Het heeft vier jaar geduurd voordat My Own Army met nieuw materiaal kwam, maar met A Medicine Show hebben ze een goede opvolger neergezet voor het vorige album Too Many Faces. Het Rotterdamse collectief heeft een sterk geluid en het is onbegrijpelijk dat ze min of meer in de underground blijven. Want op A Medicine Show klinken ze weer meer ontwikkeld en heeft het geluid een toch wat krachtiger karakter gekregen dan voorheen. Tijd om na vier jaar de heren toch weer wat vragen voor te schotelen. Zanger/gitarist Herman de Kok en Vincent Hekkert waren daarop bereid om hun hersenen erover te peinigen om uitgebreid wat antwoorden te geven.

Too Many Faces kwam vier jaar geleden uit. Jullie hebben vier jaar gedaan over de opvolger. Wat hebben jullie in de tussentijd gedaan?

Vincent: We hebben na Too Many Faces veel gespeeld in Nederland en België, en we hebben uitgebreid de tijd genomen om nieuwe songs te schrijven. Tusse door moesten we ook onze vaste oefenruimte uit (die werd afgebroken) en op zoek naar een nieuwe. (wat uiteindelijk gelukt is)

Herman: Het laatste jaar zijn we de nieuwe songs live gaan uitproberen om ze vervolgens her en der nog wat te fine-tunen… vier jaar is eigenlijk zo voorbij.

Na het spelen besloten jullie om in 2016 een ‘sabbatical’ in te lassen. Het was een gevolg van het worstelen met jullie muzikale identiteit. Waar ging de schoen wringen?

Vincent: Ja, dat was een pittige periode voor de band. Het ging onder andere om het uitblijven van commercieel succes na ons vorige album (Too Many Faces) waar we zoveel tijd, passie én geld in gestopt hadden. Zo veel goede recensies maar toch geen grote support act bij, ik noem maar wat, Triggerfinger. We waren veel met die zaken bezig en niet meer met wat we het liefst doen…. muziek maken. We moesten dus de verwachtingen bijstellen. Dat was confronterend maar nodig. Terug naar de roots. Toen kwamen de songs en de chemie terug. En grappig… met de nieuwe EP werden we voor twee gave zomerfestivals geboekt deze zomer en er zit nog veel meer in het vat!

Bij andere bands betekent dit vaak dat één van de bandleden het bijltje erbij neergooit. Jullie zijn met z’n allen een nieuwere richting ingeslagen. Is jullie samenwerking gestoeld op vriendschap en/of muzikale betrokkenheid? Of nog iets anders misschien?

Vincent: Vriendschap, 100%. Echt 100% vriendschap. Maar ook omdat we elkaar steeds weer weten te inspireren en elkaar te durven uitdagen. Dat hoor je ook goed in de nieuwe plaat terug vinden we.

Herman: Vincent en ik kennen elkaar ons hele leven al, zo goed zelfs dat we van elkaar al weten welke richting een stuk muziek op dient te gaan bij het horen van de eerste noten… dit resulteert soms in een muzikale taal die niet bestaat maar wij beiden spreken… Sven en Ferry krijgen ons weer op de grond en geven het proces handen en voeten. Dit kan alleen werken als vriendschap en muzikale betrokkenheid hand in hand gaan denk ik.

Op A Medicine Show lijkt het me dat het geluid wat rauwer is geworden. Zoals ik in mijn review al heb opgetekend lijkt het geluid op Too Many Faces wat meer naar Radiohead te buigen en nu wat meer richting de grunge van Nirvana. Kun je je daarin vinden?

Herman: Dat het rauwer is geworden is zeker zo. We hebben ons voorgenomen zo puur en rauw mogelijk op te nemen en kleine schoonheidsfoutjes of spontane geluiden zo veel mogelijk te  laten staan. We kozen voor weinig tot geen overdubs om de songs niet dood te spelen… dit past bij Nirvana. Het “industriële” van Too Many Faces hoor ik ook in Radiohead, hoewel de muziekstijlen ver uit elkaar liggen denk ik.

Vincent: Wij hebben meer met bands als Soundgarden en A Perfect Circle. Nirvana kon soms ook behoorlijk simpele muziek maken. Bij ons zich er altijd wel een rare maatsoort of een aparte break in.

In jullie bio komt naar voren dat je je ook laat inspireren door een band als Elbow. Hoe komt het dat ik die connectie niet 1-2-3 zie?

Herman: Tekstmatig ben ik enorm geïnspireerd door Guy Garvey van Elbow. De tegenstellingen, ironie en metaforen probeer ik ook te gebruiken… alleen komt daar dan nog een vleugje agressie bij. Maar ook de sfeer die Elbow creëert. Zij durven bijvoorbeeld lange intro’s in hun songs te verwerken, daar zijn wij ook niet vies van. Luister eens naar Proy van Too Many Faces maar ook naar een nieuwe song wat nu de EP niet gehaald heeft, “A Heroes Welcome”.

Ik begreep al dat jullie voor A Medicine Show tien composities klaar hadden liggen. Waarom kies je voor slechts vijf composities om uit te brengen?

Vincent: Om eerlijk te zijn… tijd en geld. We kunnen niet van onze muziek leven en hebben allemaal een drukke baan. Maar we benaderen My Own Army wel zeer professioneel. We schrijven niet zo maar wat liedjes en nemen niet zo maar wat op. Overal zit een visie achter. En dat kost tijd. Liever vijf songs helemaal goed dan tien afgeraffeld. Daarnaast houdt het ons fris. Je speelt de songs niet dood en we hebben nu al weer zin om een nieuwe EP op te nemen!

In A Single Bite komt het basgeluid goed vet naar voren en daardoor heeft de compositie voor mij meer kracht. Waar liggen jullie accenten wanneer je een compositie schrijft?

Vincent: Dat is moeilijk te zeggen. Daar denken we echt niet over na. Het komt zoals het komt. Bas en drums zijn wel enorm belangrijk binnen My Own Army, daar waar bij andere rockbands vaak de gitaren de overhand hebben leggen wij ook de nadruk op drums en bas.

Voor mij is het stemgeluid van Herman zeker ook bepalend voor het geluid. Wat is voor jullie bepalend om een compositie wel of niet op te gaan nemen?

Vincent: Hermans stem is ook heel belangrijk. Hij stopt veel tijd in de teksten en hij vertelt echt een verhaal en zingt niet zo maar een liedje. Op de A Medicine Show krijgt dit meer ruimte dan op Too Many Faces.

Hebben jullie voor de opnames van de nieuwe EP wederom gebruik gemaakt van de Sandlane Studio?

Vincent: Nee, deze keer niet. Ook hier speelt budget een rol. Maar ook omdat Sandlane meerdere studio’s heeft en je regelmatig samen zit met andere muzikanten van andere bands. Leuk maar niet als je je ziel en zaligheid in je muziek wil leggen. We kozen, op advies van onze producer Hans, voor twee kleinere studio’s waar we ons echt op konden sluiten met Hans.

Herman: Dit is de beste beslissing ooit geweest, we zaten er zo in… het is als een soort roes geweest als ik er nu op terug kijk. Deze state of mind bereik je niet als er mensen in en uit de studio lopen.

Stond er dit keer wel weer een megafles Belgisch Bier klaar, net als bij  Too Many Faces?

Vincent: Absoluut! Na afloop van de EP-releaseshow ging er een mooie grote fles Karmeliet open! Belangrijk om als band dat soort momenten te vieren. Waar veel mannen van onze leeftijd op de bank naar The Voice of Holland kijken doen wij wat we het liefste doen, muziek maken en optreden. Daar mag op gedronken worden!

Jullie spelen sowieso toch veelvuldig live. Wat betekent het voor jullie om jullie muziek live neer te zetten?

Herman: We hebben een jaar niet opgetreden. Het was goed voor het creatieve proces maar de muziek krijgt minder waarde vind ik…. muzikanten zeggen vaak dat ze enkel voor zichzelf schrijven; dat is gedeeltelijk waar maar het krijgt pas echt betekenis als mensen naar je luisteren… als ze uit hun dak gaan!

Jullie zouden graag jullie eigen stempel willen drukken op het muziekgenre waarin jullie opereren. In hoeverre krijg je daar de kans voor in Nederland?

Vincent: Het is niet makkelijk om heel eerlijk te zijn. Mensen willen tribute bands horen met covers of men blijft thuis. Een nieuw bandje met eigen muziek ontdekken in een zaaltje bij je in de buurt… er zijn helaas niet veel meer mensen die dat willen. Maar wij geven niet op en we mogen ook niet klagen. Ook de support van ons label RVP Records is super!

Met A Medicine Show en een aardig repertoire ondertussen op zak, zou het balletje dit keer wel weer eens de goede kant op kunnen gaan rollen. My Own Army is zeker de moeite waard om te gaan beluisteren.