Er zijn van die bands waar je hoge verwachtingen van hebt op het moment dat er een nieuw album uitkomt. Voor mij is Great White zo’n band. Het vorig jaar verschenen comeback album Back to the rhythm kon mij echter niet bekoren. Integendeel zelfs. Een album waarop de band geen enkele indruk op mij wist te maken. Muzikaal was het allemaal niet slecht, daar zijn de muzikanten te goed voor, maar de vlam sloeg geen moment in de pan. Het geheel klonk veel te netjes, de songs ongeïnspireerd en de productie erg sober.

Met het nieuwe album Rising hoopte ik dus een herboren Great White te horen waarbij al mijn twijfels van tafel geveegd zouden worden. Helaas word die hoop niet waargemaakt. Sterker nog, Rising klinkt als een exacte kopie van Back to the rhythm. In alle opzichten lijkt het alsof je naar hetzelfde album zit te luisteren. De songs klinken nog net zo ongeïnspireerd, de productie is wederom veel te mat en het heilige vuur lijkt nu toch echt te zijn verdwenen. En dat zeg ik met pijn in mijn hart. Zanger Jack Russel is in principe een geweldige zanger maar het lijkt wel alsof ook hij geen zin meer heeft om tot het uiterste te gaan. Dat kan natuurlijk ook komen omdat de songs daar geen aanleiding toe geven, maar toch blijft het jammer. Het heeft ook geen zin om de nummers afzonderlijk te bespreken. Totaal inspiratieloos is het allemaal met als dieptepunt het nummer Down on the level en een totaal overbodige cover van Let’s spend the night together. Nee, ik zet uit frustratie het laatste goede studioalbum Can’t get there from here uit 1999 maar weer eens op. Of het geweldige live album Thank you and goodnight uit 2002, opgenomen tijdens hun afscheidstour. Wat mij betreft hadden ze het daarbij moeten laten.