Uiterst punctueel is men bij de Effenaar, want als ik zo’n tien minuten na aanvangstijd binnen kom stappen staat Klone al daadwerkelijk op de planken. Dat zijn we niet (vaak) gewend). Dit power rock gezelschap maakt indruk in ‘rockcity Eindhoven’. Zeker als men wat betreft snelheid een tandje lager gaat en de gitaren zwaarder klinken. Het indrukwekkende ‘Immaculate Desire’ heeft dan ook een uiterst aanstekelijke groove. Alleen jammer dat je als zanger je mannelijke poses verstoord ziet worden door de roadies met ballonnen. Het is immers het laatste optreden van de toer. Het geeft een ietwat koddig gezicht. Klone is een combinatie van wat vroeger nu-metal en tegenwoordig emocore genoemd wordt. Het heeft bijvoorbeeld ook raakvlakken met Disturbed (‘Give Up The Rest’). Een fijne opener waarin alleen de slaggitaar wat hard stond ten opzichte van de lead gitaar. 

Na wat opmerkelijke muziek in de ombouwperiode komt dan de headliner van de avond op het podium. De kleine zaal van de Effenaar is dan al behoorlijk goed gevuld. Het had slechter gekund, want King’s X is een band die geliefd is bij de criticasters maar nogal vergeten wordt door het ‘gewone’ publiek. Zelfs ondergetekende is ze de laatste jaren wat uit het oog verloren (en ik ben toch één van de weinige geweest die speciaal voor deze heren naar een AC/DC show is geweest omdat deze band – voor het eerst in Nederland – in het voorprogramma stond). Vanavond laat de band blijken een gezonde aandacht te houden voor het oudere werk, iets waar zelfs het publiek regelmatig om vraagt. Het begin is echter schrikken, want wat klinkt zanger Doug Pinnick beroerd tijdens de opener ‘Groove Machine’. Is het dan toch sleet op de stembanden? Als dan ook Ty Tabor zangtechnisch door de mand valt tijdens het daaropvolgende ‘The Train’ ben ik bang voor een erg slechte en teleurstellende avond. Dan blijkt de ‘sleet’ meer te zitten in de oren van de (eigen!) geluidsman, want langzaamaan worden de stemmen beter te horen. Jammer genoeg blijven de stemmen van Jerry Gaskill en Ty Tabor de hele avond wat achter in het geluid. Wel is het duidelijk dat Doug niet meer de zanger van voorheen is, maar nog steeds overtuigend genoeg is om indruk achter te laten. Muzikaal valt er vanavond echter helemaal niets te klagen. Niet alleen is het geluid hard en helder, maar dit trio bewijst dat ze kunnen spelen! Echt geweldig zoals deze drie virtuozen elkaar nog steeds zo aanvullen. Ook wanneer men besluit tot improvisaties zoals bij het indrukwekkende ‘Summerland’ en ‘Over My Head’. Het maakt King’s X tot wie ze zijn. Groovende rock, soul, gospel en zangtechnisch doet het soms denken aan the Beatles. De band hervindt zich grandioos en wordt beloond met een extatisch publiek. De wisselwerking tussen de band en het publiek groeit meer en meer. Zo slaan het harder en sneller gespeelde ‘Black Flag’ en het van zichzelf al harde ‘Alright’ voor de vlam in de pan. Met ‘Pillow’, ‘Pray’ en ‘Dogman’ kan er meegezongen en gedanst worden. Het kookpunt bereikt echter haar hoogtepunt wanner de band terugkomt voor de toegiften. ‘Goldilox’ wordt gezongen door het publiek (kippenvel) en Doug is zichtbaar geëmotioneerd. De band is überhaupt in haar nopjes met dit publiek (you really listen, you’re awesome en het rondgaan van de sterke drank van Doug), het resulteert in een mislukte poging om ‘Mission’ te spelen. Dat het niet lukt maakt niet uit, de poging telt. Wanneer met ‘Visions’ dan de laatste tonen King’s X wegsterven weet iedereen dat we vanavond iets speciaals hebben mogen meemaken. Misschien niet het allerbeste optreden van King’s X ooit, maar waarschijnlijk wel het meest sympathiekste.