cover johnossi transitionsAfgelopen jaar kwam ik in contact met Mustasch, een Zweedse band die met de zevende cd pas mijn aandacht wist te grijpen. Ook nu komt Zweden wederom met een goed bewaard geheim. Johnossi, de band rond John Engelbert (zang en gitaar) en Oskar “Ossi” Bonde (drums), levert met Transitions hun vierde cd alweer af. In thuisland Zweden zijn ze al populair. De single Gone Foverer en de voorlaatste cd Mavericks behaalden de gouden status en de band wist ook een Zweedse Grammy te winnen als beste groep. Transitions is opgenomen in de studio van niemand minder dan Benny Andersson (ABBA!) en Universal/Caroline heeft de band getekend. We mogen wel wat verwachten.

In eerste instantie is het wat wennen. De muziek is het best te omschrijven als indie-pop met een rockrandje; het geheel heeft soms wat weg van de White Stripes (mede door het pulserende en pompende drumgeluid van “Ossi”) en zou het label mogen krijgen van Zweedse Britpop. Dit laatste is ook weer niet zo gek wanneer je weet dat Peter Born en John’s Bjorn Yttling (onder andere Franz Ferdinand) voor de productie hebben gezorgd. Het leuke is dat Transitions lijkt te groeien bij meerdere luisterbeurten. De nummers zijn aanstekelijk, zwepen op en met mijn ogen dicht zie ik menige Zweedse meiboom versierd worden of zie ik massa’s mensen deinen op een Lowlandsveld. Het heeft allemaal onder andere te maken met het fraaie stemgeluid van John Engelbert. In Into The Wild blijft de melodie en het ritme lekker hangen. En het drumgeluid wordt ruimschoots ondersteund door het gitaarspel van John. Het nummer bouwt zich langzaam op tot een fraai hoogtepunt. De single Gone Forever gaat verder op de ingeslagen weg. Ook hier loopt het gewoon gladjes en wanneer John zijn stemgeluid wat verheft, geeft dit een positieve lading aan het nummer. Ook het subtiele pianostuk heeft hier een bijdrage aan. Het duo weet (met of zonder de steun van Benny Andersson) ook gewoon prettige liedjes te schrijven die goed bekken. What’s The Point en Bull/Bear zijn daar goede voorbeelden van. De eerder genoemde piano staat samen met de stem van John centraal in het prachtige For A Little While. Ook hier een goede opbouw waarbij het drumgeluid niet overheersend maar aanvullend een laag extra toevoegt aan het geheel. Met een gitaarriff die uit de jaren tachtig lijkt te zijn gehaald (bijvoorbeeld van The Cure of Then Jericho) weet Dead End even flink uit te barsten. Het tempo verlaagt zich weer in het langzame Alone Now, maar ook hier weer een kenmerkend pulserend drumritme dat je vasthoudt. Het uptempo Seventeen zou voor mij een potentiele single zijn. Alles klopt. Een goed gitaargeluid, het deint goed en het heeft een goede meezingtekst. Geen toeters en bellen, maar gewoon een lekker nummer. Het bijna kenmerkende tempo van Johnossi komt zeker ook weer terug in Roscoe, waarbij John en Oskar de heilige-twee-eenheid bewaarheid laten worden. Aan het eind is het nog even genieten van het gevoelige The Great Escape dat menigeen terug doet denken aan een band als R.E.M. Termen als hypnotiserend (door gezang), meeslepend (door het gitaargeluid) en gevoelig (door het tempo) zouden zomaar op zijn plaats kunnen vallen in het slot van de cd.

Johnossi heeft me met Transitions wel gegrepen. De quasi populaire composities zijn van een hoog niveau en nemen de luisteraar mee in de flow. Het wordt tijd dat Nederland deze band eens binnen gaat halen, want de Zweden hebben zeker al bewezen bij de top te horen en zouden in de basis van bijvoorbeeld Lowlands of Pinkpop moeten staan.