Dè man van de Dire Straits was natuurlijk Mark Knopfler. Bekend om zijn snelle gesoleer, en zijn opmerkelijke techniek van het gitaarspelen. De tijd vliegt, en dat was toen. Al jaren terug. Na enkele soloalbums te hebben gehad, verschijnt nu zijn volgende solo plaat (en misschien wel zijn laatste): ‘Privateering’ genaamd.

Met Privateering probeert Knopfler de stijl van het in 2009 uitgegeven ‘Get lucky’ wederom te hanteren, en verder uit te werken. Dit is niet louter merkbaar aan de kwaliteit van de nummers, maar vooral aan de kwantiteit. Privateering is rijkelijk gevuld met maar liefst 20 songs. Dat wetende is het niet gek om te denken dat het een langdradig album betreft. Dat is gedeeltelijk juist. Vooral omdat Knopfler een stemgeluid bezit dat niet bepaald veel dynamiek bevat. Onverschilligheid is dominant. Nee, de voormalig gitarist van the Dire Straits moet het niet hebben van zijn emotie. Hij  lijkt zichzelf te hebben aangesteld als verhalenverteller. Verhalen verteld door een man die veel heeft meegemaakt maar die dat gek genoeg niet met zijn stem niet helemaal  tot uiting kan brengen. Gevuld met gevat, en wat indirect tekstgebruik die je als luisteraar zeker aan het denken zet. De gitaar, blaasinstrumenten, piano en strijkinstrumenten zijn in dit geval de tolk van Knopfler.

Privateering kent overigens wel een grote verscheidenheid aan invloeden. Waar ‘Get Lucky’ al werd gekenmerkt door de Schotse en Ierse roots  van Knopfler, daar wordt nu op doorgekabbeld. En ook de zware bluesy invloeden van dat album zijn terug te horen op dit nieuwe soloalbum. Denk dan aan ‘Don’t  forget your head’ en vooral ‘Hot or Wat.’ Dit nummer lijkt echter wel ernstig veel op ‘You can’t beat the house’, tevens afkomstig van ‘Get lucky.’ Wat dat betreft schiet Mark qua originaliteit toch een beetje te kort op dit album. De meeste songs op Privateering zijn instrumentaal heel teder van toon. En zoals we gewend zijn, steekt het werk van Knopfler heel kundig in elkaar. Maar juist doordat het echte ‘knallende’ niet meer in deze nummers zit kan het zijn dat na de eerste paar luisterbeurten dit album een beetje monotoon lijkt, en misschien zelfs wat saai.

Het is een lange rit. Een lange rit en terugblik op het leven van Knopfler wiens meesterschap op de gitaar altijd opvalt. Verwacht wederom geen Dire Straits rock, maar vuige blues, keltische liederen, en vooral Knopfler wie fungeert als open boek. De brommerige stem van de oude knar kent helaas veel eentonigheid. Integendeel tot de band die achter hem staat. En juist die band laat je dat beseffen. Juist die band, met de gitaar van Mark zorgen ervoor dat je dat boek zo hebt uitgelezen. Je moet er echt even voor gaan zitten, en pas na verloop van tijd ontstaat het besef dat dit zwaarlijvige werk werkelijk als schoonheid betiteld mag worden.