Sludgelord is een begrip in de doom/sludge metal scene. Iedere underground band is trots als hun album wordt gereviewed op deze Engelse cultblog. Sinds begin 2018 zijn ze ook een platenlabel begonnen, verrassend genaamd Sludgelord Records. A Low Winter’s Sun van het Canadese Heron is pas de vijfde plaat die uitkomt via het label, maar als ze albums zoals deze blijven uitbrengen wordt het label heel snel heel groot.

Want man wat is deze plaat vet.

Los van de heerlijk nostalgische 80’s cover van kunstenaar Cryptworm, heeft Heron de kracht van herhaling gewoon goed door, de duistere langzame riffs slepen je mee in een maalstroom die leidt naar een wereld die onderworpen is aan dood, schaduw en mysticisme. De plaat is een veertig minuten durend doom/sludge paradijs met twee vocalisten die afwisselen tussen een grunt en een hoge krijs en voicesamples uit 80’s sci-fi films, maar de rest van de band doet het zeker niet onverdienstelijk. Zeker de drumster niet, die het begrip ‘less is more’ goed begrijpt, zich niet teveel uitslooft en ruimte creeërt waardoor de plaat niet verveelt. Ook nog een compliment voor producer Jesse Gander (heeft samengewerkt met Bison) die Heron geweldig zwaar laat klinken: de loden eindriff van The Great Attractor mag eindeloos doorgaan, evenals de simpele maar effectieve basisriff van Fire Twin. Uncomfortable Silence is samen met het laatstgenoemde nummer toch wel één van hun best geschreven nummers met perfect gekozen voicesample uit de science fiction film Altered States: The final truth of all things is, that there is no final truth, it is nothing, simple hideous nothing. 

Conclusie: Heron’s eerste full length plaat is een metalalbum dat zo tussen Epicus Doomicus Metallicus of Born Too Late past. Het is origineel, loodzwaar en headbangbaar en dat is wat je krijgt als je met The Sludgelord in zee gaat. Wat ze daar in Vancouver British Columbia in het water hebben weet ik niet, maar nog zo’n weergaloos album uit die streek en ik ga emigreren.

Op een schaal van 1 tot 10:

9,5