cover LaVendoreRogue-LightUpWith300Bandjes gaan nog wel eens uit elkaar, dat is een fact of life. Het is dan even afwachten hoe de boedel verdeeld wordt en of er nog iets met de muzikale erfenis gedaan wordt. Bij LaVendore Rogue is dat gelukkig het geval.

Drie van de vijf bandleden zaten in de band Hokie Joint, die aanstekelijke roots ten gehore bracht. Onder hen de voornaamste songschrijvers, zanger JoJo Burgess en gitarist Joel Fisk. En inderdaad, met LaVendore Rogue wordt grotendeels hetzelfde pad bewandeld. Blues noir, noemen ze het zelf, maar ik vind het juist vaak verrassend lichte roots en blues die op momenten wel doet denken aan bijvoorbeeld Dexy’s Midnight Runners of Camper Van Beethoven. Lekker rammelend ritmegitaarwerk zoals we dat kennen van de Stones, opgesierd door piano of orgel en met de verhalende stem van JoJo Burgess als de bindende factor. Hij heeft een heldere stem in huis, maar kan er ook een flinke grom ingooien. Net als bij Hokie Joint levert dat songs op waarop je als snel zit mee te bewegen. Verrassend licht verteerbaar ook, vooral door de composities zonder tierlantijnen. Geen ingewikkelde dingen, het moet steeds vooral een liedje met kop en staart zijn, en dat is uitstekend gelukt.

Gelukkig ontaardt die lichtheid nergens in een soort makkelijke roots voor feesten en partijen, daarvoor zit het iedere keer toch echt te goed in elkaar. Bovendien gaan de teksten ook nog ergens over. “A.S.A.D.” gaat over drugsverslaving, “Riot” over de rellen in Londen in 2011. Net zoals bij een band als Urban Voodoo Machine wordt dat afgewisseld met luchtiger verhalende songs als “Gangsters, Thieves & Villains”. Hoewel rootsmuziek vaak als een Amerikaans genre wordt gezien,  heeft LaVendore Rogue ook iets onmiskenbaar Brits, in de teksten natuurlijk, maar vooral in de opbouw van de songs. De Britse pop uit de jaren zeventig en tachtig heeft LaVendore Rogue zeker beïnvloed.

Bij bands als deze is er vaak een groot verschil tussen studioversies en liveversies. Een enkele keer was de studioversie gebaat geweest bij iets meer losheid, maar daar staat een nummer als “Play It All Night Long”  tegenover. Live zal die vast een stuk sneller zijn en toch, ook in de wat meer ingetogen studioversie zit genoeg pit door de lekker rammelende ritmegitaarpartijen van Fisk, diens slidesolo en de orgelsolo van Warren Lynn. Na de uitstekende opener “Dead Man’s Chest” staan de uitschieters vooral op de tweede helft van het album, met bijvoorbeeld “Gangsters, Thieves & Villains” en “Play It All Night Long”.

LaVendore Rogue gaat vrolijk verder waar Hokie Joint ophield, met een mix van Amerikaanse en Britse roots met feestelijke én serieuze momenten. De koning is dood, leve de koning!