Life is Good heet het nieuwe album van Flogging Molly, het zesde in de zowat 20 jaar dat de Amerikaanse band bestaat. Als de vijf vorige albums goed verkopen en de zalen en festivaltenten vlot vol lopen, zal het leven er inderdaad wel goed uitzien. Levert dat ook een sterke plaat op? Dat hangt er van af wat je verwacht.

 

Flogging Molly werd bij het brede publiek bekend met hun opzwepende, Iers-geïnspireerde folkpunk, waarbij ze vaak in één adem genoemd worden met hun landgenoten van de Dropkick Murphys. Hun bekendste nummers zijn bijna uitsluitend uptempo en zelfs dansbaar, op een folky manier dan. Denk aan Devil’s Dance Floor, Black Friday Rule, Salty Dog of What’s Left Of The Flag. Tuurlijk stonden er op hun eerste albums ook wel rustigere nummers, maar dat was niet waar ze hun handelsmerk van gemaakt hadden. Life is Good daarentegen bevat bijna uitsluitend trage, brave ballad-achtige folkdeuntjes. Misschien vonden ze dat de combinatie van folk en punk teveel een automatisme geworden was of willen ze dat het publiek hen eens op een andere manier leert kennen. Wie zal het zeggen.

 

De opgestoken middenvinger van de hoes hoor je nauwelijks terug in de muziek. De uitgesproken punk uit hun folkpunk blijft deze keer beperkt tot amper één nummer. En zelfs dat nummer, Crushed (Hostile Nations), had nog wat meer peper kunnen hebben. Er staan nog wel een paar rockende nummers op het album, zoals The Days We’ve Yet To Meet, The Bride Wore Black en Guns Of Jericho, maar die zijn te braaf om ze als punk of folkpunk te benoemen. Heeft Flogging Molly daarom een slecht album afgeleverd? Dat ook weer niet.

 

Flogging Molly legt op Life Is Good de nadruk heel zwaar op de folk, maar daar zijn ze dan ook wel heel goed in geworden. Misschien is de band op dit zesde album tot het besef gekomen dat ze dit soort doorleefde, getaande folk zo goed in de vingers hebben dat ze hun verhaal ook zonder opzwepende ritmes en pompende bassen kunnen vertellen. Opvallend is dat ze daarvoor niet terugvallen op standards en klassiekers uit het genre, maar dat ze alles zelf bij elkaar gepend hebben. Als er tracks op dit album staan die zullen uitgroeien tot een standard of klassieker, zijn het wel The Hand Of John L. Sullivan, Hope of Reptiles We Woke Up. Ook het halve drinklied The Last Serenade (Sailors & Fishermen), zal gegarandeerd uitgroeien tot een publiekslieveling. Misschien worden die ‘brave’ songs binnen enkele jaren zelfs hernomen door één of andere jonge folkpunkband die er alsnog de peper in stopt die ze op Life Is Good verdienden. Daarmee zou de cirkel rond zijn.