Spreken we hier over een melancholisch album met een rauw randje of met een stevig rockalbum met een melancholisch karakter? Feit is dat het Engels/Poolse kwartet Disperse met Foreword een intrigerend album aflevert dat zeker binnen het progressieve genre gerekend kan worden. Zij rekenen bands als Pink Floyd en Dream Theater als inspiratiebron, maar schuwen het niet om klassieke en jazzelementen te vermengen met stevige rock.

Met opener Stay wordt dat duidelijk. Een zwaar en stevig gitaargeluid zwelt aan en neemt af terwijl een subtiel sologeluid er doorheen kringelt afgewisseld met een fraai progressief klinkend drumritme. De zang klinkt ingehouden en wordt ondersteund door ‘kinderlijke’ klanken op de achtergrond. In Stay was het subtiele gitaargeluid al leidend voor het algemene geluid van Disperse. In Surrender gaat gitarist Jakub Zytecki er onnavolgbaar overheen met in het kielzog zanger/toetsenist Rafal Biernacki. Drummer Mike Malyan laat zich niet onbetuigd in de polyritmische ondersteuning.

Minder complex lijkt in eerste instantie de compositie Bubbles te zijn. Het geheel start luchtig en vooral prachtig, dat kan natuurlijk ook niet anders met zo’n titel, maar de bel spat in een positieve geluidsexplosie uiteen. Los van deze variatie in kracht heeft Bubbles iets voortglijdends, iets klevends,  iets waarin enige noten in een melodie getransponeerd worden naar eenzelfde melodie in scheurende akkoorden die er voor zorgen dat je je gewoon niet los kan trekken van deze compositie.

Het nummer Tether kreeg op Rockportaal de videoprimeur. Deze compositie past uitstekend in het geluid van Disperse, maar is tegelijkertijd heel toegankelijk. Het heeft een lekkere funkymelodie, een aanstekelijk ritme en spreekt meteen aan. De afwisseling in intensiteit en kracht bieden de luisteraar een mooi muzikaal palet. Met Sleeping Ivy verlaat Disperse het meer begaande pad in een zeer muzikaal technische compositie waarin sfeer heel bepalend is. Invloeden vanuit de hele wereld zijn verwerkt in deze compositie waarbij de Aziatische invloed misschien het meest opvallend is. Het tempo ligt laag, maar dat kan bijna niet anders met het woord Sleeping in de titel. Het ritme is onregelmatig en de zang lijzig en fascinerend. Nog een stap verder in complexiteit komen we wanner we Does It Matter How Far starten. Het lijkt alsof er twee composities door elkaar spelen in een soort canon. Op de achtergrond speelt de drumvirtuoos snelle en korte drumritmes terwijl gitarist Jakub op de voorgrond zijn eigen wat meer trage eigen compositie over alles heen giet. Een vrij complex geheel waarin voor de minder geoefende luisteraar geen maatsoort in te herkennen is. De zang is, zoals ondertussen wel gewend, ingetogen van aard en eist slechts sporadisch de hoofdrol op. Met ruim negen minuten is het een compositie die je óf overslaat óf meteen na het einde op repeat zet.

Na instrumentaal niemendalletje Foreword ligt het ritme en tempo in Neon na de psychedelische trip van Does It Matter How Far vrij gemakkelijk in het gehoor. Samen met Tether heel toegankelijk.

In de laatste twee nummers Gabriel en Kite zijn er eigenlijk geen verrassingen meer in het geluid van Disperse. Het melancholische karakter, vooral in de zang, is sterk vertegenwoordigd en de band weet in enkele tonen of juist het ontbreken ervan een fragiel doch krachtig geluid neer te zetten. Het is tot de laatste seconde genieten, dat is wel iets dat zeker is.