Alhoewel Devil’s Brigade al in 2002 voor het eerst van zich liet horen, komt in augustus dit jaar pas het eerste album uit. Uiteraard hebben ze al eerder werk uitgebracht maar tot een ‘full length’ album kwam het nog niet. Dit is niet verwonderlijk aangezien dit een project is van een druk bezet man. De formatie bestaat uit Matt Freeman, Tim Armstrong (Rancid) en DJ Bonebrake, die we kennen van X and the Knitters.

Matt Freeman is vooral bekend om het spelen van de basgitaar in de bands Poison Ivy en zoals eerder aangegeven, Rancid. Ook heeft een korte bijdrage geleverd in de band Social Distortion. Matt heeft door de jaren heen niet stil gezeten en heeft met meerdere bands verschillende muziek (voornamelijk punk en ska) gemaakt. Nu kondigt hij het titelloze debuutalbum van Devil’s Brigade. Na vooral albums te hebben gemaakt waar punk en ska de boventoon voerden, is het ditmaal Psychobilly dat de klok slaat. Het album bestaat uit twaalf nummers en ik kan met zekerheid zeggen dat deze stijl erg goed past bij de speelstijl van Matt. Matt maakt bij zijn basgitaarspel gebruik van een hard pick of een fingerpick, iets wat voor een andere sound zorgt dan men in de punkscene gewend is. Het doet mijzelf sterk denken aan het de stijl die veel bij bluegrass gehanteerd wordt. De snaren worden met een plectrum kort aangehaald en klinken harder. De songs zijn simpel en brengen helaas weinig nieuws qua muziek. Tekstueel gezien is het wel erg origineel.

Het gevarieerde album start met drie punksongs. Daarna komt de luisteraar rustig bij met ‘Bridge of Gold’, een nummer dat gaat over de Golden Gate Bridge. Er staan trouwens in totaal zes nummers op die in zekere mate te maken hebben met deze beroemde brug. Het originele concept was dan ook een ‘musical’ daarover. De overige zes songs zijn afkomstig van de eerste demo. Het album kent een sterke afwisseling in songs en loopt daarna tot een einde met naar mijn mening de beste track op de plaat; Protest Song. Half Way To Hell maakt vervolgens het karwei af.

Het is wel leuk om te horen dat Matt zijn ei hier goed kwijt kan doordat hij de stijl kan spelen zoals hij dat wil. Over zijn zangkwaliteiten ben ikzelf minder te spreken alhoewel de stem, die diep en rauw klinkt, wel goed past. Het album zal de fans van Rancid zeker bekoren, niet in de laatste plaats doordat naast Matt en Tim ook Lars Frederiksen een duit in het zakje doet. Bij vlagen klinkt het ook als Rancid, maar de eigen sound van Matt overheerst dit alles. Een leuke plaat om af en toe te luisteren, maar echt heel enthousiast ben ik er niet over.