West-Vlaams. Dat dialect is in België een beetje wat het Fries is in Nederland, moeilijk te begrijpen om mee te beginnen.

 

In Vlaanderen is het West-Vlaams momenteel vooral hip. Tv-series in het West-Vlaams zijn gegarandeerd kijkcijferkanonnen en Het Zesde Metaal schopte het met zijn dialectpop tot op het podium van Rock Werchter. Het Kortrijkse Gèsman bedient zich reeds langer dan de hippe periode van het West-Vlaams, al bleef dat in de begindagen onder de radar. Overigens, zowat alles van de band bleef onder de radar van het grote publiek. Tot Gèsman vorig jaar werd geselecteerd voor één van de 20 tracks op de Belgian Nuggets 90’s-00’s-verzamelaar van het nieuwe label MayWay Records. Die verzamelaar deed veel muziekliefhebbers beseffen dat ze Gèsman misschien onterecht over het hoofd hebben gezien.

 

De herkansing voor het Vlaamse en misschien ook het Nederlandse rockpubliek komt er onder de vorm van Olput Blues, het nieuwe album van deze Grasmannen. Een olput is een beerput. Meer vertaling heb je niet echt nodig. Gèsman mengt indierock met blues en americana en soms zelfs voorzichtig met wat psych en jazz. De muziek is op zich voldoende om in de flow te geraken. Van de twee Engelstalige tracks op Olput Blues  (het slepende, bluesy Schmuck en de Deltablues van Weeping Back @ The Willows) kan je de lyrics soms net zo moeilijk volgen als die in het West-Vlaams.  Het gevoel primeert.

 

De sax van Ruben Vercamer roept soms herinneringen op aan Morphine. Dat doet hij onder meer op de spacy outro van openingstrack Veel Dust (veel dorst) en op de titeltrack Olput Blues, nog zo’n slepende bluestrack tussen Tom Waits en Tony Joe White in. Die track heeft de leuke quote ‘we hebben allemaal liever de kaas dan de gaten’.  Daarin kunnen Nederlanders en Kortrijkzanen elkaar alvast vinden.

 

Een paar keer neemt de band de bochten te ruim en komen ze op het rijvak van de art-rock, maar ze scoren dan weer wel met stampende en dampende tracks als single Mankepwot en Hotdog. Die laatste heeft een finale die doet denken aan hoe Mauro Pawlowski en Rudy Trouvé (toen die nog bij dEUS speelde) hun gitaren martelen. Een tegendraadse rocker zoals 8 Cilinder Ootoomatiek van het vorige album Salonrebel (te vinden op Youtube) had dit album naar een nog hoger niveau kunnen tillen, maar het volledig opendraaien van de gitaarversterkers zit niet in het DNA van Gèsman.

 

De afsluitende track Aïoliques Associés is een absurde kookles – in niet altijd correct Frans dan nog – van gastdocent Luc Dufourmont, zanger van de eveneens door Mayway Records heropgeviste Ugly Papas (en van Idiots). Het doet vaag denken aan Nederwiet van Doe Maar en Joost Belinfante.

 

Geen hapklare brok, deze Olput Blues, maar als je het album een paar luisterbeurten geeft, ontdek je telkens een nieuw laagje en begrijp je ook elke keer iets meer van de lyrics in het Kortrijks. Dan kan het genieten beginnen.