Het heeft even geduurd maar eindelijk doet bluesgitarist Kenny Wayne Shepherd een Europese tour en gelukkig zit er ook een Nederlands optreden bij. Dat het een zeldzaamheid is dat hij in Europa speelt blijkt wel uit het feit dat de oude zaal van De Melkweg goed vol loopt. Er staat geen bordje “uitverkocht” op de deur maar ik denk niet dat er nog veel mensen bij hadden gekund.

En het is niet alleen Shepherd die zelden of nooit naar Europa komt. Op drums heeft hij niemand minder dan Chris Layton meegenomen. Layton was jarenlang de drummer van Stevie Ray Vaughan. Zijn aanwezigheid kan mede een reden zijn dat de zaal vol zit omdat ook Layton zelden of nooit in Europa te bewonderen is. En met Tony Franklin (Blue Murder, Whitesnake, The Firm) op bas en Riley Osbourn op keyboards staat er een indrukwekkend “bandje” op het podium.

Eerder dit jaar verscheen het uitstekende album How I go en uiteraard staat deze plaat centraal tijdens dit optreden. Net als het album begint de band deze avond met de single Never lookin’ back, een van de beste songs van 2011 wat mij betreft. Het geluid is goed en ook zanger Noah Hunt is uitstekend bij stem. Het ontbreekt hem eigenlijk alleen aan charisma. Hij is enthousiast en doet zijn uiterste best het publiek te vermaken, toch komt het soms wat ongemakkelijk over. Maar zijn stem en enthousiasme vergoeden veel.

Ook Shepherd’s podiumpresentatie kan wel iets sympathieker. Slechts een enkele keer valt er een klein glimlachje te ontdekken maar verder kijkt hij nogal streng de zaal in. Misschien heeft het met zijn concentratie te maken want wat de man uit zijn gitaar tovert deze avond is werkelijk van wereldklasse. Shepherd heeft een fabelachtige techniek en het gevoel waarmee hij speelt is prachtig. Het is duidelijk te zien en te horen dat Stevie Ray Vaughan een grote invloed op hem heeft gehad en juist daarom is het zo mooi dat Layton achter de drums zit.

Muzikaal staat het allemaal als een huis en is het genieten geblazen van nummers als Yer blues, het prachtige Show me the way back home, Backwater blues, Come on over en Deja voodoo. Ook covers als Oh well, I’m a King Bee en Voodoo chile worden gespeeld alsof het eigen nummers zijn omdat ze net even anders klinken dan het origineel. Shepherd imponeert op alle fronten. Niet alleen als alle registers worden opengetrokken maar ook op rustige momenten zoals tijdens het bloedmooie Why we cry waarin hij zeer ingetogen speelt. Tijdens die momenten is het zelfs muisstil in de zaal en weet hij alle aandacht voor zich op te eisen. En waar maak je dat nog mee in een tijd waarbij het “normaal” schijnt te zijn dat een groot deel van de bezoekers van een concert hinderlijk met elkaar staan te kletsen tijdens dit soort rustpuntjes. Een compliment dus voor Shepherd. Maar wellicht zegt het ook iets over bluesliefhebbers. Die komen blijkbaar nog steeds voor de muziek en niet om gezellig bij te kletsen.

Niet alleen op gitaar is Shepherd overtuigend. Ook als tweede stem maakt hij indruk en vraag je je af waarom hij af en toe niet zelf eens een nummertje zingt. Het drumwerk van Layton mag uiteraard ook niet onvermeld blijven. Het gemak waarmee hij speelt is een genot om naar te kijken en te luisteren. Soms lijkt het erop alsof hij gewoon maar wat doet maar schijn bedriegt. Over iedere klap is nagedacht en toch denk ik niet dat hij een nummer twee keer hetzelfde speelt. Na twee uur is het gedaan met de pret en is het optreden voorbij gevlogen. Ook dat is een compliment waard omdat blues best snel eentonig kan worden. Shepherd en de zijnen maken er echter een afwisselend optreden van waardoor de aandacht geen seconde verslapt. Een heerlijk avondje dus!

[nggallery id=1111]