Legend of the Seagullmen werd met veel bombarie gepresenteerd als een nieuwe supergroep. Wat is nu precies een supergroep? Daarvoor heb ik gemakshalve Wikipedia, de online encyclopedie, geraadpleegd. “Een supergroep is een band waarvan de leden reeds succesvol zijn geweest als soloartiest of als lid van een of meerdere andere bands hun sporen verdiend hebben. Hoewel de term meestal gebruikt wordt binnen de rock- en popmuziek, geldt dit ook voor andere genres zoals De Drie Tenoren in de operawereld”. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. In mijn beleving gebruikt men de term supergroep uitsluitend uit commerciële overwegingen. Maar dat zal de zeemeeuwmannen een flinke worst wezen neem ik aan.

Wanneer we  naar de bezetting van Legend of the Seagullmen kijken zien we daar Danny Carey (Tool) op drums, Brent Hinds (Mastodon) op gitaar, film regisseur (!) Jimmy Hayward op gitaar,  Pete Griffin (Zappa Plays Zappa) op basgitaar, Chris DiGiovanni op toetsen en zanger David Dreyer. Je kunt zeggen dat een aantal van deze heren hun sporen wel hebben verdiend, al had ik zelf nog nooit van Jimmy Hayward gehoord. Feit is wel dat ze hun krachten gebundeld hebben voor het maken van een album met filmische psychedelische rock. Nummers die gaan over scheepswrakken en reusachtige gemuteerde inktvissen. Zeg maar Pirates Of The Caribbean in een vuige rock-jas.

Vanaf het eerste nummer We Are The Seagullmen tot halverwege het laatste nummer Ballad Of The Deep Sea Diver raggen de mannen er gedurende 37 minuten over het algemeen flink op los. Alles overheersend is het vlijmscherpe gitaarwerk van Brent Hinds. Variërend van psychedelisch tot speedmetal drukt hij een fors stempel op het album. Een nummer als Legend Of The Seagullmen mag je zelfs als punkrock bestempelen. De uitzonderingen die de regel bevestigen zijn Curse Of The Red Tide en The Orca waarin de heren de voet regelmatig van het gas weten te halen. Het album besluit met mijn persoonlijke favoriet Ballad Of The Deep Sea River. Vooral de laatste minuten zijn vanwege de filmisch en orkestraal klinkende toetsen een vette knipoog naar het eerder genoemde Pirates Of The Caribbean.

Minder te spreken ben ik over de zang van David Dreyer. Het kan een kwestie van smaak zijn, maar een bijster goede zanger vind ik hem niet. Zijn donkere stemgeluid is monotoon en mist in mijn smaak vaak het juiste gevoel. Kortom, bij fans van Mastodon en Tool zal dit schijfje er makkelijk ingaan. En ook liefhebbers van Black Sabbath zullen ongetwijfeld wat van hun gading vinden. Bij mij blijft het beeld van een slagzij-makend piratenschip hangen.