Na hun fantastische show eerder dit jaar in 013 hoefde ik geen seconde te twijfelen om voor de tweede keer dit jaar naar Echo & the Bunnymen te gaan. Van de onbevangenheid waarmee ik toen de zaal betrad was er zondagavond in de Effenaar geen sprake meer; de heren hadden mijn muzikale hart toen gestolen. Van de kleine zaal in 013 naar de grote in de Effenaar met ruim een half jaar ertussen, hoe zou het de band vanavond vergaan?

Als opwarmertje heeft de band het Belgische DadaWaves meegenomen, een divers popcollectief dat beschikt over een ruim arsenaal aan instrumenten. Hun geluid is even zo divers als hun instrumentarium, waar invloeden van jazz tot new wave in doorklinken. Een gemêleerd geheel, dat zeker, maar toch met een setlist die niet de hele tijdsduur kan boeien en moeite heeft om te beklijven bij het publiek.

Het duurt na het voorprogramma wel erg lang voordat Echo & the Bunnymen het podium betreden (we tellen ruim drie kwartier). Zeker voor een zondagavond had dat korter gemogen. Goed – dan de muziek. De heren beginnen met Going Up, een redelijk vaste prik op de setlist. De nummers die ze vanavond spelen verschillen sowieso niet veel van eerdere shows, waaronder die in Leuven de dag ervoor, of de show in 013 eerder dit jaar. Het wil natuurlijk niet zeggen dat Echo & the Bunnymen een verrassende show neer moeten zetten: de band is al sinds 1978 actief en heeft een rijk oeuvre opgebouwd dat voor zich spreekt.

Hitje The Killing Moon ontbreekt uiteraard niet, evenals fan-favorieten Bedbugs and Ballyhoo, The Cutter, en Rescue. Vernieuwend is het niet, vermakelijk des te meer. Ian McCulloch’s stem lijkt er af en toe wat moeite mee te hebben, maar dat is net zo min verwonderlijk als dat het storend is. Zijn ervarenheid en gogme slepen heb er schijnbaar moeiteloos doorheen. Stoïcijns voor zich uitkijkend – gewapend met zonnebril, lange jas en een pakje peuken – af en toe iets schier onverstaanbaars mompelen met dik Liverpudlian accent, is hij een rockmuzikant die je eigenlijk alles vergeeft.

De band draait als de goed geoliede machine die niet weet hoe ze het publiek teleur zouden moeten stellen. De gemiddelde leeftijd zal zo ergens in de 40 liggen, wat ook niet verwonderlijk is gezien de vele decennia die de band al gebruikt om fans te vergaren. Ik ben ervan overtuigd dat mensen die, net zoals ik in januari, Echo & the Bunnymen eenmaal live gezien hebben direct fan zijn. Bouwend om muziek van weleer, sommige nummers ouder dan ikzelf ben, is dat nog steeds een imposante prestatie. Kleine schoonheidsfoutjes zijn ze snel vergeven; geen ziel die zich er aan stoort. Genot is het sleutelwoord vanavond, ook als de band na een summiere toegift niet meer terug komt. “You might as well enjoy it, we might never come here again.” We hopen toch op het tegendeel, Ian.