Voor Kvelertak moet het nu gaan gebeuren. Hun derde album kwam uit op een veel groter label dan dat van de vorige, ze spelen op de grote festivals (Hellfest, Graspop ipv Ieperfest) en ze gingen sinds de release van het derde album al mee op tournee met Anthrax, Slayer, Ghost en – misschien wel de Heilige Graal inzake supports – Metallica. Mooi allemaal en het legt behorlijk wat druk op de schouders, maar die van Kvelertak willen nog wel een tandje bij steken. Metallica speelt op deze tournee slechts om de andere dag. Op de vrije dagen speelt Kvelertak gewoon nog wat extra shows. En dat nemen ze heel serieus, met een setlist van anderhalf uur en een eigen voorprogramma dat meereist. In die opstelling deden ze De Kreun in Kortrijk (België) aan en doen ze straks Doornroosje aan.

 

Het bevriende en eveneens Noorse Timeworn staat nog helemaal aan het begin van zijn carrière, maar heeft enkele leden die reeds het klappen van de zweep kennen. Hun muziek is vaag verwant aan die van Kvelertak. Ze brengen een mix van black en death, maar dan zonder de klassieke blastbeats en met meer een rock-drumgeluid en tempo. Dat tempo ligt bij Timeworn toch een stuk lager en de invloeden komen meer uit de  hardcore dan uit de punkrock. De band deed in De Kreun weinig moeite om het publiek mee te krijgen. De eerste helft van de set was het alsof de band uit een wassenbeeldenmuseum kwam.  Nadien kwamen ze voorzichtig een beetje los en pas bij het aankondigen van het laatste nummer richtte de zanger zich tot het publiek. Als je de kans krijgt om met een topband te touren, kan dat beter. Het Belgische publiek reageerde beleefd voor de puik gebrachte muziek, maar veel zieltjes zal Timeworn niet gewonnen hebben in Kortrijk.

 

Het contrast met de veroveringsdrang van Kvelertak kon niet groter zijn. Het enthousiasme en het speelplezier dropen er van af. Zanger Erlend Hjelvik was in het verleden misschien geen grote publieksmenner, maar in Kortrijk liet hij de zaal uit zijn hand eten. Hij verraste met de correcte uitspraak van ‘Kortrijk’ (beter alvast dan het ‘good evening Belgium/Holland’ dat de meeste Amerikaanse bands hanteren), deelde zijn bier met de fans op de eerste rij, aaide een paar enthousiaste meisjes over de bol en veegde het zweet van voorhoofden. Een eerste rij-fan die maar niet wou bewegen, werd bedacht met een slaapwel-kruisje. De intussen vaste showelementen van Kvelertak ontbraken niet: opkomen met het uilenmasker en bij afsluiten zwaaien met de Kvelertak-vlag. Fysiek staat Erlend scherper dan ooit, merkten enkele dames op. Dat valt natuurlijk meteen op als je altijd in blote bast op het podium staat.

 

Ook de rest van de band zocht de hele tijd contact met het publiek, ondanks de heel strakke set. Met drie gitaristen in de band, kan Kvelertak zich weinig fouten of improvisaties veroorloven. Tot de laatste noot van de bisnummers kon je deze Noren op geen enkele valse noot betrappen. De geluidsmix zat eveneens helemaal goed, zodat je elke wending in de mix van black, death en punk goed kon onderscheiden. Het enthousiasme van de band werkte aanstekelijk, zodat het headbangen al  snel oversloeg in een bescheiden moshpit.

 

De set was grofweg opgedeeld in een aanloop met ouder werk als Apenbarung, Bruane Brenn en Mjod, dan de hoofdmoot met songs uit het recente Nattesferd (1985, Berserkr, Bronsegud, Nattesferd en Nekrodamus) en dan een vurige finale met Svartmesse, Offernatt en meezinger Blodtorst, waarbij Hjelvik het op een crowdsurfen zette. De bisronde werd ingezet door Heksebrann, een langzaam opgebouwd duel tussen de gitaristen Vidar Landa en Maciek Ofstad dat haast onmerkbaar overgenomen werd door de derde gitarist, Bjarte Lund Rolland. Het is op zo’n momenten dat opvalt hoe bepalend bv. Bajrte, zoals steeds gitaar spelend zonder plectrum, is voor het groepsgeluid. Daarna volgden nog Manelyst en afgesloten werd met die andere ‘meezinger’ Kvelertak (de song dan).

 

Meezingen blijft voor de fans altijd een gok. Er zijn voor de Nederlandstaligen gelukkig een paar titels in het Noors waar we ons iets kunnen bij voorstellen. De vele Franstaligen in De Kreun moeten het stellen met fonetisch meebrullen.

 

Het is toch al even geleden dat ik een band met zoveel verbetenheid en verbetenheid zag spelen voor een niet eens zo groot publiek. Dat moet bij de eerste jaren van Sabaton geweest zijn. Hopelijk kan Kvelertak hetzelfde traject afleggen, want deze muziek verdient een veel groter publiek.