Het zit niet mee. Europa wordt bezocht met de ‘wave goodbye’ tour van Nine Inch Nails. Trent wil er een tijdje tussenuit dus vanavond één van de laatste kansen om hem uit te zwaaien. Dat hij daarbij ‘vergeet’ Jane’s Addiction mee te nemen kunnen we hem maar moeilijk vergeven, zeker als je ziet met welke vervanger men op de proppen komt. Het Deense Mew. Wie, Mew? Ja precies, die…

Mew
Dit is zo’n typisch Lowlands bandje die tijdens de show nog als aardig omschreven kan worden, maar die je in het overgrote aanbod van bands al snel zult zijn vergeten. Natuurlijk zullen er liefhebbers zijn van deze Scandinavische Britpop band. Muzikaal gezien moeten we het waarschijnlijk allemaal alleraardigst vinden, zelfs Trent roept dat hij Mew toch echt geweldig vindt, maar dit optreden kan niet verbloemen dat Mew het allemaal net niet is. Net geen Britse band, net geen Scandinavische band en zeker geen Sigur Ros met een gitaar pop saus. Dat het geluid niet bepaald goed staat afgesteld maakt het er niet beter op. Snel vergeten dit half uur.
http://www.myspace.com/mew

Nine Inch Nails
Als een razende wordt er omgebouwd. Het biedt de ruimte om het podium voor de show van NIN regelmatig in rook te hullen. Dan is er al de wetenschap dat de heren tijdens één van de opgebouwde rookwolken op zal doemen op het podium. Toch werkt het wel om de hooggespannen verwachtingen nog iets hoger te maken. Dan horen we het bekende gitaargeluid van Robin Finck. Opvallend is echter dat men niet direct met een knallende opener begint, maar eigenwijs rustig opent met ‘Home’. De verbazing duurt maar even, want daarna brandt het echt los met achtereenvolgens ‘Terrible Lie’, ‘Discipline’ en het overweldigende ‘March Of The Pigs’. Nadat we zo’n beetje de hele zaal gezien hebben door het enthousiaste geduw en getrek van de menigte voor het podium komt de eerste verrassing voorbij. De cover van Gary Numan, ’Metal’. Een oprecht eerbetoon aan één van de grondleggers van de industrial rock. Het is echter wel de inleiding tot een iets rustiger middenstuk van de set. Iets wat op het kookpunt balancerende publiek eigenlijk wel nodig heeft. Het statische, met een imposant zwaar aangezet gitaargeluid, ‘Reptile’ walst als het ware over het publiek heen. ‘The Becoming’ volgt de inleiding tot een nummer dat Trent Reznor ooit met David Bowie zong, het Bowie nummer I’m Afraid Of Americans’. Met ‘Burn’ exploderen we langzaam muzikaal gezien naar ‘Gave Up’ om daarna weer verrast te worden met het wonderschone ‘La Mer’ en het daaropvolgende ‘The Fragile’. NIN blijft daarna nog in rustig vaarwater, want met ‘Non-Entity’ en ‘Gone Still’ maak je geen moshpit. Als daarna de band ’The Way Out Is Through’ inzet wordt ondergetekende toch even bang dat de show langzaam inzakt, maar dan nemen de heren feilloos wraak met ‘Wish’ en door knalhard los te barsten met het ultra snel gespeelde ‘Mr. Self Distruct’. Daarna is het wat relaxter dansen op ‘Survivalism’. Tot slot van de reguliere set komt het “tweeluik” ‘The Hand That Feeds’ en ‘Head Like A Hole’ voorbij. Na een hele korte onderbreking komt het nieuwe(re) werk nog even onder de aandacht met ‘Echoplex’ en ‘The Good Soldier’. ‘The Day The World Went Away’ is de perfecte break om te komen tot het onvermijdelijke einde van deze avond. Het te verwachten sluitstuk is, een nog steeds, gevoelig gebracht ‘Hurt’. Dan gaan de lichten snel aan en zien we om ons heen de gezichten van uitgebluste mensen en andere bezwete bezoekers die bij moeten komen van alle indrukken die aan hen getoond zijn. De overweldigende lichtshow, het eigenzinnige gitaarspel van Robin Finck, het beestachtige drumwerk, de statische en erg rustige uitstraling van Justin die zich wel muzikaal liet gelden en Trent Reznor die zijn scherpe kantjes, oprechte kwaadheid en agressie dan wel verloren mag zijn maar die toch nog steeds weet hoe je als NIN een publiek perfect kunt vervoeren. Het is een vreemd gevoel dat we NIN een tijd(?) gaan missen.