Het is een mix van jong en oud vanavond dat aan de lippen hangt van de ‘Australische versie van Tool’. De band laat echter zien dat zij veel meer zijn dan dat.

Het podium wordt geopend door het Britse Monuments, dat al een tijdje aan de weg timmert maar sinds 2013 een nieuwe zanger heeft. Het is dan ook volgens de band de eerste keer dat deze bezetting in Amsterdam optreedt. De zaal begint leeg maar loopt al snel genoeg vol voor de grooves en basknallen die de band over ons heen speelt. Deze verslaggever heeft de band echter enthousiaster karnivoolen energieker gezien dan vanavond. Ze zetten nog steeds een goede show neer en de stem van zanger Christopher Barreto verdient twee duimen in de lucht (evenals de instrumentale talenten van de rest van de band), maar het is allemaal een beetje tam. Monuments is de zwaarste band die hier vanavond onze oren binnenstroomt en als meneer Barreto af en toe een heftige schreeuw loslaat wordt het publiek een beetje wakkergeschud. Op een gegeven moment pakt Barreto een saxofoon en begint hier langzaam steeds harder op te spelen totdat de band achter hem invalt en het één grote mix van geluiden wordt. Op de achtergrond hoort men vaak duidelijk een bandje meespelen, die de achtergrondvocalen op zich neemt en daarnaast andere, psychedelische geluidseffecten afdraait om de muziek meer effect te geven. Het werkt goed en het geeft de muziek nog net een extra tintje dat de band na een tijdje nodig heeft om een beetje variëteit erin te knallen. Goed optreden, maar een beetje ‘middle of the road’.

‘Middle of the road’ is geen optie voor Karnivool. Deze band komt uit Australië en heeft al moeite met het plannen en onderhouden van tours in eigen land, omdat het gewoon zo verdomde groot is. Om dan naar een zaaltje in Amsterdam af te reizen en er geen speciale avond van te maken zit niet in het DNA van deze heren. Als de band op komt lopen zegt gitarist Mark Hosking simpelweg, ‘Hello Amsterdam. Welcome to the show.‘ En die belofte maakt de band meer dan waar vanavond. De band begint meteen goed met een van hun allereerste nummers, Fade, omdat die steeds meer aangevraagd werd door dolle fans. Deze band wordt veelal beschouwd als de ‘Australische Tool’. En op het eerste gezicht is dat ook geen verkeerde stelling. Maar het zet deze heren wel in een hokje terwijl ze zoveel meer doen dan Tool Australiaseren (is dat een woord?!). De stem van zanger Ian Kenny is als honing die over ons heen glijdt en ons betovert. Deze man heeft de perfecte controle over zijn stembanden. Zacht, teder of hard, hoog of laag; niks is teveel gevraagd. Daarnaast is het overduidelijk dat de gitaristen hun instrumenten tot in de puntjes beheersen. Het is één ding om snelle solo’s te spelen. Deze heren kennen hun instrument door en door en kunnen beide hun gitaar laten zingen. Verder is de muziek veel directer en to the point dan dat van Tool ooit is geweest. Ook iets dat ons overdondert is hoeveel heftiger Karnivool live klinkt dan op cd. De riffs die uit de gitaren komen mogen dan wel niet de ingewikkeldste zijn, ze klinken zwaarder dan een gebouw dat op je kleine teentje valt. Zacht en teder is echter ook Karnivool’s terrein en op dat soort momenten betoveren ze ons als een zachte Disney-deken waar alles goed voelt en er geen ellende bestaat. Na een tijdje ben ik blij dat deze mannen tot ons zijn gekomen in het internet-tijdperk. 20 jaar geleden zou deze band vastzitten op Australië en zou niemands leven verbeterd worden door het horen van hun heerlijke muziek. De band speelt de oren van onze kop af en eindigt redelijk abrupt met Alpha Omega, waarna de lichten van de zaal weer aan gaan en een zacht muziekje begint te spelen. Het is als een droom waar je ineens uit ontwaakt, en volgende keer doen we het graag een keer over.

Setlist:

1. Fade
2. C.O.T.E.
3. Shutterspeed
4. Roquefort
5. Themata
6. Goliath
7. Set Fire To The Hive
8. All I Know
9. Deadman
10. New Day
—–
11. Asymmetry
12. Alpha Omega
13. We Are
14. The Refusal
15. Aeons