press_photo_09Het is een warme woensdagmiddag wanneer de telefoon overgaat. Na opgenomen te hebben , hoor ik aan de andere kant van de lijn: “Hello Maurice, this is James LaBrie. How are you doing?”.

Hoewel de naam van James LaBrie (volledig Kevin James LaBrie) onlosmakelijk verbonden is met Dream Theater, praten we deze middag, samen met een eveneens sympathieke Matt Guillory, over de nieuwe cd Impermanent Resonance van de charismatische zanger. Een cd die een logisch vervolg lijkt te zijn van Static Impulse uit 2010. Impermanent Resonance staat vol met ijzersterke metalnummers die allen tot de verbeelding spreken. Ben dan ook zeer nieuwsgierig naar het verhaal achter de cd.

Press_Logo_01Hallo James, je moet het wel druk hebben?

James: Dat kun je wel zeggen. De release van de cd brengt wel wat werk met zich mee, maar het is wel ontzettend leuk om te doen.

Impermanent Resonance is een feit. Opvallend is dat de cd, evenals Static Impulse, begint met een uiterst heavy en uptempo nummer (Agony). Heb je een bepaalde reden om zo van start te gaan?

James: De cd begint inderdaad met een zeer krachtig nummer. Ik wil dan ook graag dat de start van een cd meteen een grote impact heeft op de luisteraar. Juist het agressieve karakter van het nummer Agony bewerkstelligt dat. Er zit een uiterst extreme krachtige riff in die ervoor zorgt dat je als luisteraar meteen betrokken bent bij de muziek. Ja, ik kan je dus zeggen dat ik er bewust voor heb gekozen om juist met het nummer Agony te beginnen.

Na het uiterst krachtige Agony komen de eveneens stevige nummers Undertow en Slight Of Hand. Het laatstgenoemde nummer kent kracht, maar zeker ook een hoge mate van melodie en de keyboards spelen een grote rol. Komt dit bij jou vandaan of bij Matt?

James: Alle keyboardstukken komen überhaupt bij Matt vandaan. Hij is sowieso verantwoordelijk voor het merendeel van de composities en dus zeker het gedeelte waarin de keyboards om de hoek komen kijken. Het is voor mij dan ook heerlijk om het talent van Matt te laten ontplooien en lekker achterover leunend toe te kijken wat er komen gaat. Op onze vorige cd Static Impulse speelde de keyboard een veel kleinere rol dan. Ik ben echter van mening dat juist de keyboard meer atmosfeer toevoegt aan een nummer, het krijgt daardoor een meer dynamisch karakter. Matt verbaast me altijd weer met zijn geweldige spel op de toetsen. Hij zorgt ervoor dat er meer balans ontstaat in een nummer en zorgt daarbij voor meer diepgang in een nummer. Zijn spel is uiterst effectief en tilt de composities naar een nieuw en vooral hoger niveau. Ik ben ontzettend tevreden met het uiteindelijke resultaat. Het geluid heeft diepte, terwijl we de stevige, heavy elementen en daarnaast de melodie in stand houden.

Ondertussen werken Matt en jij al enige jaren samen en hij is een belangrijke speler in het geheel. Hoe is jullie relatie?Press_Photo_03

James: We werken ondertussen ruim veertien jaar samen in de muziek en het klinkt als een cliché, maar Matt is als een broer voor me. Hij inspireert me ontzettend en het is fijn om met hem samen te werken. We zijn samen ook heel trots op wat we tot dusver hebben mogen maken/produceren. Ik durf zelfs te zeggen dat we samen steeds beter worden in het maken van muziek en dat we ondertussen ons eigen geluid hebben weten te creëren. Onze samenwerking blijft dan ook gewoon voortbestaan. Ik heb besloten om pas te stoppen op het moment dat Matt stopt.

Even terug naar het nummer Slight Of Hand. Een van de zinsnede in het nummer is “Don’t Try To Change Me”. Waar refereert dit naar?

James: De tekst van Slight Of Hand is eigenlijk geïnspireerd door een film die we zagen. Hierin gaat het over een CIA-agent die handelde volgens de morele principes die zij voorstond. Door anderen is zij echter juist hierom verraden. Het gaat er eigenlijk om dat zij heeft gehandeld vanuit normale normen en waarden en dat zij de acties die zij uitvoerde, kon verantwoorden naar zichzelf en haar gevoel. Terwijl de wereld om haar heen haar een andere kant op duwde.
Eigenlijk komt dit wel weer terug op mijn eigen leven. Ik probeer iedereen die ik tegenkom en/of spreek met respect te behandelen. Natuurlijk lukt dat niet altijd even goed en kan het altijd beter, maar ook ik probeer vanuit mijn morele waarden te leven en met anderen om te gaan.

Hoewel de muziek allerminst negatief klinkt, zijn er nog wel een aantal titels die minder positief geformuleerd zijn. Bij voorbeeld Lost In The Fire, Amnesia, I Will Not Break.

Hoewel James het woord heeft gevoerd, mengt Matt Guillory zich nu ook in het gesprek.

Press_Photo_05Matt: De teksten zijn niet heel negatief. Amnesia gaat over een ongezonde relatie tussen twee mensen die maar voortduurt, maar uiteindelijk geen stand houdt. Om met het verdriet om te gaan is het eigenlijk alleen maar mogelijk voor de persoon om de relatie af te sluiten wanneer het mogelijk zou zijn om juist dit gedeelte in zijn leven helemaal te vergeten. Maar het blijkt zo moeilijk te zijn om juist deze ervaring zomaar te vergeten. Het nummer gaat eigenlijk over hoe moeilijk het is te overleven en hoe zwaar deze strijd kan zijn.

Het ligt dus meer in de romantische sfeer?

Matt: Zo zou je het kunnen noemen.
Ook Lost In The Fire gaat over een relatie die op het randje balanceert. En over het feit hoe je jezelf mee kan trekken in de negatieve spiraal die het met zich meebrengt. De boodschap is eigenlijk om het leven positief te zien en vooral niet op te geven. Om juist verder te gaan dan de uitdaging die voor je ligt in een relatie. Blijf positief. We zijn niet verloren, ook niet wanneer het even tegenzit. We zullen het met onze ervaringen moeten doen en er sterker van moeten worden.

Impermanent Resonance is geen progrockcd. (wat sommigen wellicht zouden verwachten). Diverse metalinvloeden passeren de revue. Hoe zou je zelf de muziek op de cd willen omschrijven?

James: Impermanent Resonance is, eigenlijk net als Static Impulse, gegrond in de metalmuziek. Daarnaast zijn er in de nummers ook een heleboel popinvloeden verweven. Zo zijn de nummers ten aanzien van een progrockcd veel korter (red: gemiddeld vier minuten) en ligt er heel veel nadruk om de zangmelodieën. We hebben dan ook heel veel aandacht besteed aan de zangstukken. Maar juist de combinatie van metal- en popmuziek maakt het geheel uniek. De basis ligt in de metal en is daardoor besmettelijk. Het verschil met Static Impulse ligt in de dynamiek. Impermanent Resonance klinkt over de hele linie wat dymanischer. Daarnaast ligt op Impermanent Resonance de focus nog meer op de melodie, vooral in de zangstukken. De dynamiek ligt in het feit dat de nummers harder zijn, dat de wisselingen in stijl en melodie strakker zijn en dat het geheel sterker is. Static Impulse had al deze elementen al, maar op Impermanent Resonance zijn ze sterker aanwezig.

Voor het mixen van de cd heb je gebruik gemaakt van Jens Bogren. Heeft hij hier nog invloed op gehad?

James: Jens past helemaal perfect in het plaatje. We werkten al met hem op Static Impulse en hij is een geweldig persoon om mee samen te werken. Hij heeft de nummers geïnterpreteerd als een hardrock-/metalcd. Maar vooral belangrijk is dat hij uitstekend in staat is om te begrijpen wat we willen, wat we proberen te bereiken met onze muziek. Hij kreeg het voor elkaar om juist dat geluid te creëren dat we in gedachten hadden. Hij heeft dan ook een bijzondere klus geklaard. Belangrijk voor ons is ook hier dat we goed met Jens kunnen communiceren en dat hij precies weet waar we naartoe willen. Hij is daarbij zeer getalenteerd. Nogmaals, hij begrijpt wat we willen en zonder dat kun je nog zulke goede nummers schrijven en opnemen, maar zonder dit wederzijdse begrip blijft er geen goed gevoel over en klinken de nummer nergens naar.

Matt: Ik kan alleen maar beamen wat James zojuist zei. Het is geweldig om met Jens te werken.

Press_CoverHet artwork is een representatie van de cd. Kun je dit uitleggen?

Matt: Het artwork is een visuele representatie van hetgeen in de nummers naar voren komt. Mensen die in een emotionele staat worden weergegeven. Heel bijzonder is ook de man met het oranje …eh…hoofd.

James: De nummers gaan tekstueel allemaal over het menselijke emotionele spectrum en dat proberen we weer te geven. Het is een soort statement dat we uitdragen. Door het artwork zijn we in staat om te laten zien hoe juist deze gecomputeriseerde en technische wereld ons beïnvloedt.
Eigenlijk moet je de foto zien als een infrarode camera of een warmtekijker waarin de kleuren de verschillen weergeven. Ook onze energievelden hebben op deze manier een kleur gekregen afhankelijk van de emotionele staat waarin de persoon zich bevindt. De foto vertelt het verhaal van de menselijke emotie en de kleuren zijn de verschillende stadia van de emotie.

In vroeger tijden was jij, James, drummer. Is dit nog van belang bij het schrijven van een nummer. Begin je vanuit de melodie of vanuit een ritme?

James: Ik speelde vroeger drum ja, maar dat heb ik eigenlijk niet meer gedaan sinds mijn zeventiende jaar.

Op dat moment mengt Matt zich in het gesprek en onderbreekt James met een verhaal waarin hij refereert aan een moment van drie jaar geleden waar James blijkbaar heeft gedrumd. Beide heren barstten uit in een lachsalvo om daarna toch de draad weer op te pikken.

James (uitgelachen ondertussen): De realiteit is dat het uiteindelijk komt van de melodie. Maar Matt is de verantwoordelijke componist voor een groot gedeelte. Ik heb regelmatig wat ideeen voor een riff of zoiets en schotel Matt dat voor. Matt past daarna alle stukjes tot een geheel, maar misschien moet jij deze vraag maar gewoon beantwoorden Matt.

Matt: Wanneer ik muziek componeer is de zanglijn voor mij het meest belangrijke uitgangspunt. De teksten spreken tot me. De zang vind ik ook fascinerend en daarom is het werken met James ook zo geweldig om te doen. Hij heeft zoveel mogelijkheden met zijn stem. De zang is dus voor mij het centrale gedeelte van een nummer. Bij het tot stand komen van een nummer zingt James ook regelmatig eerst de tekst. Ik vraag me altijd af wat de zang namelijk doet met het nummer. Met de sfeer, of het past in het nummer dat ik in gedachten heb.Press_Photo_01

James: Matt heeft dan ook heel veel tijd gespendeerd aan de zang op de cd. Ik ben het met hem eens dat de zang iets moet doen met een nummer. En ik kan me niet voorstellen dat we dit doel niet willen nastreven op een cd. Wanneer dit het doel niet is, vraag ik me af wat het doel dat wel zou moeten zijn. De zang is een soort verbindingsstuk waardoor je contact kan krijgen met de luisteraar. Juist die verbinding creëren met de luisteraar is een doel op zich, misschien wel het belangrijkste doel.

Betreft dit alleen de zang van James of geldt dit ook voor de screams van drummer Peter Wildoer?

Matt: In zekere zin geldt dit ook voor de screams. Ik werk echter voornamelijk in de basis met de melodie in de zang.

James: De screams komen er dan later bij wanneer het nummer erom vraagt. Het geeft een prachtig contrast met de melodische zanglijnen, maar de screams zijn een “tool”, iets dat je toevoegt om het geheel meer kracht te geven. De screams worden dan op een subtiele wijze gebruikt om het evenwicht in het nummer te brengen.

Nu we toch bij Peter Wildoer zijn belandt. Hij is een Zweedse drummer, daarnaast werk je ook met een Italiaanse gitarist. Hoe krijg je het voor elkaar om ze allemaal bij elkaar te krijgen.

James: Ook op Static Impulse heb ik met deze jongens gewerkt en het is gewoon heerlijk om met ze te werken. Ze zijn stuk voor stuk fantastische muzikanten. Marco Sfogli is werkelijk een geweldige gitarist die een goed gehoor heeft voor melodie. Hij kan werkelijk alles spelen wat je wilt en ik heb een enorm vertrouwen in hem. Peter is daarnaast een hele goede drummer. Dat is onder andere de reden dat we hem toen ook hebben uitgenodigd voor de drumaudities bij Dream Theater. Ray Riendeau tenslotte is een bassist van wereldklasse en lijkt metal van nature te spelen. Het is geen probleem om het geheel op te nemen. Iedereen weet wat er van hem verwacht wordt en drukken door hun spel en/of aanvullingen hun stempel op het definitieve geluid. We inspireren elkaar door samen te spelen. Ze zijn in staat om alles te spelen en in wat we voelen zijn we één.

Tenslotte nog een laatste vraag, James. Je bent afgelopen jaar vijftig jaar geworden, mag ik mijn vraag nog stellen….?

James lacht: ja, laat maar komen.

press_photo_08Je bent vijftig geworden. Hoe zie je jezelf en je ontwikkeling wanneer je dit vergelijkt met ongeveer twintig jaar geleden toen je bij Dream Theater aantrad?

James: Toentertijd zat ik een band (red: Winter Rose) en we stonden op het punt om een contract te tekenen. Toen kwam Dream Theater op mijn pad. In het begin was ik heel erg serieus en buitengewoon toegewijd aan de muziek. Dat ben ik eigenlijk nog steeds. In de loop van de jaren heb ik altijd willen groeien als muzikant en zanger. Ik ben natuurlijk niet meer dezelfde persoon als twintig jaar geleden. Je wil ook gewoon groeien en op die manier ben je ook in staat om jezelf beter te leren kennen. Ik kan met trots zeggen dat ik ook wel wat bereikt heb in het leven. Ik ben nogal tijde serieus en toegewijd met muziek bezig. In eerste instantie ben ik naar Toronto gegaan om een groot rock and rollzanger te worden. Ik was en ben van mening, zonder mezelf overdreven op de borst te kloppen, dat ik wel wat te bieden heb. Ik ben vooral heel tevreden met waar ik nu sta. “I truly believe in myself and others”.

Een betere afsluiter kan het gesprek voor mij niet hebben. Een positieve boodschap/statement van een even positief duo dat mij te woord wilde staan. Was ik eerder muzikaal getroffen door de uitstekende nummers van James en Matt. De eerlijkheid en rust in het gesprek treffen mij als mens en dat is me minstens evenveel waard.  Met dank aan James LaBrie en Matt Guillory.