Magnapop (foto: Pieter Verhaeghe) gaat opnieuw op tournee. Nieuw studiowerk is er nog niet, maar hun vorige tour doorheen Nederland en België is hen bijzonder goed bevallen. Eerder dit jaar speelde de Amerikaanse band van Ruthie Morris en Linda Hopper in o.m. Ekko, W2, Patronaat, VERA en Baroeg en in februari van volgend jaar komen ze terug. Dan spelen ze op 1 februari in de Nijdrop (Opwijk, België), op 2 februari in De Peppel (Zeist), op 3 februari in Cactus Muziekcentrum (Brugge, België), op 6 februari in de Muziekodroom (Hasselt, België), op 7 februari in De Nieuwe Nor (Heerlen), op 8 februari in De Singer (Rijkevorsel, België), op 9 februari in Q-Factory (Amsterdam) en op 10 februari in de Kroepoekfabriek (Vlaardingen). Het voorprogramma wordt voor een aantal van deze shows verzorgd door éénmansband Paolo Morena.

 

Magnapop werd bekend in de slipstream van de grunge. Hun demo werd geproduced door Michael Stipe van REM en uitgebracht op het Belgische label Play It Again Sam. Ook Bob Mould van Sugar en Hüsker Dü was fan. Het was dankzij een Nederlandse promotor dat ze voet aan wal kregen in de Lage landen. Debuutsingle Merry gooide hoge ogen in de alternatieve hitlijsten en ook de opvolgalbums Hot Boxing en Rubbing Doesn’t Help gingen vlot over de toonbank. Sinds 2005 werken ze aan een comeback, maar het is pas de laatste jaren, nu ze opnieuw de oversteek maken naar de Benelux, dat er wat vaart in die comeback komt.

 

Ook L7 werkt naarstig aan een terugkeer. Vorig jaar gaven de Amerikaanse dames al een teken van leven met het aankondigen van een documentaire die uitkomt op 13 oktober en een paar optredens in Australië, de Verenigde Staten en Europa. In Nederland deden ze de Melkweg aan. Dit jaar brachten ze reeds een live-album uit en binnenkort komen er twee nieuwe tracks uit. Het zal het eerste nieuwe materiaal worden van Donita Sparks en Suzi Gardner in bijna 20 jaar.

 

Ook L7 werd in de nineties gemakshalve bij de grunge ingedeeld, hoewel ze eerder een soort glampunk brachten. Hun bekendste single is Pretend We’re Dead.