King Kobra is een typische jaren 80 band. Opgericht in 1984 en in die tijd eigenlijk alleen in Amerika redelijk succesvol. Na twee albums was het echter alweer gedaan. De reden acher deze comeback is me niet helemaal duidelijk want ze zullen er echt geen potten mee gaan breken, toch is dit nieuwe album zeker de moeite waard.

De grote man achter King Kobra is de legendarische drummer Carmine Appice (o.a. Vanilla Fudge, Rod Stewart, Ozzy Osbourne). Dat de man nog steeds geweldig kan drummen bewijst dit album wel. Bovendien is Appice een van de weinige drummers met een totaal eigen geluid. Op King Kobra is de (bijna) volledige originele line-up te horen. Alleen zanger Mark Free (tegenwoordig Marcie Free) is er niet bij omdat “zij” druk is met het eveneens opnieuw opgerichte Unruly Child.

Free’s vervanger is niemand minder dan Paul Shortino die zijn sporen heeft verdiend in bands als Rough Cutt en Quiet Riot. Het resultaat is een energiek hardrock album dat je direct doet denken aan de jaren 80. Natuurlijk staan de nummers bol van de clichés maar dat is juist de charme van dit album. Toch klinkt de band mede door de vette productie en gitaarsound ook van deze tijd. En dat is een compliment.  Shortino levert misschien wel zijn beste vocale prestatie tot nu toe af en in combinatie met het lekkere gitaarwerk van Mick Sweda en de donderende drums van Appice maakt King Kobra indruk.

Het album opent lekker met Rock this house en Turn up the good times maar het gaat pas echt los vanaf het te gekke Live forever. Daarna is het alleen maar genieten van nummers als Tear down the walls, This is how we roll, Midnight woman, We got a fever, Top of the world, You make it easy en Crying turns to rain. Eigenlijk zijn alleen de laatste twee nummers Screamin’ for more en Fade away vrij matig en duurt het album dus twee nummers te lang. Toch een prima prestatie na een afwezigheid van 23 jaar! Een heerlijk album.