depeche-mode-delta-machine‘De trap op, de trap af’ is in Nederland inmiddels een bekend verschijnsel. De uitgaven van het Rijk worden gevolgd door de andere overheden. In een tijd van bezuinigingen krijgen bijvoorbeeld gemeenten dus ook minder. In het geval van synthrockers Depeche Mode was het ’trap op, trap af’ gegeven meer gericht op de kwaliteit van de opvolgende CD’s. De laatste jaren wisten de heren goede CD’s net zo makkelijk af te lossen met beduidend minder goed werk. “Delta Machine” is in die zin een uitzondering. Depeche Mode heeft zich genesteld net boven het midden van de trap. Geen top album dat kan wedijveren met hun beste werk, maar wel een album die geen enkele weerstand op zal roepen. Hoewel het album weet te groeien na een aantal luisterbeurten blijft het behoorlijk veilig. Er is namelijk geen enkel nummer die de luisteraar echt bij de strot pakt. Het gaat op “Delta Machine” om toegankelijkheid (voor het grote publiek). ‘My Little Universe’ en ‘Slow’ doen nog hun best om de irritatiegrens op te zoeken, maar “Delta Machine” staat verder vooral vol met nummers die lekker in het gehoor liggen. Zoals bijvoorbeeld single ‘Heaven’, ‘Secret To The End’, ‘Broken’, opener ‘Welcome To My World’ en afsluiter ‘Goodbye’. Opvallend is dat de bonusnummers op CD 2 meer tot de verbeelding spreken. Vooral het donker aangezette, mooi opgebouwde ‘Happens All The Time’, het experimentele ‘Always’ en ‘All That’s Mine’ laten horen dat Depeche Mode best meer mag experimenteren met synthesizer klanken. Gekoppeld aan de kenmerkende zang van Dave Gahan – regelmatig in samenzang met Martin L. Gore – zorgt dit toch wel voor de typische Depeche Mode herkenbaarheid. Bovengemiddeld, goed voor fans en het grote publiek en met de bonus CD ook voor mensen die het experiment niet schuwen.