Wie de schoen past trekke hem aan.

Iets van die strekking moeten de vier mannen van Mother Bass in 2016 gedacht hebben. Het kwartet wilde immers een alternatieve (hard)rock- grunge band oprichten die ze zelf misten. Het resulteerde al rap in de EP First Born. Vervolgens kwamen uit het hele land de uitnodigingen voor optredens binnen. In 2017 werd naast optreden hard gewerkt aan het hier besproken titelloze debuutalbum. De ambitie van de Nijmegenaren is niet mals. Ze heeft als doel toonaangevend te worden in de Nederlandse club en festivalscene.

Drummer Roy Veltien (Full Nelson), zanger Daan Dekker (Armed Cloud) en bassist Roel van Erp (Ernest van Aaken Band) speelden al geruime tijd in het Nederlandse live circuit. Met gitarist Friso Woudstra was de band een feit. De heren hebben zich ook niet door de minste namen laten inspireren, getuige het volgende rijtje uit de biografie: Led Zeppelin, King Crimson, Soundgarden en Stone Temple Pilots.

Het schijfje opent met Five Fifteen. Een nummer wat barst van vuig en vervormd gitaarspel, kletterende bekkens, pompende bas en een over de top zingende Daan Dekker. Dat alles gedrenkt in een saus van iets wat ik maar trip-hop metal noem. Aansluitend volgt Silver Spoon, wat begin 2018 op single werd uitgebracht en door Maurice Swinkels van beelden is voorzien. Dominerend is het gitaarspel van Friso Woudstra en de zang van Daan Dekker, die aan het eind van het nummer naar mijn smaak teveel doordraaft in zijn enthousiasme.

Het Black Sabbath-achtige Wolfman kan doorgaan voor een van de betere nummers. Net als in veel andere nummers weet men naadloos door te schakelen naar een hogere versnelling. Het nummer is tevens een goed voorbeeld van de uitstekende productie door Wouter Budé (o.a. Navarone en Orgel Vreten). Hij voelde goed aan dat je door teveel polijsten en schaven het bandgeluid geweld aan doet. Grand Old Town begint als een loom blues nummer, maar ontspint zich in een portie broeierige rock waar het zweet vanaf druipt. Strangers Once is het rustpunt op de cd. Hier laat Daan Dekker horen ook een carrière als crooner te kunnen ambiëren, mocht hij dat willen.

Vanaf Sceneries vind ik het album pas echt goed op stoom komen. De tempowisselingen zijn functioneel. Friso Woudstra’s gitaar giert. De drums van Roy Veltien beuken. Alles in een mengeling van Led Zeppelin en Black Sabbath. Het is alsof de schoenen vanaf dit nummer naadloos passen, glimmend zijn gepoetst en de veters uitmuntend zijn gestrikt. Waar het eerder op momenten lijkt alsof de band als begeleiding dient van de zanger, horen we Daan Dekker op Roadside Epiphany en het korte The Mansion volledig in dienst van de band zingen. Met Fly krijgen de moshers en headbangers even rust, maar kunnen de voorzichtige personen van aard schoorvoetend aan het dansen gaan. Het zes minuten durende slotakkoord is voor het psychedelisch getinte Eventide. Log en zwaar als het al eerder aangehaalde Black Sabbath.

Het debuutalbum van Mother Bass komt misschien wat weifelend en aarzelend op gang, maar grijpt je vervolgens bij de kladden. Om je na krap 40 minuten weer los te laten. Mijn advies: na twee luisterbeurten de schoenen poetsen….