In 2015 mocht de wereld kennismaken met Lonely Robot, het project van John Mitchell (It Bites, Frost, Kino, Arena, the Urbane). Op het album Please Come Home begint het verhaal van The Astronaut die zich ergens in de ruimte begeeft. Het nieuwe album The Big Dream is wederom geplaatst rond deze hoofdpersoon die bij het ontwaken beseft niet langer in de ruimte te leven, maar ergens in een bos waar personen met dierenkoppen leven. Ergens zou je kunnen spreken van een conceptalbum, maar John Mitchell spreekt dit enigszins tegen. Zie het meer als een toevallig volgende hoofdstuk in een muzikale trilogie.

Alle composities op The Big Dream komen weer van de hand van John en daarbij heeft hij, net als op zijn vorige album, alles zelf ingespeeld op de drums na, waarvoor hij vriend Craig Blundell weer wist te strikken. Een uitstekende keuze, omdat Craig in zijn stijl heel ingetogen, maar zeker ook krachtig en sterk uit de hoek kan komen. Live wordt Lonely Robot aangevuld met Steve Vantsis (Fish) op de basgitaar en Liam Holmes op de toetsen. Wat betreft het schrijven van muziek werkt John Mitchell wat onorthodox. Waar andere bands beginnen met een ritme of een aansprekende riff, werkt John Mitchell eerst een verhaallijn uit waarbij hij songtitels verzint. Wanneer dit onderdeel van het proces klaar is, bepalen ze muzikaal wat er gaat gebeuren op het album.

Ten aanzien van het album Please Come Home was het niet specifiek bedoeld om muzikaal verder te gaan op de ingeslagen weg. Toch zijn er degelijk overeenkomsten op The Big Dream met het vorige album. Daar ben ikzelf helemaal niet rouwig om, want John Mitchell weet binnen zijn eigen progressieve rockwereld voldoende variëteit, emotie en schoonheid in te passen.

Vanuit de Prologue (Deep Sleep) worden we ons bewust van het ontwaken met een gevoelig intermezzo en samples om in Awakenings wakker te worden. Lonely Robot start in een stevige setting waarbij je je meteen in de progressieve sector waant. Langzaam wakker worden is er niet echt bij, want het sterke drumwerk en de zwaar aangezette gitaarpartijen zetten de toon. Daartussen maak je in de ‘coupletten’ kennis met het lichtelijk hese stemgeluid van John. Ik moest bij het luisteren denken aan het geluid van Sound Of Contact. De gitaarsolo naar het eind van de compositie is er één waarin het verhaal verder wordt verteld. Solo’s zijn sowieso bij John Mitchell vaak raak getroffen. Hij zorgt ervoor dat het geluid sterk naar voren komt, maar beperkt zich qua gevoel altijd tot een emotioneel tafereel waarin het aantal noten absoluut ondergeschikt zijn aan het gevoel. In het zwaar aangezette progressieve Everglow weet hij binnen de zware riffs met zijn oorstrelende solo de luisteraar aan zich te kluisteren. In Everglow komt het hele arsenaal aan progelementen langs wat het in vijf minuten tot een zeer veelzijdig en complete compositie maakt. Evenals de eerste single van het album: Sigma. Een uitstekende keuze voor een single want in Sigma spreekt Lonely Robot vooral door de refreinen een breder publiek aan. De basis loopt lekker en de intensiteit loopt van rustige zangpartijen tot meer complexe, maar hanteerbare, stukken en van rustige sferen naar meer bombast waarin het samenspel van drum en gitaar een muzikale vertaling lijkt te zijn van de paringsdans van een paradijsvogel. Ik ontkom er in Sigma, evenals op het vorige album, niet aan dat het hese stemgeluid van John me doet denken aan het kenmerkende geluid van Seal.

Gaandeweg het album merk je het evenwicht tussen kracht en emotie. Het prachtige In Floral Green lijkt in eerste instantie wat kabbelend te worden, maar al gauw bouwt het zich op en krijg je als luisteraar een goed gevulde melodie voorgeschoteld dat je strelend beroert. Dat emotionele komt in The Divine Art Of Being en aan het eind van het album sterk terug. In het instrumentale The Big Dream ervaar je iets onheilspellends, vooral gecreëerd door een sferisch keyboardgeluid. In het daaropvolgende Hello World Goodbye zet die sfeer zich voort en voelt deze compositie als een afscheidslied om daarna, hoe kan het ook anders met een proloog, te eindigen met Epilogue (Sea Beams).

De kracht en veelzijdigheid ligt aan de oppervlakte in False Lights. Het lekkere drumritme dat net buiten de tel wordt neergezet bepaalt voor een gedeelte de sfeer die zich opbouwt naar meer epische stukken maar een sfeer die zich ook op zijn gemak voelt in de bijna jazzy progressieve stukken waarin het basgeluid mooi naar voren komt.

Hoewel het niet de bedoeling bij Lonely Robot was om in specifiek in herhaling te vallen, ontkomt John Mitchell niet aan zijn eigen progressieve muzikale stempel. Een stempel die met grove lijnen gedetailleerd is vormgegeven en robuust zijn afdruk neerzet. The Big Dream ontkomt hier niet aan, maar is meer een meerwaarde dan een herhaling of belemmering. Het muzikale evenwicht op het album is trefzeker en met de beelden van het verhaal in het achterhoofd gaat The Big Dream steeds meer leven en krijgt het ook steeds meer vorm.

Een mooi vervolg op Please Come Home, een geruststelling dat het niet bij dit eerste album is gebleven en een mooie aanwinst voor het progressieve genre.