Hoewel deze avond als organisatie Dynamo Hardt heeft zal de muziek vanavond een stuk minder hard zijn dan we gewend zijn. De reden dat deze acts toch geboekt zijn vanavond is vooral het feit dat Nathan Gray ook de frontman is van de succesvolle, melodieuze hardcore band Boysetsfire.

Het voorprogramma wordt verzorgd door The Devil’s Trade. Dat is niet, zoals je zo zou denken op basis van de naam, een band maar een solo project. De Hongaarse, besnorde man mag er een beetje uitzien als een ouderwetse circus strongman, zijn grote kracht zit hem in zijn stem. De kerel heeft een rauwe strot die doordrenkt is van emotie. Hij wisselt van elektrische gitaar naar banjo naar akoestische gitaar en van Hongaarse folksong naar een soort van alternatieve country zonder een moment de aandacht van het publiek te verliezen. Liefde, oorlog en lijden zijn belangrijke thema’s in zijn nummers.
Soms heeft hij wat last van technische problemen maar als iemand in het publiek suggereert dan maar een nummer akoestisch te spelen doet hij dat meteen en met verve.
Denk aan een mengeling van Johnny Cash, Mark Lanegan, Leonard Cohen en je hebt misschien een beetje een idee van wat hij brengt. Of check gewoon zijn bandcamp-pagina.

De set-up van het podium is een belangrijk onderdeel van de act van Nathan Gray en zijn Collective (drummer en gitarist). Een spreekstoel zoals in de kerk en een altaartje voorzien van een doodshoofd en kaarsen laten zien dat dit geen optreden is maar een ritueel. Een ritueel waarin Nathan afscheid neemt van de druk van een streng religieuze opvoeding en het daarmee gepaard gaande schuldgevoel. Nathan is dan ook intussen een dominee van The Church of Satan en predikt dat je voor het nu moet leven, niet een hiernamaals dat wellicht nooit zal komen.
Meer nog dan bij Boysetsfire zijn de teksten dan ook erg belangrijk. Niet voor niets ook dat Nathan Gray een boek heeft geschreven wat de nummers nog extra verdieping geeft.
Zowat alle nummers van zijn onlangs uitgebrachte album komen voorbij (Heathen Blood, Dark Fire, etc) , soms ondersteund door een megafoon. Nathan deelt nog de mooie anekdote met ons dat in de tourbus het sirene-knopje per ongeluk werd ingedrukt waardoor iedereen op zoek ging welke box of stukje electronica dat toch teweeg bracht voor ze uiteindelijk ontdekten dat het de megafoon was.
Over electronica gesproken, een groot deel van de muziek komt uit de computer, jammer genoeg lijkt de geluidsman de heren daarmee regelmatig in de steek te laten. Sympathieke professionals als het blijken te zijn tonen de muzikanten geen enkel moment enige vorm van irritatie. Ook niet als het podium zo klein blijkt te zijn dat de drummer moeite heeft achter zijn drums te kunnen komen.
Na het laatste nummer geeft Nathan al een beetje toe dat ze terug zullen komen, maar niet met Nathan Gray Collective songs. Dus als ze het podium verlaten doet het publiek al gauw hun best om met klappen en joelen de band te doen terugkeren. Als ze dat doen brengen ze een aantal songs van het solo project van Nathan, zoals Wolves. Bij het laatste nummer geeft Nathan dan uiteindelijk werkelijk alles en stort zich schreeuwend op de grond. Het ritueel heeft zich dan voltooid, en de man heeft zich weten te bevrijden van de ketenen van zijn verleden.

Na afloop toont Nathan zich een sympathieke kerel die werkelijk ruim de tijd neemt om handjes te schudden, op de foto te gaan en boeken en cd’s te signeren. Een werkelijk bijzondere ervaring dit ritueel!