Marcus is de naam. Marcus Mumford. Een naam om een blik op scherp te stellen. Vergezeld door zijn zogenaamde zonen afkomstig uit Londen probeert dit zwartharige gezag de wortelen van de knusse volksmuziek door te laten dringen door tot een vruchtbaar oppervlak: de hedendaagse muziekindustrie.

Dat Britten een uniek gevoel voor muziek hebben, valt te concluderen uit de muzikale geschiedenis van dit volk. Volk is wellicht een woord om dieper over na te denken. Het kenmerk van een volk is de saamhorigheid, oftewel het bij elkaar brengen van mensen. Dit is precies de doelstelling die Mumford & Sons voor ogen hebben met hun klassieke insteek in een moderne maatschappij. Ieder nummer op de plaat brengt een gevoel van warmte met zich mee. Een gemakkelijk knus gevoel, alsof je thuiskomt van een slopende werkdag waarbij het regenwater uit je broekspijp gutst. Het gevoel dat je thuis in de warmte zit.

Dit gemak komt voort uit het gebruik van geen enkel elektrisch instrument: instrumenten waarmee de moderne muziek tot stand is gekomen. Denk hierbij aan de contrabas, een piano, het veelvuldig gebruik van de akoestische gitaar. Zelfs een banjo is toegevoegd aan het assortiment om een verfijnd, traditioneel geluid op te wekken en deze keuze valt bijzonder positief te noemen want deze banjo geeft de groepering uit Londen net een beetje meer een eigen identiteit.  Doordat de groep per nummer blijft vasthouden aan een zelfde opzet, is de diversiteit soms lastig te vinden, en dat is lichtelijk teleurstellend.

Een tweede reden voor dit gevoel van gemak is het tempo van de nummers, dat relatief laag ligt. Maar laat je niet op het verkeerde been zetten ,want de liederen zijn rijkelijk gevuld met uitbarstingen die jou als luisteraar dwingen om uit je bol te gaan. Wat dat betreft biedt deze muziek tegenstrijdige emoties: ontlading, en treurnis.

Opvallend is het feit dat in zo’n beetje elk nummer de tekst ‘My heart’ wordt gebruikt. Natuurlijk is muziek een van de bestaande kunstvormen, bedoeld om gevoelens uit te drukken en daarbij een publiek hetzelfde gevoel laten ervaren, maar op deze manier verliezen de nummers wat betreft de tekst een beetje originaliteit. Waarin Marcus wel een ster in is, is het uitdrukken van emotie in toon. In het nummer ‘After the storm,’ is de man, letterlijk, bijna aan het huilen, en in ‘White blank page’ en in ‘Dust bowl dance’ komt een agressieve toon voor, die doet vermoeden dat de Brit jou binnen nu en enkele seconden fysiek flink zal pijnigen. Wat dat betreft biedt de groep genoeg dynamiek, maar door de vrij geringe variatie heeft de tweede helft van het album weinig originaliteit te bieden, als je de eerste helft daarvoor, logischerwijs, al hebt beluisterd.

Conclusie: Mumford & Sons brengen met debuutalbum ‘Sigh no more’ de warmte in huis. De muziek is tot in de puntjes verzorgd, gebrouwen volgens traditioneel recept. Helaas slaagt de groep tekstueel net wat minder door een gebrek aan originaliteit, en muzikaal door het lichtelijke gebrek aan variatie. Maar de muziek is zo fris voor het oor, dat je deze feiten als niet-kritisch luisteraar waarschijnlijk door de vingers zou zien. ‘sigh no more,’ is een album dat niet zou misstaan in de platenkast van wie dan ook. Licht op de zaterdagavond ook even de eigenaar van jouw stamkroeg in over de Mumford & Sons. Met een beetje geluk sta je de volgende te dansen op het lied ‘Winter winds’. Met nog meer geluk kijk je om je heen, en zie je dat je niet alleen staat.