Toen Michael Schenker met zijn Michael Schenker Fest op de planken stond werd hem duidelijk dat het hier niet bij kon blijven. Hij wilde heel graag met de crew een nieuw album maken. Een album dat in vijf maanden opgenomen klaar lag. Op papier mag Michael Schenker het voor het publiek zeker ook een Fest noemen. Mijn, en menig, hart gaat sowieso sneller kloppen bij de naam van de gitaarvirtuoos die met UfO, The Scorpions en de Michael Schenker Group zeer succesvol was. Maar ook daarna wist hij met de McAuley Schenker Group te overtuigen. Wanneer je daar ook nog Doogie White en Graham Bonnett aan toevoegt, kan het bijna niet mislukken. Dat Michael Voss-Schön (onder andere Mad Max en Wolfpakk) voor de productie tekende is duidelijk. Daarbij is het ook nog eens mede-verantwoordelijk voor vijf composities.

De composities op Resurrection klinken allen heel vertrouwd en zijn in de betere hardrocksetting geschreven. Heart And Soul begint het album met een lekker tempo en het geheel past in het oude geluid van Michael Schenker dat ik ken. Bijzonder is het feit dat niemand minder dan Kirk Hammett van Metallica een bijdrage heeft geleverd aan dit fraaie stukje muziek. Dat oude vertrouwde MSG geluid komt ook terug in Anchors Away. Hierin gaan we muzikaal zeker terug naar de jaren zeventig/tachtig. Deze compositie ademt in alles het geluid van Deep Purple of van de muziek van de Michael Schenker Group. Vooral in de coupletten zijn de overeenkomsten in beleving en gevoel voor mij heel duidelijk.

Old schoolhardrock blijft boeien. Ook Take Me To The Church is hierop gestoeld. Gitaartechnisch is het strak neergezet en de opbouw van de compositie klinkt vertrouwd. Het toetsenspel van Steve Mann biedt een extra accent. Ook Night Moods doet denken aan de tijden van weleer. Een southern-bluesrockriff stuwt het geheel op en samen met de keyboards en zang gaat Schenker terug naar de tijden van Rainbow eind jaren zeventig. De basis is zo sterk dat het geheel aanspreekt. Natuurlijk zorgt het solowerk van Schenker zelf voor de extra beleving.

De invloed van de bluesrock lijkt ook centraal te staan in Messin’ Around waarin pure rock and roll met een bluesy inslag neergezet wordt. Niet meer en niet minder. Zang en gitaar vertellen het verhaal met de ritmesectie van bassist Chris Glen en drummer Ted McKenna als ronkende motor.

Het tempo wordt hier en daar aardig opgeschroefd op het album. In Everest wordt het gaspedaal even wat ingetrapt. Wederom ligt er een strakke riff onder de gehele compositie die het geheel naar een hoger peil tilt. Ook in Time Knows When It’s Time krijgt de luisteraar weer te maken met een wat meer uptempokarakter dat in schril contrast staat met het meer groovende Messin’ Around. De muzikale basis is zoals we ondertussen (niet anders) gewend zijn strak en onverstoorbaar. Een uitstekend uitgangspunt om de zangmelodie omheen te bouwen.

Niet het hele album kan me bekoren. De eerste single Warrior past wel binnen het algemene plaatje maar breekt niet echt wat potten bij mij. Vooral het refrein vind ik wat zwak. Tempo is niet opzwepend en het ontbreekt wat aan pit. Naast The Last Supper hoor je in deze compositie de vier zangers gemeenschappelijk, maar meer is hier niet automatisch beter. The Girl With The Stars In Her Eyes is (ook) eenvoudig van aard, maar daardoor niet minder aantrekkelijk. De groove is er en het geluid spreek enorm aan.

Een album van Michael Schenker Fest zou geen album van MSF zijn wanneer de hoofdrolspeler zelf niet een keer prominent aanwezig is. In het instrumentale Salvation mag hij zich even helemaal uitleven op zijn Flying V. Even lekker de snaren laten vibreren waarbij gevoel belangrijker is dan snelheid.

Resurrection is over de hele linie een prettig album dat vooral bij de (wat oudere) rockliefhebber wel tot de verbeelding zal spreken. Michael Schenker mag dan met zijn 62 jaar de pensioengerechtigde leeftijd benaderen. Wat mij betreft is hij nog niet uitgespeeld.