaar moet doen is ook duidelijk. De gitaar solo grijpt je bij de strot. Kippenvel, heerlijk!

Verder met het derde nummer en titel song “We are The Others”. Het nummer geeft een duidelijk beeld van hoe mensen diep gekwetst kunnen worden en daardoor een buitenbeentje worden. Ook de vraag of  “normaal zijn, doen, kleden,…” de norm is of het gewoon een uniform is wat uitgetrokken kan worden heeft een diepe impact. Voor het eerst op het album wordt er gebruik gemaakt van een kinderkoor. Heerlijk om het koor samen te horen zingen met Charlotte. Tranen schieten me ook in de ogen bij het besef dat normaal voor de ene niet perse normaal is voor anderen. Het zet mij aan het denken en met mij waarschijnlijk nog veel meer mensen.

“Milk And Honey” klinkt veel elektronischer en de grote rol van elektronische samples die in het nummer aanwezig zijn is duidelijk. Het nummer staat als een huis en knalt en raast met een rotvaart vooruit.

Het vijfde nummer “Hit Me With Your Best Shot” komt zowel instrumentaal als met momenten vocaal agressief uit de hoek. De combinatie van agressief klinken, maar toch toegankelijk zijn, werkt hier prima.

“I Want You” begint rustig. Je zou dan ook denken dat dit een ballad is, maar niets is minder waar. De rust is maar voor even en voor je er erg in hebt komt er uit het niets een agressief drum en gitaarstuk voorbij. De rustige stukken wisselen elkaar af met agressieve stukken wat het nummer prima in balans houdt.

Het album gaat verder met het nummer “Where Is The Blood”. Dit nummer laat ook de stem horen van Burton C. Bell. Heerlijk nummer omdat de band helemaal los kan gaan. Zowel vocaal als instrumentaal staat dit nummer als een huis wat een tornado kan overleven. Het stemgebruik van Charlotte kan me wel bekoren, venijnig en op sommige stukjes liefelijk!

“Generation Me” is een up tempo nummer wat je makkelijk in de verleiding doet komen om te gaan staan springen. Het klinkt wat vrolijker dan de andere nummers die ik eerder hoorde. Alhoewel het gitaar- en drumwerk wel agressief aanvoelen overmeesterd dit Charlotte niet.

“Babylon” begint beukend en ronkend. Helaas gaat het nummer niet in dit tempo verder maar wisselen ook hier wat rustigere stukken elkaar af met wat ruiger werk. Dit blijkt de rode draad op het album toch wel te zijn, beukende stukken met wat meer rustigere stukken. Het nummer sluit gelukkig wel beukend af. Heerlijk!

“Are You Done With Me” heeft een hoog pop gehalte en is erg toegankelijk. Het nummer zit ook minder complex in elkaar dan de rest van de nummers. Wat mij betreft zou het ook zo op het songfestival passen. Ook Charlotte heeft bijgeleerd. De hogere noten worden makkelijker gehaald en klinken zuiverder.

Het elfde nummer “Get The Devil Out Of Me” is een nummer wat ik afgelopen september al op Appelpop mocht horen. Het is een up tempo nummer wat lekker in het gehoor ligt en live ook fijn werkt. No nonsens, gas erop en gaan!

De hekkensluiter van het album is het nummer “Not Enough”. Nog een laatste keer kan de band helemaal los gaan en laten ze horen wat zij in huis hebben. Om eerlijk te zeggen had ik een veel heftiger nummer verwacht dan dit nummer. Het is zeker geen verkeerd nummer maar toch te poppy om mee af te sluiten. Het steviger gitaarwerk blijft ook uit. Jammer.

Het is duidelijk dat deze band hun eigen weg aan het vinden is. Ze hebben de bekendheid van andere bekende artiesten als Liv Kristine, George Oosthoek en Marco Hietala niet meer nodig. De goede invloed van Timo op gitaar is een aanwinst voor de band. Het gitaarwerk is gedurfder en rauwer dan op de eerdere albums, wat zeker geen slechte zaak is. Ook het stemgebruik van Charlotte mag genoemd worden. Deze dame heeft veel bijgeleerd en durft ook meer haar grenzen op te zoeken. Het is een heerlijk toegankelijk album wat een breed publiek aan zal spreken. Helaas heb ik niet het gevoel dat dit een erg vernieuwend album is, maar dat mag de pret niet drukken.

Tracklist:
Mother Machine
Electricity
We Are The Others
Milk And Honey
Hit Me With Your Best Shot
I Want You
Where Is The Blood
Generation Me
Babylon
Are You Done With Me
Get The Devil Out Of Me
Not Enough

Line Up:
Charlotte Wessels – zang
Martijn Westerholt – toetsen
Otto Schimmelpenninck van der oije – bass
Sander Zoer – drums
Timo Somers – gitaar