Eind 2017 viel ik van de ene verbazing in de andere. Ik mocht hier toen het album Pandor bespreken van Koos J. Thönissen’s Cryptic Nature. Een muzikant uit Limburg. De zoektocht naar informatie daaromheen bracht me via een goede bekende bij de groep Lone Road Station. Ook uit Limburg, Venlo om meer precies te zijn. Nu ken ik Venlo enigszins en weet dat daar een van de beste en grootste cd/lp-winkels van ons land gevestigd is (nee, Rockportaal doet niet aan reclame-uitingen…). Het kan dan ook niet anders of in het mooie zuiden van ons land leven en wonen veel muziekliefhebbers en muzikanten. Zoals ook uit deze recensie blijkt.

Lone Road Station, de band waar het hier om gaat, is opgericht in 2013 en een redelijk jonge band. Men schrijft eigen nummers die allemaal in de (stevige) pop/rock hoek zitten. Daarbij steken de zes heren niet onder stoelen of banken dat ze beïnvloed zijn door muziek uit de jaren zeventig en tachtig. De band timmerde al snel regionaal aan de weg en ontving mooie recensies. In januari 2014 leverde het een overwinning op in een plaatselijke bandpromotiewedstrijd. Vervolgens vond men de weg naar diverse podia en festivals.

Eind 2016 dook het zestal de studio in. Onder leiding van producer en Edison-winnaar Guido Aalbers werd het debuutalbum Rebels opgenomen. Een album waaraan twee jaar was gewerkt en die met prijzengeld, sponsoring en een heuse crowdfunding is gefinancierd. De release van Rebels bleef ook in het Hilversumse niet onopgemerkt. Het leverde een uitnodiging op om op 3 november 2017 live bij 3FM op te treden. En dan gaat het hard.

Op dit schijfje van ruim 38 minuten staan negen nummers die stuk voor stuk lekker in het gehoor liggen. Zanger Marinho Peters heeft een stem waarmee hij veel kanten op kan. Soms klein en ingetogen zoals op Place Like Home. Dan weer krachtig, vol en soms ruig, zoals op de rockers Riding That Train en Down On My Knees. Daarbij is af en toe een licht nasaal geluid en een klein rauw randje waarneembaar. Dat zijn voor mij aspecten die een goede rock zanger moet bezitten.

Het album opent met het titelnummer Rebels. Daarmee horen we gelijk wat voor vlees we in de kuip hebben. Puntige en stadionachtige rock, meerstemmige zang en een refrein met een hoog meezinggehalte. Dit nummer zal het ongetwijfeld goed doen op festivals. Heel subtiel maar o zo lekker is het schurende geluid van een orgel, inclusief aanstekelijke loopjes.

Holdin’ On doet me denken aan een andere Nederlandse band: The Cause (voorheen De Oorzaak). Het liedje herbergt heerlijke pianoriedels en heeft ook een hoog meezing karakter, waarmee het rijp is voor een mooie notering in de hitlijsten. Ik kon ieder geval niet stil blijven zitten. Een klein uitstapje naar progressieve rock hoor ik in het eerste deel van de stevige rocksong Hot Rod Rider. Door de zang en het orgeltje doet het mij denken aan Alquin. Over de zeventiger jaren gesproken.

Van de negen nummers klokken er zes beneden de vier minuten, of wel van een radiovriendelijke lengte. De resterende drie nummers rijken tot boven de vijf minuten. Dan is het risico aanwezig dat een band zich aan een dergelijke speelduur vertilt. Zo niet Lone Road Station. Zo kennen het ontroerend mooie Place Like Home en het voor mij beste nummer Dreams & Reality een zeer fraaie opbouw. Maar ook het emotioneel gezongen slotnummer Can’t Let Go is daarvan een goed voorbeeld. Een rustig en sfeervol begin ontwikkeld zich gaandeweg deze nummers tot een mooie climax die ook nog eens voldoende gedoseerd is. Daarbij is een grote rol weggelegd voor het sfeervolle toetsenspel van Luc Faassen en de orkestrale arrangementen van gast Carsten Altena. Maar ook de soepele gitaarsolo’s van Roel Konings zijn een lust voor het oor.

Ik kom niet anders tot de conclusie dat Nederland een uitstekende nieuwe pop/rock band rijker is. Er is hoorbaar veel tijd en zorg besteed aan Rebels. Lone Road Station is een band die, als ik mij niet vergis, ook live een goede reputatie gaat verwerven. Laat de zomer festivals maar komen!