JW Roy portretIn de maand september viel de uitnodiging voor de persdag van Jan Willem Roy op onze digitale deurmat, naar aanleiding van het verschijnen van zijn albumboek Dry Goods & Groceries waarvan de release gepland stond op 30 oktober op het label V2.  Op 16 september toog Rockportaal naar de persdag die gehouden bleek te worden op JW Roy’s eigen woonschip. Ergens aan een dijk vlakbij Durgerdam zocht en vond Rockportaal de juiste witte woonboot en werd door JW zeer gastvrij ontvangen.

Waarom is Americana altijd jouw muziekstijl geweest, en bijvoorbeeld niet rock & roll of andere muziekstijlen?

Ik luister wel eens naar andere muziek met andere stijlen, bijvoorbeeld boogie, Jerry Lewis achtig. Het is wel tof en swingende muziek, maar het is niet wat ik zelf maak. Ik heb het ook niet in de kast staan. Ik weet ook geen namen. Zelf zit ik meer tussen de country en Americana in. Het is een manier van liedjes schrijven en wat mij aanspreekt.

Heb je ook helden of voorgangers uit de Americana hoek?

Helden ben ik niet van. Ik houd wel erg van Townes Van Zandt en Guy Clark. Clark was een buddy van Townes en de twee schreven ook samen. Op mijn cd staat een bonustrack van Clark getiteld ‘Desperados Waiting For The Train’. Eén van mijn eerste eigen platen was de LP Old no.1 van Guy Clark. Hij is niet zo bekend, maar hij komt ook voor in het boek dat bij de cd Dry Goods & Groceries hoort. Daarin lees je meer over mijn inspiratiebronnen.

De cd en het boek horen echt bij elkaar. Ze kunnen ook afzonderlijk van elkaar beluisterd of gelezen worden, maar het is wel vanuit het idee ontstaan dat ik wat meer wilde doen met mijn inspiratiebronnen.

Na een jaar of acht Nederlandstalig gezongen te hebben ben ik weer bij Engelstalig uitgekomen. Het boek verbeeldt eigenlijk wat die muziek voor mij is. Naarmate de cd vorderde en de verhalen binnenkwamen van de schrijvers die we hadden uitgenodigd, werd het steeds meer met elkaar verweven.

Het lijstje schrijvers die aan het boek hebben bijgedragen, waren dat bekenden van je, kwamen ze uit jouw netwerk?

Ik kende ze niet allemaal, maar ze moesten in ieder geval wel iets met het genre hebben. Iedere schrijver heeft ook weer een verschillend aspect belicht. Bijvoorbeeld Jan Donkers schreef over diverse venues in oud-Austin waar de artiesten optreden. Donkers weet daar veel van, heeft ook in Austin gewoond. In de band zit gitarist Cok van Vuuren, hij is helemaal gek van vintage gitaren maar is van origine ook fotograaf, dus hij heeft samen met zijn zoon veel van zijn lievelingsgitaren gefotografeerd op bijzondere plaatsen.

Sander Donkers wilde graag schrijven over een song: Love Hurts en over wat die song hem doet. Peter Kwint, hij zit voor de SP in de gemeenteraad, hij houdt van punk maar ook van Hank Williams III, dat wist ik. Hij heeft een verhaal geschreven dat iets rauwer is. Nico Dijkshoorn, van hem is bekend dat hij erg van dit genre houdt en hij kwam met een verhaal over Dale Watson. Het zijn allemaal persoonlijke bespiegelingen. Ze schreven verhalen echt uit hun hart. Freek de Jonge schreef gedichten, een soort van gedichten over vier mensen die hij te gek vindt: Bob Dylan, Laura Cantrell, David Olney en Johnny Cash. Het ziet er mooi uit, want bij die gedichten en de verhalen van een ieder staan ook foto’s van fotografen die we speciaal daarvoor hebben uitgenodigd. Fotografe Femke Hoogland en ik zijn ook nog naar Amerika geweest en hebben bij een stukje songtekst weer een hele fotoserie gemaakt.

Je bent nu terug bij het Engels maar je zingt eigenlijk afwisselend in drie verschillende talen: Brabants, Nederlands en Engels. Heeft dat met toeval te maken, komt het in je op of is dat bewust?

Het ligt er aan met wie ik samenwerk, soms maak ik een paar platen in het Engels en dan weer in het Nederlands. Ik denk er niet bewust over na, het is een beetje zoals de wind waait.

 Er wordt wel eens gezegd dat Engels wat makkelijker op muziek te zetten is, wat makkelijker “bekt” dan Nederlands. Vind jij dat ook?

Het Engels is iets sappiger, heeft wel wat warmere klanken en Nederlands is wat vierkanter en harder. Engels heeft meer romantiek.

 Wat me wel opvalt is dat de muzikanten uit Brabant elkaar altijd wel weten te vinden. Bijvoorbeeld gitarist BJ Baartmans werkt vaak samen met de producer Gabriël Peeters die ook weer jouw album heeft geproduceerd. Het is een beetje een ons-kent-ons gezelschap. Werk je graag met mensen die je kent, of neem je ook wel eens een muzikant in de band op die je helemaal niet kent?

Op dit album doen twee mensen mee die ik helemaal niet kende, drummer Bram Hakkens (speelt bij Kyteman, Douwe Bob, Bewilder). Grappig, want hij bleek wel weer uit een dorpje verderop te komen, ook uit Brabant dus.

De bassiste Judith Renkema is me aangeraden door Gabriël Peeters, haar kende ik niet maar het klikte en Cok van Vuuren komt uit Rotterdam, hem kende ik ook nog niet zo goed. Toetsenist Roel Spanjers daar heb ik wel al veel mee gewerkt. Ze gaan ook allemaal mee op toernee, plus Leon Verdonschot die verhalen zal vertellen.

 Ik heb nog een vraag over je samenwerking met Guus Meeuwis, met wie je songs schrijft en samenwerkt. Meeuwis is zeer bekend bij een heel groot publiek. Heb jij zelf nooit de behoefte om met jouw eigen muziek ook zo’n groot bereik te krijgen, om bij wijze van spreken in een stadion te staan?

NEE! voor mij is het schrijven van liedjes, daaraan schaven en aan werken en dan de volgende fase, het repeteren en opnemen met de band het allerleukste wat er is. Het optreden vind ik bij vlagen heel erg leuk maar het maken vind ik het leukst. Toen ik bezig was aan mijn tweede plaat kwam net Ilse de Lange met haar nieuwe werk en brak helemaal door. Zij vond dat ik dat ook verdiende. Ik heb echter nooit last gehad van jaloezie daaromtrent, ik lig er niet van wakker. Ik krijg sowieso wel erkenning. Het schrijven met Guus is heel erg gericht op het ambacht. Als je Guus zijn liedjes hoort waaraan ik heb meegeschreven dan hoor je heel erg de Americana erdoorheen.

Ik heb ook meegespeeld met de grote concerten en het is heel erg leuk om mee te maken maar als ik dat moest dragen, weet ik niet hoe ik het er vanaf zou brengen. Hij kan dat heel goed en kan daar ook goed mee omgaan.

Nog één vraag over de cd, moeten we het beschouwen als een conceptalbum of kunnen de songs ook afzonderlijk beluisterd worden?

Het is wel een coherent verhaal. Het is niet zo dat als je één song mist dat je dan de weg kwijt raakt, maar ze horen wel bij elkaar. De cd is eigenlijk mijn leven in de laatste twee jaar en het leven van de mensen om mij heen. Zo is het in elkaar geschreven.

Heel erg bedankt voor dit interview en de gastvrije ontvangst!

Lees ook Rockportaals recensie van het albumboek Dry Goods & Groceries