Het Belgische Fields Of Troy verraste me in 2016 met Hardship. Een album dat tot de verbeelding sprak en spreekt. Het volgende kon ik er toen over zeggen: “De nummers bieden een krachtig geluid terwijl ze gewoon verdomd lekker in het gehoor liggen. Een bijzonder album dat navolging verdient.”

En daar heeft het Belgische gezelschap zich aan gehouden, want ook op The Great Perseverance overtuigen ze en ligt het algemene geluid sterk in het verlengde van Hardship. Zelfs de opbouw van het album, dat wederom door Ace Zec (Spoil Engine, Diablo Blvd) geproduceerd werd, lijkt verdacht veel op Hardship met de wat stevigere composities aan het begin en een meer rockgerelateerde kant naar het einde toe. Toch is duidelijk te merken dat Fields Of Troy niet stil gezeten heeft. De vele concerten hebben er klaarblijkelijk toe geleid dat het geluid op The Great Perseverance evenwichtiger en zelfs meer volwassen klinkt dan zijn voorganger. Wellicht ook de reden dat Painted Bass Records/JBM Events de band heeft ingelijfd.

Wat de muziek op The Great Perseverance betreft is duidelijk dat Fields Of Troy diverse muzikale invloeden weet te vermengen tot een smakelijke pot rock/metal. Na een uitstekend intro ligt Dethroned meteen goed in het gehoor met een startriff waar ook Avatar gebruik van had kunnen maken. Duidelijk is dat Fields Of Troy enige overeenkomsten laat horen met het geluid van een band als Stone Temple Pilots, hoewel in de refreinen de melodielijn en voornamelijk de zang van Louis Soenens me toch ook sterk doet denken aan het solowerk van James LaBrie. De inzet van de grunts in Dethroned geeft het geluid van Fields Of Troy hier juist dat extra beetje zwaarte, waardoor het geluid richting de metal schuift. Aphasia lijkt een logisch vervolg op Dethroned en de overgang verloopt dan ook naadloos. De sfeer blijft en ook hier dat beetje grungeflair dat mede bepaald wordt door een lekkere gitaarmelodie in de basis. Het goede drumritme en het oosterse vleugje sfeer maakt het helemaal af.

My Temple Broken start met een lekkere zware riff. Het staat garant voor een sterk muzikaal decor waarin de wat lijzige, Alice in Chains, zang goed tot zijn recht komt. Gitaristen Sven Herssens en Nick Vanduynslager verzorgen naast de opbouwende riff ook voor een subtiel gitaargeluid terwijl de ritmesectie van bassist Jürgen Elias en drummer Lothar Ryheul onophoudelijk verbrijzelend voortdendert.

Vanaf Face The Gigant ligt er een kleine verandering in het geluid op The Great Perseverance. Nog meer dan voorheen sluipt de groove wat meer naar de oppervlakte en komen de nu-metal invloeden sterker tot zijn recht. Langzaam verschuift het geluid naar een groovende compositie die in een voorprogramma van KoRn niet zou misstaan. Het melodieuze refrein biedt de luisteraar wat meer ruimte. Ook Shave And Pull bevat de bovengenoemde elementen.

Vanuit de nu-metal laat het einde, zoals eerder vermeld, een meer rockgerelateerd geluid horen. Condemn The Unknown en Where Bones Have Dried zijn wat lichter/luchtiger van aard en richten zich wat meer op een breder publiek. Heel even laat Fields Of Troy de kracht varen in het prachtige Last Words. Zonder naar het begrip ballad te grijpen, weet de band iets teweeg te brengen dat de onderbuik zachtjes beroert. Qua opbouw staat de compositie als een huis. In de coupletten is het nog vrij rustig. Relatieve rust die toewerkt naar krachtige refreinen. Na het prachtige Last Word sluit Fields Of Troy het album nog even stevig af met Doomsayer.

Doomsayer is toegankelijk, vooral in de refreinen. Daartussendoor liggen krachtigere, meer metalstukken. Ook hier bieden de grunts goed tegenwicht en leeft het gitaarduo zich even lekker uit in afwisselende melodieën.

Uiteindelijk is The Great Perseverance het album waarop Fields Of Troy de succesformule van Hardship voortzet. Dat is werkelijk heel prettig. Daarbij is het algemene beeld van het album een beeld van ontwikkeling waarbij deze Belgische band nog meer professioneel voor de dag komt en zichzelf duidelijk op de kaart kan zetten. Het is in ieder geval een album dat zeker niet verveelt en toch weer naar meer smaakt.